Richard J. Evans, “De eeuw van de macht, Europa 1815-1914”, uitgegeven door Hollands Diep. Een schitterend boek over politiek maar ook over muziek.

“The Pursuit of Power. Europe 1815-1914” is als “De Eeuw van de macht” vertaald in het Nederlands. In deze monumentale studie van meer dan 1000 bladzijden over Europa’s geschiedenis in de 19de eeuw, schonk Richard J. Evans veel aandacht aan de muziek. Een man met een onvoorstelbare eruditie, een boek van een zelden gezien niveau!

Snelle ontwikkeling

In “De eeuw van de macht. Europa 1815-1914” analyseert historicus Richard J. Evans (°1947) de Europese geschiedenis van de 19de– en begin 20ste eeuw. Richard J. Evans vertelt over de revoluties, de oorlogen en de vorming van nieuwe keizerrijken maar heeft het ook uitvoering over de muziek. In 1815, schrijft Evans bv., waren de spoorlijn, het stoomschip, de telegraaf en de fotografie nog amper zichtbaar aan de historische horizon. In 1914 betrad Europa het tijdperk van de telefoon, de automobiel, de radio en de film. In 1815, zo lezen we, schrijven we nog altijd de eeuw van Newtons universum, van representatieve kunsten en waarlijk ‘klassieke’ muziek. In 1914, vervolgt Evans, had Einstein zijn relativiteitstheorie wereldkundig gemaakt, had Picasso zijn kubistische werken geschilderd en Schönberg zijn atonale stukken gecomponeerd.

Willem Tell

In Zwitserland, vertelt Evans, had een ideologie van vrijheid de legitimiteit geboden voor de geldingsdrang van een Bond van autonome kantons. De inspiratie werd onder anderen ontleend aan de half mythische figuur Wilhelm Tell, de middeleeuwse, Zwitserse boogschutter. Deze geschiedenis, schrijft Evans, werd in 1804 gevierd in een voorstelling van de Duitse dichter Friedrich Schiller (1759-1805) en daarna in 1829 door de gevierde Italiaanse componist Gioacchino Rossini (1792-1868) in een enorm populaire opera, overladen met de liberale en romantische sentimenten van die dagen.

Montez en Liszt

In Beieren werd koning Ludwig I (1786-1868) steeds minder populair vanwege de repressieve, pro kerkelijke politiek. Wat het gezag van de koning nog het meest ondermijnde was de komst van de Spaanse danseres Lola Montez. Lola was beroemd om haar affaires met de virtuoze pianist en componist Franz Liszt en met de romancier Alexandre Dumas.

Hofkapelmeester op de barricaden

Op 30 april 1849, lezen we, stuurde koning Frederik Augustus II van Saksen de liberale afgevaardigden in Dresden naar huis en benoemde een reactionaire regering, die besloot het gebruik van geweld toe te staan om de orde te herstellen. Op 3 mei hadden de demonstranten 108 barricades in de hele stad opgeworpen en begon de stadswacht te deserteren. Tot degenen die op de barricades stonden, behoorde ook hofkapelmeester Richard Wagner, die was beïnvloed door de ideeën van Proudhon en Feuerbach en de revolutie als dé manier zag om de ideale omstandigheden te creëren waarin hij zijn missie als universeel musicus kon volbrengen. Terwijl Wagner druk doende was handgranaten te vervaardigen en vanaf de toren van de Frauenkirche uitkeek naar het naderend Pruisisch leger, hielp Bakoenin bij het opwerpen van barricades.

Brahms in Baden-Baden

Rijken uit Centraal-Europa, schrijft Evans, brachten graag een groot deel van hun tijd door in spa’s, zoals Karlsbad of Baden-Baden. De omgeving vormde het decor voor bepaalde episodes in de roman “Anna Karenina” van Lev Tolstoj (1828-1910) en voor “De speler” van Fjodor Dostojevski (1821-1881), die er kwam om in het casino te spelen, hoewel hij het niet echt kon betalen. Johannes Brahms had er een huis en Ivan Toergenjev (1818-1883) liet zijn roman “Rook” uit 1867 in de stad spelen.

Rellen in de tabaksfabriek

In Spanje waren tabakswerknemers beroemd om de strijdlust die in 1830 leidde tot vijf dagen vol rellen in een fabriek in Madrid uit protest tegen de loonsverlaging. Hun reputatie trok de aandacht van de Franse componist Georges Bizet, die in 1875 een roman van Prosper Mérimée (1803-1870) uit 1845 bewerkte om de beroemdste van alle fictieve Spaanse vrouwelijke arbeiders te creëren: het zigeunermeisje “Carmen”.

Origineelste claxon

Auto’s waren voor de Eerste Wereldoorlog nog relatief zeldzaam. Ook de vorstenhuizen raakten verknocht aan de automobiel. In 1910 onderhield tsaar Nicolaas II een wagenpark van twintig auto’s in de Keizerlijke Garage, met inbegrip van een staf van chauffeurs die hem op korte uitstapjes in een Franse Delaunay-Belleville rondreden, en voor langere reizen in een Mercedes van 90 pk. Keizer Wilhelm II liet voor zichzelf een speciale claxon vervaardigen die het hoofdthema van de dondergod Donner uit Wagners “Rheingold” liet horen.

Krijgshaftig maar ziek

Chopin die Warschau had verlaten net voor de opstand uitbrak en er nooit meer terug zou keren, schreef vanuit Stuttgart na de val van Warschau, hulpeloos aan zijn vader : “De vijand moet ons huis hebben bereikt. De voorsteden moeten bestormd zijn en in brand zijn gestoken… O, waarom kan ik niet één Moskoviet doden!” De Poolse identiteit werd op een muzikale manier tot uiting gebracht in zijn krijgshaftige Polonaises en vriendelijker Mazurkas, schrijft Evans. Net als veel andere werken uit de vroege Romantiek wijken Chopins Preludes en Ballades af van klassieke vormen (in dit geval de sonate), hebben ze een vloeiender en meer improviserende structuur en belichamen ze daarmee de spontane expressie van emoties (Schuberts Impromptus voor piano voeren dit principe zelfs door tot in de titel). De meest universele van de potentieel fatale ziekten die het negentiende-eeuwse Europa bedreigden was tuberculose. Chopin, wiens gezondheid eufemistisch werd omschreven als ‘uiterst delicaat’, overleed in 1849 aan tuberculose; in de laatste jaren voor zijn dood bleef hij componeren, zoals een van zijn leerlingen zich later herinnerde, door aan de piano te improviseren en ‘ons naar domeinen te vervoeren die niemand van ons had gekend en niemand van ons ooit nog zou leren kennen’.

Het geval Schumann

De meest geavanceerde instellingen wisten niet om te gaan met ongeneeslijk zieke, psychiatrische patiënten. Een bekend geval was de Robert Schumann, vertelt Evans, die vanaf 1833 begon te lijden aan stemmingswisselingen en depressies, met visioenen van engelen en demonen. Omdat hij vreesde zijn vrouw – de pianiste en componiste Clara Schumann – iets aan te doen, stortte hij zich op 27 februari 1854 van een brug in de Rijn. Hij werd gered door schippers en moest opgenomen worden in een klein privégesticht in de wijk Endenich in Bonn, waar zijn conditie snel verslechterde en waar hij op 29 juli 1856 overleed. Zijn symptomen kunnen zijn veroorzaakt door een hersentumor of door het derde stadium van syfilis, en zijn versterkt door kwikvergiftiging.

Invloed van Scott

De historische werken van Sir Walter Scott inspireerden Berlioz tot zijn ouvertures “Waverley” (1828) en “Rob Roy” (1831). De romantische beschrijvingen van Schotland in Scotts werk lagen ook ten grondslag aan de Schotse Symfonie van Mendelssohn Bartholdy, met zijn imitaties van doedelzakken en zijn Schotse dansritmes; ook de opera “Lucia di Lammermoor” (1835) van Gaetano Donizetti was op een roman van Scott gebaseerd.

Bach en Händel

Op 11 maart 1829 organiseerde Mendelssohn een openbare opvoering van de Matthäus Passion (1727), met in het publiek onder anderen de koning van Pruisen, de dichter Heine en de filosoof Hegel. Sinds het overlijden van Bach was het stuk geheel en al vergeten; de uitvoering was een daverend succes. Het oratorium “Messiah” (1741) van G. F. Händel was veel populairder dan elk ander werk van Bach en inspireerde componisten als Mendelssohn ertoe hun eigen tegenhanger van “Messiah” te componeren. De negentiende-eeuwse uitvoeringen hadden echter nog maar weinig weg van het origineel, aangezien de orkestratie sterk aangezet werd en de koren almaar groter werden; tijdens het ‘Great Händel Festival’ dat in 1857 in Londen in het Crystal Palace werd gehouden, werd het werk uitgevoerd door een koor van tweehonderd man en een orkest van vijfhonderd musici.

Het antisemitisme van Cosima

Antisemitische politiek, schrijft Evans, resoneerde enigszins onder protestantse boeren, die probeerden te begrijpen waarom het hun economisch slecht ging, vooral in de jaren zeventig van de negentiende eeuw, maar een echt succes werd dit niet. Theodoor Fritsch (1852-1933) droeg in belangrijke mate bij aan de ideeën en het beleid die het hart vormden van de antisemitische beweging, en de kring die zich in Bayreuth rond de weduwe van R. Wagner, Cosima (1837-1930), vormde, verleende hun nog enig respect in intellectuele kringen – met name vanwege haar schoonzoon, de Engelsman Houston Stewart Chamberlain (1855-1927) en zijn boek “The Foundations of the Nineteenth Century” (1899). Maar behalve op kleine groepjes extreem-nationalisten had het antisemitisme slechts een klein zij het wel waarneembaar effect op de Duitse politiek van voor 1914.

Opstanden en uitvindingen

Over dit alles en over nog zo veel meer muzikale gegevens vertelt Evans tegen de achtergrond van een politiek van germanisering en panslavisme, het Osmaanse Rijk en de Grote Oosterse Kwestie, de multiculturele Donaumonarchie en de Pruisisch-Oostenrijkse Oorlog, het einde van de Duitse Bond en het Duitse Keizerrijk, de Belgische Opstand en onafhankelijkheid, het revolutiejaar 1848, Unitarisme, Industriële Revolutie, de ontwikkeling van de mijnbouw dankzij de stoommachine, en de ijzer- en staalindustrie. Ook de nieuwe straatverlichting en de gaslamp, de invloed van vrijhandel en de stoomvaart op de wereldhandel ten koste van de landbouw, het economisch liberalisme en socialisme, de huisnijverheid en mechanisatie, urbanisatie en het ontstaan van het lompenproletariaat, de verbeterde gezondheidszorg en de snelle toename van de bevolking, krijgen alle aandacht.

Onnoemelijk veelzijdig

Verder komen de evolutietheorie versus creationisme, materialisme als nieuwe wetenschappelijke ideologie, positivisme, spiritisme, de ontwikkeling van de techniek, metaalindustrie, bouw- en spoorwegindustrie, fabrieksmatige voedingsmiddelen (Liebig &Knorr), de democratische klassenstaten, volkssoevereiniteit en het politiek nationaliteitsgevoel, aan bod. Evans vertelt ook over het Duits Idealisme en de Romantiek, het realisme, het Frans als diplomatieke en culturele wereldtaal en het Duits als wetenschapstaal, literatuur en de historische roman, de Weense wals en de Operette, kunstenaarskolonies, fotografie, de uitvinding van de telegraaf en de telefoon, de nieuwe Spoorwegen enz. enz. Hét nieuw standaardwerk over de Europese geschiedenis in de 19de–  en begin 20ste  eeuw ! Fenomenaal!

Richard J. Evans De eeuw van de macht: Europa 1815-1914 Uitgeverij Hollands Diep 1102  bladz. ISBN 9789048836413

http://www.stretto.be/2020/12/19/richard-j-evans-het-nazisme-en-complottheorieen-de-paranoide-verbeelding-en-het-hitler-tijdperk-een-belangwekkende-uitgave-van-uitgeverij-spectrum/