Het muzikaal geweten van de 20ste eeuw, twee uitgaven van de complete symfonieën van Sjostakovitsj o.l.v. Sladkovsky, Mravinsky, Kondrashin, Svetlanov en Rozhdestvensky, op het label Melodiya. Onvoorstelbaar! Adem- adembenemend!

Van alle 15 symfonieën van de geniale Sjostakovitsj, zijn nog steeds slechts de nummers 5, 7 en 10, enigszins bekend bij een breder publiek. Hopelijk brengt de uitgave van deze twee fenomenale boxen daar snel verandering in.

Herbert von Karajan vertelde dat, was hij componist geweest, hij muziek had willen kunnen componeren zoals deze van Sjostakovitsj. De dirigent uitte dit in 1967 n.a.v. zijn eerste opname van Sjostakovitsj’ 10de symfonie met de Berliner Philharmoniker voor Deutsche Grammophon. Zo’n uitspraak van zo’n dirigent kon tellen. Het oeuvre van Dmitri Sjostakovitsj (1906-1975) was de muzikale kroniek van een heel tijdperk. Er was iets in zijn muziek dat gedachten en zielen van miljoenen agiteerde. Zijn vijftien symfonieën gaven niet alleen zijn eigen evolutie weer, ze voelden ook aan alsof ze de hele 20ste eeuw met zijn immense verstoringen, vooruitgang en catastrofes, in- en uitademden. Deze opvallende documenten van de menselijke geest zullen de verhalen over hun tijd, die verhitte theoretische en esthetische discussies veroorzaken, blijven vertellen. Ze zullen blijvend redenen geven voor zeer uiteenlopende interpretaties en inspirerende bewondering, maar ze zullen de luisteraars nooit meer onberoerd laten. Elk van de 15 symfonieën was daarenboven een belangrijke gebeurtenis in het indrukwekkend muzikaal en cultureel leven van het nieuw land, de Sovjet Unie.

De ene box bevat alle vijftien symfonieën geïnterpreteerd door dirigent Alexander Sladkovsky (foto’s) en het Tatarstan Nationaal Symfonie Orkest (foto) met als solisten Pyotr Migunov en Natalia Muradymova, en de “Academic Grand Choir Masters of Choral Singing”, een gerenommeerd koor uit Moskou o.l.v. Lev Kontorovich. De naam van Alexander Sladkovsky staat hoog aangeschreven onder de hedendaagse Russische dirigenten. Als erkende vertolker van hedendaagse muziek, werd Sladkovsky in 2010 dirigent van het Tataars symfonieorkest.. Onder zijn leiding werd het orkest één van de toonaangevende orkesten in Rusland dat overal optrad in eigen land en op alle prestigieuze podia, waar ook ter wereld.

Het idee om een symfonieorkest te stichten in Tatarstan kwam van Nazib Zhiganov, voorzitter van de Unie van componisten van Tatarstan, en rector van het Staatsconservatorium van Kazan. Op zijn initiatief werd de dirigent Natan Rakhlin uitgenodigd om in Kazan een orkest te vormen. Op 10 april 1967 speelde het Staats Symfonie Orkest van de Autonome Tataarse Socialistische Sovjetrepubliek, zijn eerste uitvoering in het Tataarse Opera en Ballet Theater. De eerste dertien jaar bleken enkele van de meest opwindende in de geschiedenis van het orkest. Het ensemble ondernam succesvolle reizen naar Moskou en naar andere grote steden in de USSR, terwijl in Tatarstan de populariteit almaar toenam. Vanaf 1979, na het overlijden van Natan Rakhlin, dirigeerden Renat Salavatov, Sergei Kalagin, Ravil Martynov en Imant Kotsinsh het orkest. In 1985 werd Fuat Mansurov uitgenodigd om de functie van artistiek directeur en chef-dirigent van het orkest waar te nemen. Mansurov was vijfentwintig jaar dirigent van het orkest. In 2010, na het overlijden van Fuat Mansurov, werd Alexander Sladkovsky de nieuwe artistieke leider en chef dirigent van het orkest. Met zijn benoeming begon het ensemble aan een nieuwe fase in zijn geschiedenis.

De symfonieën van Sjostakovitsj zijn uniek, variërend van experimenteel tot klassiek tonaal, subliem lyrisch tot cassant en bombastisch, ontroerend tot beklemmend, aangrijpend tot angstaanjagend! Op 19-jarige! leeftijd vierde hij reeds triomfen bmet de première van zijn eerste symfonie. Met deze symfonie studeerde hij cum laude af aan het nieuw conservatorium van Petrograd, dat dan Leningrad heette. De eerste symfonie bezat reeds alle persoonlijke kenmerken die zijn muziek later zouden karakteriseren, een meesterlijke orkestratie, bizarre, onverwachte, vaak cynische contrasten, haast karikaturale ritmiek en grillige, groteske dissonanten. Het werk aan de eerste symfonie tastte echter zijn gezondheid aan. Sjostakovitsj werd door zijn moeder naar Slavjansk op het Oekraïens platteland gestuurd.

Bruno Walter dirigeerde de symfonie reeds in mei 1927 in Berlijn en in november 1928 dirigeerden Leopold Stokowski en Artur Rodzinski de symfonie in Philadelphia en in New York. In maart 1931 dirigeerde ook Arturo Toscanini de symfonie. Stel u voor! Sjostakovitsj was met zijn eerste symfonie meteen beroemd. Hij was 25 jaar…Tot die eerste modernistische periode (1925-1935) behoorden tevens de socialistisch-realistische 2de symfonie, “Oktober” met koor, op poëzie van Alexander Bezymenski, op. 14 (1927), en de 3de symfonie, “De eerste mei”, voor koor en orkest, op poëzie van Semen Kirsanov, op. 20.

In zijn tweede en derde symfonie experimenteerde Sjostakovitsj met wat hij “geometrische compositie” noemde, het muzikaal equivalent van het rayonisme van Mikhaïl Larionov, het suprematisme van Kazimir Malevitsj en El Lissitzky, en het constructivisme van Rodtsjenko en Tatlin. Dan uitte Sjostakovitsj zich in zijn akelige maar fenomenale Vierde, een schreeuwerige maar machtige kolos van muzikale boosaardigheid, schoonheid en duistere, slavische humor, die naar het einde toe, uiteindelijk plaats maakt voor iets dat klinkt als de dood zelf. Het was 1936, twee jaar na de première in het Academisch klein Staatstheater voor opera en ballet (Maly-Theater) in Leningrad van zijn haast bruïtistische opera, “Lady Macbeth uit het district Mtsensk”, die Sjostakovitsj in 1962 herwerkte tot “Katerina Ismajlova”.

.

Toen de beruchte opera en de futuristische vierde symfonie werden gecomponeerd, publiceerde  “Pravda” een editoriaal getiteld “Chaos in plaats van muziek”. Daarin stond dat Sjostakovitsj veroordeeld werd omdat hij “formalistische muziek” schreef, een term die stond voor alles wat Stalin niet wilde, intellectualisme, abstractie, complexiteit, westerse invloeden, en een schrijnend gebrek aan voor de hand liggende volkslied melodieën en folkloristische kleuren. De toenmalige leiding van de Sovjet-Unie en de  “Bond van componisten van de USSR”, de latere “Bond van Sovjetcomponisten”, veroordeelden deze werken officieel als decadent. Toen de première van de vierde symfonie naderde, werd de symfonie ingetrokken. Ze zou pas in 1961 voor de eerste keer uitgevoerd worden…Via deze Vierde leerde een nieuwe generatie in het Westen, de muziek van Sjostakovitsj stilaan kennen, maar, het was tijdens het hoogtepunt van de Koude Oorlog. Het gaf daardoor een vertekend beeld, met alle gevolgen van dien.Het Westen wilde voortaan koste wat kost, per se aantonen dat Sjostakovitsj anti Sovjet muziek componeerde en hij een slachtoffer was van de rode vijand.

Rond 1936 begon de eerste periode van terreur, Grote Zuivering of “Bolsjaja tsjistka” van Stalin. Mensen werden om het minste en geringste zonder proces of met een schijnproces beschuldigd van samenzwering en ter dood veroordeeld. Sjostakovitsj’ schoonbroer, de fysicus Vsevolod Konstantinovich Frederiksen en zijn beschermheer maarschalk Michail Nikolajevitsj Toechatsjevski, werden afgevoerd naar werkkampen in Siberië. Sjostakovitsj werd dit lot bespaard omdat hij in zijn tweede symfonie (“Aan Oktober”, 1927), in zijn derde symfonie (“1 Mei”, 1929), in cantaten (bv. in “Van Karl Marx tot onze tijden”, 1932) en in filmmuziek (tussen 1927 en 1940 componeerde Sjostakovitsj de muziek voor wel 17 sovjetfilms !), de marxistisch-Leninistische doctrine trouw had bezongen en opgehemeld. Hij was in het Westen en in Sovjet-Rusland zo beroemd en gerespecteerd, dat het voor Stalin onmogelijk was om de componist op gelijkaardige wijze aan te pakken en te vervolgen.

De 4de symfonie sluit af met een beklemmend, uiterst pianissimo gespeelde trompetsolo om dan weg te sterven (morendo) in de strijkers, pauken en celesta. Het slot met slaginstrumenten lijkt op de finale van zijn 15de symfonie. Ook in de elfdelige 14de symfonie uit 1969, op gedichten van o.a. Garcia Lorca en Apollinaire, voor bas en sopraan, opgedragen aan Benjamin Britten, zou het speels slagwerk een belangrijke rol spelen, bv. de castagnetten in “Malaguena” (nr. 2), de xylofoon en trommel in “Les Attentives I” (nr.5) of het gezamenlijk slagwerk in “Schlußstück”  op tekst van Rainer Maria Rilke (nr. 11).

De vierde symfonie werd gecomponeerd in 1935-1936 maar de première was pas op 30 december 1961 door het Filharmonisch Orkest van Moskou o.l.v. Kirill Kondrashin (1914-1981), de vriend van Sjostakovitsj. Van 1960 tot 1975 was de legendarische Kondrashin chef-dirigent van het Filharmonisch Orkest van Moskou en leidde in 1962 de première van Sjostakovitsj’ controversiële 13de “Babi Yar” symfonie op teksten voor bas en bas koor van Yevgeny Yevtushenko. Daarin werd het sovjet-antisemitisme uit 1944 aan de kaak gesteld. Kondrashin dirigeerde nadat Yevgeny Mravinsky (1903-1988) (foto), die van 1938 tot 1988!, eerste dirigent was van het Leningrads Philharmonisch Orkest, had geweigerd.

In Europa en Amerika concerteerde Kondrashin met befaamde Russische musici als Mstislav Rostropovitsj, David Oistrach en Svjatoslav Richter. In 1978 vroeg hij tijdens een tournee in Nederland politiek asiel aan, waarop het Sovjetregime onmiddellijk zijn plaatopnamen verbood. Mravinsky werd vaste dirigent van het Koninklijk Concertgebouworkest. De avond voor zijn overlijden viel hij nog in, vanwege een zieke Klaus Tennstedt, en dirigeerde de 1ste Symfonie van Mahler met het NDR Sinfonieorchester. De legendarische Kondrashin (foto) overleed op 7 maart 1981 aan een hartinfarct.

Met de aantrekkelijke vijfde, “Het antwoord van een Sovjet kunstenaar op terechte kritiek”, slaagde Sjostakovitsj erin om indrukwekkende orkestmuziek te componeren met branie, lieflijke deuntjes en een donderende conclusie, dat het Kremlin wel beviel, maar op een of andere manier anders communiceerde met het publiek. Zij hoorde nl. een daad van verzet, een manifest van individuele vastberadenheid in plaats van een loflied op de staat. Deze mogelijkheid om tussen de regels door te schrijven, heeft de componist in leven gehouden, en het heeft de luisteraars sindsdien alert gehouden voor gemengde en tegenstrijdige berichten. De zesde opent met een donkere, langzame beweging, vervolgt met een kort helder scherzo en sluit af met een knotsgekke galop.

De zevende “Leningrad”,  is daarentegen een spookachtige, ondraaglijke verklanking van verlies, onmetelijke gruwel en angst in oorlogstijd. In de eerste beweging evoceerde Sjostakovitsj de beruchte ‘nazi-invasie’, aan de hand van een lappendeken van thema’s en motieven van Franz Lehár (een pastiche op “Da geh’ ich zu Maxim” uit “Die lustige Witwe”), hem zelf, en de vijf dalende noten uit “Deutschland über Alles”, met gedurende wel vijftien minuten!, een toenemend volume en een constante, opzwepende, tot tergende begeleiding van de kleine trom.

De veertigjarige Sjostakovitsj had in 1947 reeds negen geniale symfonieën gecomponeerd, muziek bij wel 15 sovjet films, al dan niet experimenteel, avantgardistisch of propagandistisch, drie indrukwekkende balletten (“Zolotoi vek” (“The Golden Age”), “The Bolt” en “The Limpid Stream”), veel toneelmuziek, en het fantastisch, dromerig en vrolijk eerste Pianoconcerto voor piano, trompet en strijkers.

Daarenboven was Sjostakovitsj toen reeds houder van verschillende functies, titels, prijzen en onderscheidingen, zoals Afgevaardigde in het Leningrads stadsdeelbestuur, Hoogleraar, Afgevaardigde van de Leningradse Arbeidersraad, Orde van het Rode Vaandel (of Rode Banier), twee Stalin prijzen 1ste klas (voor zijn pianokwintet en zijn 7de symfonie), een Stalin prijs 2de klas (voor zijn Pianotrio), de Leninorde, Afgevaardigde van de Opperste Sovjet voor het district Leningrad, en er zouden er nog vele, vele volgen. Daarnaast was de componist reeds in 1943 benoemd tot Erelid van de “American Academy and Institute of Arts and Letters”.

Op de ondubbelzinnig grootse, speelse, spannende, donkere en schijnbaar tragische achtste, met zijn onverwacht adembenemende finale, volgde de vrolijke, vederlichte, bijna Haydniaanse, klassieke Negende. De fantastische tiende uit 1953, (volgens zijn vriendin Tatjana Nikolajeva was de symfonie al in 1951, volgens anderen had de componist zelfs in 1946 al gedeelten af), was Sjostakovitsj’ eerste, louter instrumentale post-Stalin-symfonie. Een symfonie met geweldige en broeierige muziek, met een waanzinnig gewelddadig scherzo, waarover de componist grapte dat het ‘Stalin in muziek’ was. De spookachtige en desolate, extreem gespannen elfde, “Het jaar 1905”,  uit 1957, mondt uit in een bombastische verklanking van een opstand in 1905, die verpletterd werd door de tsaristische troepen.

Sjostakovitsj componeerde zijn symfonie nr. 12 in re klein, op. 112, met als titel “Het jaar 1917”, in 1961, ter nagedachtenis aan Lenin, de leider van de bolsjewistische revolutie/staatsgreep, zoals hij reeds deed met zijn 2de symfonie. De 12de symfonie was de laatste symfonie waarvan Mravinsky de première dirigeerde. Zijn weigering om de première van de Dertiende symfonie, “Babi Yar”, te dirigeren, veroorzaakte spanning in hun relatie.

Na de uitbundige symfonieën 11 en 12 componeerde Sjostakovitsj de introverte maar heel bijzondere symfonieën nrs.13 en 14. De dertiende verschilde radicaal. In plaats van de Sovjet-Unie te verheerlijken, bekritiseerde Sjostakovitsj het, met gezongen poëzie van Yevgeny Yevtushenko (foto). Het onderwerp van deze grimmige liedcyclus ‘Babi Yar’, was de moord op honderdduizenden Oekraïense joden door de nazi’s, een gruwelijke episode in de geschiedenis van de Sovjet Unie. Stalin zou Sjostakovitsj op zijn minst gevangen hebben gezet, maar Chroesjtsjov eiste alleen nieuwe teksten, waarin duidelijk werd dat ook veel niet-joodse Sovjets, veel hadden geleden. De veertiende is tevens een duistere liedcyclus, dit keer voor bas en sopraan en strijkers, op elf teksten van Lorca, Rilke, Apollinaire en op het gedicht “O, Del’vig, Del’vig!” van Wilhelm Küchelbecker. Küchelbecker was een Russische dichter en Decembrist, die een aanslag pleegde op grootvorst Michaël Pavlovitsj, de broer van tsaar Alexander I. Anton Antonovitsj Delvig was een Russische schrijver en dichter uit de eerste decennia van de 19de eeuw, die de literaire almanak “Noordelijke bloemen” uitgaf, en redacteur was van het literair tijdschrift “Literatoernaja Gazeta”, waaraan Poesjkin meewerkte.

De première van wellicht de meest ongewone en soberste van alle 15 symfonieën, de 14de, vond plaats in september 1969 o.l.v. Rudolf Barshaï (foto), met o.a. als soliste, Galina Visjnevskaja, de echtgenote van Rostropovitsj, en het Kamerorkest van Moskou. De vijftiende en laatste symfonie, de enige symfonie die begint met een solo voor klokkenspel, is vermengd met onheilspellende zinspelingen op muziek van Wagner en Rossini, als herinneringen aan zijn onschuldige kindertijd.

De Symfonie nr. 15 in la groot (op. 141) werd gecomponeerd op slechts een maand tijd tijdens de zomer van 1971 in Repino (foto), een voorstadje van Sint-Petersburg, gelegen in het district Koerortny, ongeveer 30 kilometer van het stadscentrum van Sint-Petersburg. Door de ligging aan de Finse Golf was en is het een kuuroord. Tot 1948 stond het plaatsje bekend onder de Finse naam Kuokkala, maar werd toen hernoemd naar zijn beroemdste inwoner, de schilder Ilja Repin. Repin werd door zijn sociaal-kritisch werk, cfr. zijn portret van Modest Moessorgski (foto), door de Sovjet autoriteiten bestempeld als voorloper van de officiële Sovjet schilderkunst, het socialistisch realisme.

In de symfonie komen citaten voor van thema’s uit werk van Giacomo Rossini, Richard Wagner, Mikhail Glinka, Sjostakovitsj zelf (zijn DSCH-motief in de 3de beweging), en Haydn. Van Rossini citeert hij één van de motieven uit de finale episode van diens ouverture tot de opera “Willem Tell”. Richard Wagner komt aan bod met het macaber lotsmotief uit de “Ring” en met een fragment uit ‘Tristan en Isolde’.

De première van de 15de symfonie was in Moskou op 8 januari 1972 door het Radio Symfonie Orkest van de Sovjetunie o.l.v. Maxim Shostakovich (°1938). De belangrijke première in de Verenigde Staten door het Philadelphia Orchestra, o.l.v. Eugene Ormandy, was eveneens in 1972. Maxim was, na de geboorte van Galina in 1936, het tweede kind van Sjostakovitsj en Nina Varzar. Voor het piano-examen van Maxim in 1957, componeerde vader Sjostakovitsj zijn pianoconcerto nr. 2 in Fa groot op. 102. De zoon van Maxim, kleinzoon van de componist dus, Dmitri Maximovich Sjostakovitsj Jr., is eveneens pianist.

Sjostakovitsj heeft hier met een klein diorama van zichzelf, zijn humor en bombast, zijn lijden en dreigende dood neergezet. Na een lange passage voor strijkers, waarin de componist lijkt te verwijzen naar zijn vroegere werkzaamheden in de lichte muziek,  volgt een accent van het orkest. De adem van de compositie stokt heel even en gaat weer verder. Even later stokt de muziek opnieuw door een dergelijk accent, maar nu heftiger, en de muziek komt niet meer op gang. Symbolisch? De finale is opmerkelijk door de ritmische variant in de pauken van het thema uit het inleidend adagio van Haydns laatste Symfonie, ‘London’ (nr. 104), en de coda op een aanhoudende pedaalnoot in de strijkers, met daarboven een glinsterend, haast feeëriek, idiofoon toccata voor castagnetten, kleine trom, woodblock, xylofoon en triangel. Dit herinnert aan de finale van de tweede beweging (Moderato con Moto) van zijn vierde symfonie, en aan de finale van het tweede celloconcerto op. 126 uit 1966. Uniek. Subliem!

In zijn later leven, leed Sjostakovitsj aan een chronische slechte gezondheid, maar weigerde het vele roken en het drinken van wodka op te geven. Vanaf 1958 leed hij pijn aan de rechterhand waardoor hij op de duur geen piano meer kon spelen. In 1965 werd deze aandoening gediagnostiseerd als polio. Hij leed ook aan hartaanvallen en viel verschillende keren met een gebroken been als gevolg.

De bekommernis om zijn eigen dood doordrong veel van zijn laatste composities, o.a. zijn laatste strijkkwartetten (vanaf nr. 10 uit 1964 tot nr. 15 uit 1974), en zijn veertiende symfonie uit 1969, een liedcyclus op gedichten over de dood.

Sjostakovitsj overleed aan longkanker op 9 augustus 1975 en werd op het Novodevichy kerkhof in Moskou begraven. Het officieel overlijdensbericht verscheen in Pravda pas drie dagen na zijn overlijden, omdat de verwoording op het hoogste niveau, door Leonid Brezhnev en het Politburo of Presidium, moest worden goedgekeurd. Nog vóór zijn overlijden werd hij weliswaar door het United Kingdom Antarctic Place-Names Committee vereeuwigd, door het benoemen van een schiereiland/Peninsula naar hem, op Alexander Island, Antarctica, in het gezelschap van Borodin en Tsjaikofski.

De symfonieën van de ambivalente polystylist Sjostakovitsj, gecomponeerd tussen 1924 en 1971, vormen de muzikale kroniek van een tijdperk. Wat we in zijn muziek horen, is iets dat de gedachten en zielen van miljoenen mensen blijft alarmeren. Het zijn unieke documenten van de menselijke geest die ons ten goede zullen blijven komen om ons over de tijd te vertellen, verhitte theoretische en esthetische geschillen op te wekken, en een reden zijn voor heel verschillende interpretaties die onze bewondering afdwingen. Hoe het ook zij, ze zullen nooit nog een onverschillige luisteraar vinden. Deze twee monumentale uitgaven zullen daar zeker toe bijdragen.

Melodiya heeft ook een box met de symfonieën, uitgevoerd door de grootste Sovjet dirigenten van weleer, en de beste vertolkers van de muziek van Sjostakovitsj, o.a. Evgeny Mravinsky, Kirill Kondrashin, Evgeny Svetlanov (foto) en Gennady Rozhdestvensky (foto). Deze box bevat ook de opname van de 11de symfonie (“Het Jaar 1905”) o.l.v. Konstantin Ivanov, een voorganger van Evgeny Svetlanov als chef-dirigent van het ooit belangrijkste orkest van het land, het Staats Symfonie Orkest van de USSR. De box bevat ook opnamen o.l.v. Yuri Temirkanov, een opvolger van Evgeny Mravinsky, en een groot vertegenwoordiger van de St. Petersburg school, Rudolf Barshai, de stichter van het eerste Sovjet kamerorkest en degene die de veertiende symfonie van Sjostakovitsj inspireerde, en Maxim Shostakovich, de zoon van de componist, die de wereldpremière van de laatste, vijftiende symfonie dirigeerde. Heel, heel bijzonder, dus.

De unieke live- en studio-opnamen werden van 1961 tot 1984 gemaakt door de Sovjet/Russische Firma Melodiya. De studio-opname uit 1971 van de 15de symfonie o.l.v. Maxim, is des te opvallender omdat ze kort na de wereldpremière werd gerealiseerd in aanwezigheid en onder toezicht van vader/componist. Een onbevestigde legende onder de voormalige leden van het Moscow Radio Symphony Orkest was dat de opname samen met de andere, werd gewist nadat Maxim in 1981, tijdelijk naar het Westen was overgelopen. De unieke opname overleefde weliswaar tussen de Melodiya-fonogrammen. Van de 15 symfonieën bestaat overigens een integrale uitgave op het label Supraphon, alle o.l.v zoon Maxim. De uitgave van beide Melodiya boxen is een mijlpaal in de receptie geschiedenis en discografie van de 15 meesterwerken.Monumentaal, adembenemend!

Shostakovich Complete Symphonies Tatarstan National Symphony Orchestra Alexander Sladkovsky 13 cd box Melodiya MELCD 1002470

Shostakovich All Symphonies USSR Ministry of Culture Symphony Orchestra  Moscow Philharmonic Symphony Orchestra  USSR State Academy Symphony Orchestra Leningrad Philharmonic Orchestra Moscow Chamber Orchestra Moscow Radio Symphony Orchestra Mravinsky Kondrashin Svetlanov Rozhdestvensky Temirkanov Barshai Maxime Shostakovich 10 cd box Melodiya MELCD1002431


http://www.stretto.be/2018/03/11/brian-moynahans-boek-symfonie-van-honger-dood-en-hoop-uitgegeven-door-de-bezige-bij/#more-7351

http://www.stretto.be/2020/05/01/shostakovich-symphonies-nos-5-1-door-het-london-symphony-orchestra-o-l-v-gianandrea-noseda-op-het-label-lso-overweldigend/