Live! opname van het Pianoconcerto van Ferruccio Busoni, door pianist Kirill Gerstein, Men of the Tanglewood Festival Chorus en het Boston Symphony Orchestra, o.l.v. Sakari Oramo, op het label MYRIOS. Fenomenaal! Het “Urphänomen der Gestalt”.

Ooit een inspirerende figuur in het muzikaal leven van Berlijn, die een cruciale invloed had op o.a. Sibelius, Varèse, Schoenberg en Kurt Weill, wordt Ferruccio Busoni (1866-1924) meer en meer herontdekt door een nieuwe generatie musici en luisteraars. En hoe!

In de laatste beweging zingt een mannenkoor woorden uit de slotscène van het gedicht (verzendrama) “Aladdin” van Adam Oehlenschläger (1779-1850), die ook de woorden schreef van het Deens volkslied. De eerste uitvoering van het concerto vond plaats in de Beethoven-Saal in Berlijn, op 10 november 1904, tijdens één van Busoni’s eigen concerten met moderne muziek. Busoni was de solist en Karl Muck dirigeerde het Filharmonisch Orkest van Berlijn en het koor van de Kaiser-Wilhelm-Gedächtniskirche. De beoordelingen waren beslist gemengd. Sommige waren zelfs regelrecht vijandig of spottend.

De eeuw na zijn première heeft relatief weinig uitvoeringen gezien, dit door de duur, de immense orkestratie en complexe, muzikale textuur, het gebruik van een mannenkoor en de onvoorstelbare eisen die aan de solist worden gesteld. Het lijkt erop dat Beethoven in zijn Koorfantasie, op. 80, uit 1808, als eerste een koor voorschreef in een gezamenlijk werk met piano en orkest. Sindsdien zijn slechts een handvol werken gecomponeerd voor een soortgelijke bezetting, inclusief Daniel Steibelts Pianoconcert nr. 8 (voor het eerst uitgevoerd in 1820, in Sint-Petersburg) en het pianoconcert nr. 6 , op. 192 (1858) van Henri Herz. Deze beide pianoconcerti hebben ook een koorfinale. Busoni wilde het concerto opdragen aan zijn vriend William Dayas, maar die overleed in 1903. Zijn dochter Karin Dayas gaf in 1932 de eerste Amerikaanse uitvoering van het concerto.

William Humphreys Dayas (1863-1903) (foto) was een Amerikaanse pianist, pedagoog en componist, die één van de laatste leerlingen was van Franz Liszt. Dayas verloor zijn ouders al op jonge leeftijd, studeerde orgel en compositie, en verhuisde in 1881 naar Duitsland. Na studies bij Liszt gaf hij les aan Europese conservatoria, waaronder in Helsinki (1890-1893), waar zijn dochter, de pianiste en pedagoge, Karin Dayas (1892-1971), werd geboren. Daarna werkte hij als pianoleraar in Duitsland, New York en ten slotte als professor aan het Royal Manchester College of Music. William Dayas huwde in 1891 met Margaret Vocke, eveneens een leerlinge van Liszt. Hun dochter, Karin Elin Nadja Dayas (1892-1971) (foto) studeerde aan de Grossherzogliche Musikschule in Weimar en werd gesponsord door de groothertog. Ze won de Liszt-prijs op 14-jarige leeftijd en vervolgde haar studie aan het Conservatorium van Keulen.

In 1932 gaf ze de Amerikaanse première van Busoni’s pianoconcerto met het Cincinnati Symphony Orchestra onder leiding van Fritz Reiner. Dayas bouwde sinds 1926, een lange carrière op aan het Conservatorium van Cincinnati, waar ze 45 jaar lang les gaf. Haar leerlingen waren o.a. John White, de directeur van “Pro Musica”, de jazz vocalist, Ward Swingle, de arrangeur en (samen met Jeannine “Mimi” Perrin) de oprichter van “Les Double Six de Paris”/”The Swingle Singers”, en de pianiste, Babette Effron. Eén van de leden van de The Swingle Singers” was de sopraan, Christiane Legrand. Zij zong de rol van Madame Emery in “Les parapluies de Cherbourg”, en Judith in “Les demoiselles de Rochefort”, beide met muziek van haar broer…Michel. Karin Dayas was getrouwd met de in Duitsland geboren violist August Söndlin (1883-1966).

Tussen 1932 en 2009, verschenen 16 verschillende opnamen van het Pianoconcerto van Busoni. Busoni’s uitgebreid Pianoconcerto werd bv. in de jaren ‘60 opgenomen voor EMI door John Ogdon en de Royal Philharmonic o.l.v Daniel Revenaugh. Deze werd gevolgd door de opname van Garrick Ohlsson en het Cleveland Orchestra o.l.v. Christoph von Dohnányi (Telarc), en nog twee, allebei o.l.v. Mark Elder, de eerste, een opname van de Proms in 1988, met Peter Donohoe en de BBCSO (EMI), en de tweede met Marc-André Hamelin en het CBSO (Hyperion). Daarnaast is er ook de opname uit 2009 door Roberto Cappello met het Corale Luca Marenzio en het Orchestra Sinfonica di Roma o.l.v. Francesco La Vecchia (Naxos). Nu is er de (tweede) live opname door de fenomenale, Joods-Russisch-Amerikaanse pianist, Kirill Gerstein. Een nauwelijks haalbare maar fenomenale prestatie van zo maar eventjes  71:29 min.! De cd werd in maart 2017, live opgenomen in de Symphony Hall in Boston (foto).

Bij het beluisteren van deze fenomenale prestatie, kan men zich alleen maar aansluiten bij de opmerking van Alfred Brendel,”Deze uitvoering van Busoni’s pianoconcerto is net zo bovenmenselijk als het zou moeten zijn.” Kurt Weill schreef, “Ferruccio Busoni wordt de laatste Renaissance-man genoemd. Het is vreemd genoeg dat een dergelijk fenomeen in onze tijd is verschenen. We zullen zeker aan Leonardo denken. In hem vinden we ook die alomvattende spiritualiteit die ernaar streeft alle bereikbare sferen open te stellen. Zulke mensen zijn niet alleen onsterfelijk door hun werk, maar door de uitstraling van hun persoonlijkheid en door de geleidelijke invloed van hun menselijkheid. “

Busoni’s indrukwekkend, goed zeventig! minuten durend Pianoconcerto, in vijf uitgebreide bewegingen, is een werk van extremen, dat vergeleken kan worden met Liszts “Eine Faust Symfonie” (met slotkoor (Goethe’s “Chorus Mysticus”) en een tenorsolo), en Mahler’s monumentale “Achtste” (“der Tausend”). Deze onthullende nieuwe opname door pianist Kirill Gerstein met het Boston Symphony Orchestra en het mannenkoor van het Tanglewood Festival Chorus o.l.v. Sakari Oramo, is een mijlpaal in de recente, bredere bekendmaking van een buitengewoon genie dat met zijn geniale, eclectische stijl tussen deze van Brahms, Schubert, Rachmaninov en Prokofiev, een subliem vroeg- 20ste -eeuws alternatief bood voor de modernistische opstand van Stravinsky en Schönberg.

De structuur van het werk is als volgt : 

I. Prologo e Introito: Allegro, dolce e solenneII.

II. Pezzo giocoso

III. Pezzo serioso:

Introductio: Andante sostenuto

Prima pars: Andante, quasi adagio

Altera pars: Sommessamente

Ultima pars: a tempo

IV. All’Italiana: Tarantella: Vivace; In un tempo

V. Cantico: Largamente (met koor)

De eerste beweging,  “Prologo e introito”, is gemiddeld iets meer dan vijftien minuten lang, (eerst bijna vier minuten orkestrale intro) en is een brede, lyrische, uitgesproken Brahmsiaanse Allegro-beweging met volumineus, pianistisch akkoordenspel. Het tweede deel, een soort duivels Scherzo in de geest van Saint-Saëns’ “Danse macabre”, maakt gebruik maakt van “Italiaanse” ritmes en melodisch materiaal. De derde en langste beweging, “Pezzo serioso”, is een mystieke meditatie en exploratie in vier episoden, van de toonsoort van Des (met vijf zwarte toetsen), met een centrale climax, die opnieuw pianistisch uitdagend is en briljant gecomponeerd is voor zowel de piano als het orkest.

De vierde beweging, “All ‘Italiana”, is het meest gevarieerd in zijn gebruik van het orkest, met een immens virtuoze pianopartij, aantoonbaar moeilijker dan alles wat er in het werk reeds aan technische uitdagingen is voorgekomen. Er zijn ook twee cadensen voor deze beweging, één, inbegrepen in de afgedrukte partituur, de andere, een versterking van de cadens uit de editie voor twee piano’s. De laatste beweging, “Cantico” op de woorden uit de slotscène van Oehlenschlägers “Aladdin” voor mannenkoor, bevat veel thema’s uit de eerdere bewegingen.

De cd bevat daarenboven een luxueus, 88 bladzijden tellend boekje met zelden gepubliceerde foto’s en documenten uit het Busoni-archief van de Staatsbibliotheek in Berlijn. Daarin bespreken de Busoni-kenners, Albrecht Riethmüller van de Universität Frankfurt am Main en de Freie Universität Berlin, (de auteur van “Ferruccio Busonis Poetik” in “Neue Studien zur Musikwissenschaft”), en Lazar “Larry” Sitsky, (die piano studeerde bij o.a. Winifred Burston, een ex leerling van Busoni), Busoni’s creativiteit en de achtergrond van dit uniek, fenomenaal pianoconcerto. U kan hun teksten lezen in het Engels en in het Duits.

Kirill Gerstein (°1979) werd geboren in Voronezh in de Sovjet-Unie en begon piano te spelen toen hij…drie jaar oud was. Op 11-jarige leeftijd won hij zijn eerste wedstrijd, de Internationale Bach Wedtrijd in Gorzów in Polen. Hoewel hij klassieke piano studeerde, leerde hij ook jazz spelen door naar de platencollectie van zijn ouders te luisteren. Op 14-jarige leeftijd ontmoette hij de jazzvibrafonist Gary Burton (°1943) op een festival in St. Petersburg, wat leidde tot een beursaanbieding om jazzpiano te gaan studeren aan Berklee College of Music in Boston. Gary Burton, van het bekend Burton Quartet, die samen speelde met George Shearing en Stan Getz, is nl. adjunct-directeur van het Berklee College Of Music in Boston. Gerstein was met zijn 14 jaar!, de jongste student ooit toegelaten tot de prestigieuze school. Na zijn tijd op Berklee en een tweede zomer in Tanglewood, bezocht Gerstein de Manhattan School of Music, waar hij bij Solomon Mikowsky studeerde. Bij Mikowsky behaalde hij zowel zijn Bachelor- als Masters of Music-graad op de leeftijd van…20!

 (foto’s Marco Borggreve)

Gerstein vervolgde dan zijn studie bij Dmitri Bashkirov aan de “Escuela Superior de Música Reina Sofía” in Madrid, bij Ferenc Rados (°1934) (piano en kamermuziek) in Boedapest (Rados was ook de leraar van o.a. Zoltán Kocsis en András Schiff), en aan de Internationale Piano Academy aan het Comomeer. Gerstein won de First Prize at the Arthur Rubinstein International Piano Master Competition in 2001, kreeg in 2002 de Gilmore Young Artist Award, en won in 2010 de “Lincoln Center’s Avery Fisher Career Grant”. In 2015 won hij met zijn opname (World premiere recording) van Tsjaikofski’s eerste Pianoconcerto in de urtext edition van 1879, en Prokofievs tweede Pianoconcerto, de “ECHO Klassik Award” als “Concerto Recording of the Year.”

Ferruccio BUSONI Piano Concerto in C major, Op. 39 Kirill Gerstein Men of the Tanglewood Festival Chorus Boston Symphony Orchestra/Sakari Oramo cd MYRIOS MYR024

http://www.stretto.be/2020/08/23/william-alwyns-opera-miss-julie-op-het-label-chandos-eerherstel-en-een-ontdekking/

http://www.stretto.be/2019/07/09/indrukwekkende-piano-music-vol-11-van-ferruccio-busoni-door-wolf-harden-op-het-label-naxos/