Zomer, 1788. Mozart Symphonies nos. 39, 40 & 41 “Jupiter” door het Ensemble Resonanz o.l.v. Riccardo Minasi, op het label harmonia mundi. Verrassend, gedreven en verfijnd, en onvoorspelbaar.

Na het groot succes met hun schitterende opnames,gewijd aan C.P.E Bach en Haydn, gaat het Hamburgs Resonanz Ensemble verder met de verkenning van de laatste drie symfonieën van Mozart. De retorische dimensie, zo niet theatraal, van de beroemde trilogie, verschijnt hier in het volle sonoor licht en is onweerstaanbaar.

Mozart componeerde zijn laatste drie symfonieën in de zomer van 1788 voor een reeks abonnementsconcerten in het nieuw casino aan de Spiegelgasse in Wenen. Deze concerten hebben naar alle waarschijnlijkheid nooit plaatsgevonden. Er is trouwens geen bewijs dat deze symfonieën überhaupt zijn uitgevoerd tijdens het leven van Mozart, hoewel de kans groot is dat de symfonie in sol klein nr. 40, K550 ten minste één keer is gespeeld. Volgens Alfred Einstein componeerde Mozart zijn 39ste symfonie naar het voorbeeld van de Symfonie nr. 26 van Michael Haydn (Salzburg, 1783). In 1762 werd Michael Haydn (foto), de jongere broer van Joseph Haydn,  benoemd tot concertmeester en dirigent van de bisschop in Salzburg. Dit ambt bekleedde hij 43 jaar lang. In Salzburg raakte hij bevriend met Mozart, die zijn werk zeer waardeerde.

Na deze drie symfonieën keerde Mozart nooit meer terug naar de symfonie als genre. Mozart overleed overigens 5 december 1791. De drie symfonieën werden gecomponeerd voor een vergelijkbare orkestbezetting met enkele kleine verschillen. In de 39ste zijn er geen hobo’s, terwijl er in de 40ste geen klarinetten, trompetten en pauken zijn. Mozart zou in een herziene versie klarinetten toevoegen aan de 40ste. Alle instrumenten zijn daarentegen wel aanwezig in de indrukwekkende 41ste. Met uitzondering van de menuetten en de tweede beweging van de Symfonie nr. 39, werden alle bewegingen van de drie symfonieën, in de klassieke sonatevorm gecomponeerd.

De melancholische symfonie nr. 40, die al meer dan twee eeuwen door het publiek wordt bewonderd, is bijna kamermuziek in termen van het orkest. In de dromerige tweede beweging zijn de partijen van de strijkers dicht aan elkaar geweven, zoals in liefdesduetten van Italiaanse opera’s uit die tijd. Het beroemd dramatische menuet contrasteert met een ceremonieel trio. Tot op zekere hoogte doet de finale denken aan de geest van de gepassioneerde en onstuimige Afscheidssymfonie nr. 45 uit 1772, van Haydn.

Het was niet Mozart die de naam “Jupiter” bedacht voor de 41ste symfonie. Die naam werd waarschijnlijk toegekend vanwege zijn kracht, en vanwege een detail. De eerste drie akkoorden van het tutti orkest, riepen bij het publiek, associaties op met de Romeinse oppergod van hemel en onweer. De bijnaam werd waarschijnlijk bedacht door de impresario, Johann Peter Salomon of door Johann Baptist Cramer in een arrangement van de symfonie voor piano. De naam “Jupiter” refereerde aan het krachtige, Olympische karakter van de muziek. De naam “Jupitersinfonie“ verscheen voor het eerst op het Edinburgh Muziekfestival van oktober 1819. Over het algemeen is de muziek van de symfonie weliswaar niet verbonden met mythologie, maar eerder met spirituele zelfontwikkeling.

De constante, gestage en geleidelijke opbouw gedurende de hele eerste beweging gaat verder in de schitterende tweede beweging. Na de dwingende aantrekkingskracht van de blaasinstrumenten, wordt het verfijnd menuet plotseling geboren en wordt de muziek gevuld met inspiratie. De vier noten van het hoofdthema van de finale verschijnen trouwens voor het eerst in het Trio van het menuet. Het is opvallend dat dit ook voorkwam in de allereerste symfonie van Mozart, die hij componeerde toen hij nog een kind was. In Mozarts 41ste werd de finale, geïnspireerd door de Symfonie in D, “Der Sturz Phaëtons” uit 1785 van Carl Ditters von Dittersdorf (1739-1799). voor het eerst in de geschiedenis van de symfonische muziek, de belangrijkste beweging. Hier demonstreerde Mozart zijn grote vaardigheid in contrapunt, hier combineerde hij haast eindeloos de verschillende thema’s in steeds nieuwere combinaties tot in de coda, alle individuele elementen, uiteindelijk samenkomen. Geniaal!

Riccardo Minasi, geboren in 1978 in Rome, is een Italiaanse violist en dirigent, gespecialiseerd in barokmuziek uitgevoerd op historische instrumenten. Hij kreeg zijn eerste muzieklessen van zijn moeder en studeerde vervolgens eerst moderne viool bij Paolo Centurioni en Alfredo Fiorentini. Toen hij zich tot de barokviool en het toegewijd repertoire wendde, volgde hij les bij Enrico Parizzi en Luigi Mangiocavallo. Minasi speelde als solist en concertmeester in veel ensembles, waaronder Les Concert des Nations van Jordi Savall, de Accademia Bizantina, Concerto Italiano, Il Giardino Armonico, Concerto Vocale o.l.v. René Jacobs, Collegium 1704 en het Ensemble 415 o.l.v. door Chiara Banchini.

Tot de belangrijkste musici met wie hij samen speelde behoren Enrico Onofri, Viktoria Mullova, Albrecht Mayer, Christophe Coin, Sergio Azzolini en Reinhard Goebel. Als dirigent werkte hij met een aantal gerenommeerde ensembles, waaronder de Potsdam Chamber Academy, het Zurich Chamber Orchestra, het Balthasar-Neumann-Ensemble en het Helsinki Baroque Orchestra, waarvan hij sinds 2008 dirigent is. In 2007 richtte hij het kamermuziekensemble ‘Musica Antiqua Roma’ op, gespecialiseerd in het 17de– en  18deeeuws repertoire, met speciale aandacht voor Romeinse componisten van die tijd.

Mozart Symphonies nos. 39 – 40 – 41 “Jupiter” Ensemble Resonanz Riccardo Minasi 2 cd harmonia mundi HM902629.30

http://www.stretto.be/2018/04/26/cello-concerti-en-een-symfonie-van-carl-philipp-emanuel-bach-door-cellist-jean-guihen-queyras-op-het-label-harmonia-mundi/