Ontdek “Carlo Arrigoni, Tiranni affetti, Works for Mandolin and Voice” door Accademia degli Erranti, op het label Dynamic. Heel bijzonder!

Deze opvallend originele release is een wereldpremière die ons in staat stelt het verbazingwekkend talent van de onbekende, 18e-eeuwse componist, Carlo Arrigoni te herontdekken. Hij componeerde oratoria, opera’s, aria’s en cantates, en instrumentale muziek.De uitvoerders noemen zich de Accademia degli Erranti.

De Accademia degli Erranti was een literaire academie die in 1619 in Brescia werd opgericht door een groep intellectuelen. De zetel van de academie was in het Teatro Grande, een domein dat in 1643 door de Republiek Venetië was toegekend. Onder de literatoren die deelnamen waren Ottavio Rossi, Pietro Paolo Ormanico, Carlo Francesco Pollarolo en Bartolomeo Dotti. De Franciscaan, Fortunato da Brescia, hield er in 1734 een belangrijke wiskundelezing. De gitarist, leraar en componist, Francesco Corbetta, was één van de musici. Hij werkte als één van de grootste virtuozen van de barokgitaar aan het koninklijk hof van Lodewijk XIV in Parijs en vertrok daarna naar Londen.

Carlo Arrigoni (1697-1744) was een Italiaanse componist en musicus die in de eerste helft van de 18de eeuw in verschillende landen actief was. Hij werd geboren in Florence, maar er is weinig bekend over zijn vroege jaren of muzikale opleiding. Zijn eerste oratorium werd in 1719 opgevoerd in zijn geboortestad en werd gevolgd door “Il Pentimento d’Accabo” (“De bekering van Accabo”, 1722), een toonzetting voor vijf stemmen van een gedicht van zijn familielid, padre Crisostomo Arrigoni. Zijn opera “La Vedova” (“De weduwe”) werd datzelfde jaar ook opgevoerd in Foligno, nu in de Midden-Italiaanse regio Umbrië in de provincie Perugia. De volgende keer dat Arrigoni te horen was, was in Brussel( toen een deel van de Oostenrijkse Nederlanden), waar in 1728 “Il Pentimento d’Accabo” werd opgevoerd.

Begin 1730 werkte hij aan de Dublin Academy of Music en trok in 1732 vervolgens naar Londen. Daar publiceerde hij kamercantates, opgedragen aan de Engelse koningin Caroline van Ansbach (foto), en maakte hij tot 1736 deel uit van het muzikaal leven van de hoofdstad. In april 1733 voerde Arrigoni zijn eigen concerto voor luit uit en werd daarna geassocieerd met de net opgerichte “Opera of the Nobility” in oppositie met Händel. Door opvoeringen van zijn opera “Fernando” werd hij vermeld in John Arbuthnots satirisch pamflet, “Harmony in an Uproar” (1733). John Arbuthnot, de bedenker van de denkbeeldige figuur, John Bull als symbool van Engeland, vermeldde Arrigoni onder de vorm van een pastiche van Arrigoni’s opera, onder de naam “The King of Arragon”.

De Opera of the Nobility of Nobility Opera was een operagezelschap dat in 1733 werd opgericht en gefinancierd werd door een groep edelen onder leiding van Frederick, Prince of Wales (foto), dat wedijverde met de Royal Academy of Music company, geleid door Händel en ondersteund door de ouders van Frederick, George II en Queen Caroline. Nicola Porpora werd uitgenodigd als muzikaal leider, het bedrijf had de castraat Senesino in dienst, die ruzie had met Händel, en was gevestigd in een theater in Lincoln’s Inn Fields van John Rich, dat beschikbaar was gekomen tijdens Rich’ opening van het Theatre Royal, Covent Garden. De eerste operaproductie van het gezelschap was “Arianna in Nasso” van Porpora, een directe uitdaging voor Händels “Arianna in Creta”.

De onderneming was in het eerste seizoen van 1733-1734 geen succes. Hoewel Farinelli er laat in het seizoen bij kwam en hij het financieel wat meer solvabel maakte, kon hij uiteindelijk het faillissement niet voorkomen. Aan het einde van het eerste seizoen nam het het King’s Theatre over van Händel. Het bedrijf ging echter failliet en werd in 1737, kort na de benoeming van Giovanni Battista Pescetti als muzikaal leider, ontbonden, maar niet voor het enkele van Händels beste zangers, zoals Francesca Cuzzoni en Antonio Montagnana, had aangetrokken en ook Händels bedrijf tot een faillissement had gedwongen. De overblijfselen van de twee bedrijven voegden zich voor het seizoen 1737-1738, samen in het King’s Theatre. Een laatste onderneming werd in 1740 opgericht door Charles Sackville, 2nd Duke of Dorset en Earl of Middlesex (foto), maar deze overleefde niet lang.

Na een grote tournee naar continentaal Europa in 1737 en 1738 keerde Middlesex in januari 1739 terug naar Engeland en organiseerde hij in Covent Garden een opera, “Angelico e Medoro”, met muziek van Giovanni Battista Pescetti op een libretto van Metastasio. Dit was bedoeld als een showcase voor de blijkbaar beperkte talenten van de sopraan, Lucia Panichi, “La Muscovita”, die de minnares was van Middlesex. Hij had ook de ambitie om de Italiaanse opera in Londen te doen herleven, een idee die de impresario, Johann Jakob Heidegger, in het King’s Theatre, Haymarket, onlangs had laten varen vanwege de te hoge kosten. Middlesex organiseerde in 1739-1740 een seizoen in het Little Theatre, Haymarket, maar hij slaagde er niet in om voldoende abonnementen op te halen om het volgende jaar door te gaan. Voor het seizoen 1741-42 ging hij een partnerschap aan met zeven andere edellieden. Deze tweede Opera of the Nobility kon finaal nog drie jaar doorgaan in het King’s Theatre, Haymarket.

Arrigoni werd niet alleen bekend als uitvoerder op luit en klavecimbel, maar ook als zanger. Uiteindelijk werd hij zelfs na het faillissement van de Opera of the Nobility, gerekruteerd om deel te nemen aan producties van Händel. In 1736 was hij bv. luitspeler bij de première van Händels koorwerk “Alexander’s Feast” en zijn concerto voor luit (opus 4.6), en trad hij op als tenor in Händels cantate, “Cecilia, volgi un sguardo”. Vanuit Londen ging Arrigoni twee jaar naar Wenen, waar hij verschillende cantates en zijn oratorium “Ester” (1738) produceerde. Bij zijn terugkeer in Florence werd hij benoemd tot componist van de groothertog van Toscane. Zijn opera’s “Sibace” en “Scipione nelle Spagne” werden opgevoerd in 1739. De tweede was een toonzetting van hetzelfde libretto als Händels gelijknamige opera uit 1726. In 1743 werd een toonzetting van een ander gedicht van Crisostomo Arrigoni uitgevoerd tijdens een religieus concert. Arrigoni componeerde ook instrumentale muziek. Zijn kamersonates hebben nu een groeiende waardering. Hij overleed in Florence.

U ontdekt de cantates, “Cervetta amorosa” en “Perdona o cara amorosetta Fille”, de aria’s voor stem en continuo, al dan niet met viool solo, “Dir ch’io deggia piangere”, “Infranti I ceppi del cicco amore”, “Lusinga il pensier mio”, en “Scherza innocente gregge”, en een Sonata voor mandoline, viool solo & b.c. in D en twee Sonata’s voor mandoline en continuo in mi klein. Davide Ferella bespeelt een zessnarige mandoline van Federico Gabrielli, naar een Placentiae uit 1750, en de b.c. bestaat uit cello (Claudia Poz), aartsluit (Diego Cantalupi) en orgel (Gabriele Levi). De magnifiek gezongen teksten kan u volgen in het bijbehorend boekje.De werken roepen een diversiteit aan gevoelens op, van aria’s doordrenkt met verdriet en ontgoocheling, tot lichtere, meer speelse muziek, gekenmerkt door levendige ritmes. Arrigoni combineerde op bewonderenswaardige wijze verschillende stijlen en invloeden, wat resulteerde in een toch wel zeer persoonlijke en overtuigende stijl. De sonates voor mandoline op deze cd zijn in 2018 gepubliceerd door Davide Ferella zelf, terwijl de vocale nummers nog steeds niet gepubliceerd zijn en als manuscript bewaard worden in de Yale-bibliotheek. Heel bijzonder!

Carlo Arrigoni Tiranni Affetti Works for Mandolin and Voice Accademia Degli Erranti Davide Ferella mandolin Marta Fumagalli mezzo-soprano cd Dynamic CDS7878

http://www.stretto.be/2018/08/05/arrangementen-van-muziek-van-johann-sebastian-bach-door-violist-enrico-gatti-klavecinist-rinaldo-alessandrini-en-mandolinespeler-davide-ferella-op-de-labels-glossa-en-dynamic-records-heel-origineel/