Douglas Smith, “Verloren adel, De laatste dagen van de Russische aristocratie”, een aangrijpende uitgave van Balans.

“Verloren adel” is een beklemmend boek over de vergeten geschiedenis van de eerste slachtoffers van de Russische Revolutie, de aristocratie. Overvallen door de bolsjewieken, werden ze meegesleurd in de schepping van het nieuw Rusland, dat echter het Rusland van Stalin zou worden. Het is het verhaal van een eeuwenoude elite die bruut werd onteigend en uitgeroeid, samen met de rest van het oude Rusland.Na de Oktober revolutie in 1917, was de adel van meet af aan, het doelwit van de bolsjewieken en werden hun huizen, landgoederen, juwelen en andere bezittingen onteigend. Met het uitbreken van de Russische burgeroorlog, verslechterde de situatie nog door grootschalige honger en de waanzin van de willekeurige arrestaties van leden van de voormalige aristocratie. Toch wisten velen van de families Sjeremetjev, Golitsyn en andere adellijke geslachten, het hoofd boven water te houden, omdat zij over kennis en vaardigheden beschikten die het Communistisch regime nodig had.
De Sjeremetjevs waren afstammelingen van Boris Petrovitsj Sjeremetev (1652-1719) (foto), een diplomaat en veldmaarschalk tijdens de Grote Noordse Oorlog, die in 1706, de eerste graaf van Rusland werd. Prins (knjaz) Nikolaj Dimitrijevitsj Golitsyn (1850-1925) (foto), de zoon van prins Dimitri Borisisovitsj Golitsyn (1803-1864) en prinses Sophia Nikolajevna Golitsyn, geb. gravin Poesjkina (1827-1876), stamde uit de oude adellijke familie Golitsyn of Galitzine, die oorspronkelijk afkomstig was uit het groothertogdom Litouwen.Dokters, advocaten of landbouwkundigen stamden allemaal uit adellijke families. Maar, rond 1900, werkte 80% van de Russische bevolking als boer op het land van de aristocratische grootgrondbezitters. In het beste geval, werden sommige leden van de adel na de Revolutie, conservator in dienst van de overheid op hun voormalige landgoederen, anderen werden ambtenaar of werden leraar Frans. Met de komst van de Nieuw Economische Politiek (NEP) wisten enkelen zelfs een eigen onderneming te starten. Maar, in de loop van de jaren ’20, nam de kritiek op de NEP toe en stak ook de onvrede de kop op over wat de revolutie nu eigenlijk bereikt had voor de gewone Rus. Wederom werd de voormalige adel het doelwit van Sovjetpropaganda en volkswoede. Het weinige dat aristocraten nog over hadden, werd hen afgenomen en de meesten werden ontslagen, alleen omwille van het feit dat ze voormalige edelen waren.Alle leidende en intellectuele functies in o.a. het leger, de administratie, economie en onderwijs, waren in handen van de adel. Sinds Peter De Grote, was die bevolkingsgroep erg westers georiënteerd. De adel sprak Frans en converseerde in het Frans over de ideeën van de Verlichting. Naast hen was er een sterke groep van edellieden die vond dat Rusland een eigen cultuur had. Ze hingen een panslavisme aan, gesteund op het Slavisch-orthodox geloof. Daarenboven waren tal van revolutionairen zelf van adel.
Feliks Dzerzjinski (foto), het hoofd van de geheime dienst Tsjeka, de voorloper van de KGB, stamde uit een Poolse aristocratenfamilie. Heel wat jonge edellieden hadden sympathie voor de nieuwe sociaaldemocratische en liberale stromingen in Rusland, maar anderen bleven trouw aan tsaar Nicolas II en de Romanovs. Tijdens het regime van de tsaar was bv. Michail Toechatsjevski (foto), luitenant in het Russisch leger. Na de revolutie koos hij de kant van het Rode Leger. In 1920 werd hij zelfs opperbevelhebber, tot hij bij Stalin in ongenade viel en na een geheim proces, in 1937 geëxecuteerd werd. De jonge Sjostakovitsj behoorde tot de kunstzinnige kring rond maarschalk Toechatsjevski.Rond 1922, aan het einde van de Russische burgeroorlog, hadden veel aristocratische families het land verlaten. Wanneer Stalin in 1937-1938, toesloeg met zijn Grote Terreur, belandden de overgebleven edellieden vaak in de goelag of werden ze geëxecuteerd, vaak zonder dat hun familie op de hoogte werd gebracht. Velen uit de voormalige tsaristische bovenlaag worstelden zich weliswaar door het verlies van hun wereld en de daaropvolgende jaren van onderdrukking heen, en probeerden in de nieuwe, vijandige orde van de Sovjet-Unie een plaats voor henzelf en hun gezin te bemachtigen. Geen enkele gevluchte familie heeft echter haar fortuin buiten Rusland kunnen onderbrengen. Aan de hand van het lot van twee vooraanstaande aristocratische families, de Sjeremetjevs en de Golitsyns, laat Smith zien hoe zelfs tijdens de donkerste dagen van terreur, het dagelijks leven gewoon doorging.“Verloren adel” (“Former People. The last days of the Russian Aristocracy”), vertaald door Gerrit Jan Zwier, is geschreven met veel inlevingsvermogen maar ook met gevoel voor nuance. Het is niet alleen een dramatisch portret van de eens zo rijke en machtige Russische aristocratie, het boek is ook een meeslepende geschiedenis van Rusland in de eerste helft van de 20ste eeuw. Episch qua reikwijdte en omvang, nauwkeurig in detail en hartverscheurend in zijn menselijk drama, is “Former People”, het eerste boek dat de geschiedenis vertelt van de aristocratie in de maalstroom van de gruwel van de bolsjewistische revolutie en de oprichting van Stalins Rusland. Het is het verhaal over hoe een eeuwenoude elite, beroemd om haar schitterende rijkdom, haar dienst aan de tsaar en het rijk, en haar verregaande promotie van kunst en cultuur, samen met de rest van het oude Rusland, werd onteigend en vernietigd. Door het lot van twee grote aristocratische families, de Sheremetevs en de Golitsyns, te beschrijven, onthult het hoe zelfs in de donkerste diepten van de terreur, het dagelijks leven doorging. Met gevoeligheid en nuance verteld door de veelgeprezen historicus Douglas Smith, is “Former People”/”Verloren adel”, het dramatisch portret van twee van Ruslands machtigste aristocratische families en een ingrijpend verslag van hun land in een gewelddadige overgang. Douglas Smith haalde zijn informatie uit brieven, dagboeken en foto’s bij de families zelf. Graaf Sjeremetev bv. heeft zijn leven lang, tot zijn overlijden in 1943, nauwgezet dagboeken bijgehouden. De schrijnende, menselijke tragedie van het lot van de Russische adel, werd door Smith aangrijpend beschreven. Niet te missen.
De Amerikaans geschiedkundige, vertaler en schrijver, Douglas Smith (°1962) uit Minnesota, studeerde Duits en Russisch aan de universiteit van Vermont en behaalde een PhD in Geschiedenis aan de universiteit van Californië in Los Angeles. Hij werkte jarenlang voor het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken in de Sovjetunie en spreekt vloeiend Russisch en Duits. De lijst van historische en persoonlijke documenten die hij heeft doorgenomen is indrukwekkend. Hij schreef o.a. voor The New York Times en Wall Street Journal. Daarnaast is hij analist voor Russische zaken voor Radio Free Europe. Hij schreef o.a. “Working the Rough Stone: Freemasonry and Society in Eighteenth-Century Russia”(1999), “Love and Conquest: Personal Correspondence of Catherine the Great and Prince Grigory Potemkin” (2004), “The Pearl: A True Tale of Forbidden Love in Catherine the Great’s Russia” (2008), “Rasputin: Faith, Power, and the Twilight of the Romanovs” (2016), en “The Russian Job: The Forgotten Story of How America Saved the Soviet Union from Ruin” (2019).Douglas Smith Verloren adel. De laatste dagen van de Russische aristocratie 520 bladz. Uitgeverij Balans ISBN 9789460036033