Stefan Zweig, “Joseph Fouché, Portret van een politicus”, uitgegeven door Ijzer. Een meesterlijke vertelling.

Stefan Zweig heeft met zijn schitterende biografieën (over o.a. Marie Antoinette en Maria Stuart) honderdduizenden lezers weten te boeien. Van alle figuren die hij op onnavolgbare wijze heeft getekend is Joseph Fouché (1759-1820) misschien wel de interessantste. Fouché heeft zich nl. als tegenspeler en/of medespeler van Robespierre, Napoleon en Talleyrand, onder elk bewind weten te handhaven, dankzij zijn geslepenheid en zijn volkomen gemis aan gewetensbezwaren.Joseph Fouché (foto) paste zich nl. aan elke politieke beweging van zijn tijd aan, zonder daarbij een principiële positie in te nemen. Na Fouché’s eerder verzoek om clementie voor koning Lodewijk de Zestiende, stemde diezelfde Fouché zonder scrupules voor de veroordeling van de koning tot de guillotine. Na eerst Robespierre (foto) te hebben gesteund, droeg hij daarna bij aan diens val. Onder het Directoire weet hij het tot minister van politie te schoppen waarna hij helpt het Directoire omver te werpen. Vervolgens stelt hij, als minister van politie, zijn netwerk van informanten in dienst van Napoleon. Na zich tegen de keizer te hebben gekeerd, buigt Fouché diep en eerbiedig voor de nieuwe koning Lodewijk de Achttiende, wiens broer hij naar de guillotine had gestuurd.

“Op 21 mei 1759”, zo schrijft Zweig, “wordt Joseph Fouché – nog lang niet hertog van Otranto – in de havenstad Nantes geboren. Zijn ouders zijn zee- en kooplieden, zijn voorouders waren niet anders; niets ligt dus meer voor de hand dan dat ook de zoon en erfgenaam naar zee gaat, als koopman of als scheepskapitein. Maar al vroeg blijkt: deze tengere, uit zijn krachten gegroeide, anemische, nerveuze, lelijke jongen mist elke geschiktheid voor een zo hard en destijds echt nog heldhaftig beroep. Twee mijl uit de kust en hij wordt al zeeziek, een kwartiertje hollen of een jongensspelletje en hij is al moe. Wat dus te doen met een zo teer uitgevallen spruit, vragen de ouders zich niet zonder zorg af, want het Frankrijk van omstreeks 1770 biedt eigenlijk nog geen ruimte aan een geestelijk reeds ontwaakte en ongeduldig opdringende burgerij.”“Joseph Fouché is ten tijde van zijn verkiezing tweeëndertig”, zo vervolgt Zweig later in zijn boek. “Geen knappe man, dat beslist niet. Een broodmager, haast spookachtig schraal lichaam, een smal gezicht met hoekige lijnen, lelijk en onaangenaam. Een scherpe neus, scherp en smal ook de altijd gesloten mond, visachtig koud de ogen onder zware, bijna slaperige oogleden, de pupillen zo katachtig grauw als bolrond glas. Alles in dit gezicht, alles aan deze man is even karig met levenssap gedoseerd. Hij ziet eruit als een mens bij gaslicht, vaal en groenig. Geen glans in de ogen, geen sensualiteit in de bewegingen, geen staal in de stem. Zijn haar is dun en piekerig, de wenkbrauwen rossig en nauwelijks zichtbaar, de wangen vaalgrijs. Het is alsof er niet voldoende kleurstof aanwezig is om dit gezicht een gezonde kleur te geven; altijd ziet deze taaie, onvoorstelbare werkezel eruit als een vermoeide, als een zieke, een herstellende.”In “Joseph Fouché, Portret van een politicus” tekent de meesterlijke verteller Zweig deze intrigant van het hoogste niveau ten voeten uit. Uit deze biografie blijkt eens te meer dat Zweig als geen ander het gevoel voor het dramatisch element in de geschiedenis bezat. Als geen ander ook wist hij zijn figuren psychologisch te doorschouwen door op zoek te gaan naar de mens achter de publieke figuren en de gevoelens achter de handelingen. U leest achtereenvolgens over “Opkomst 1759-1793”, “de ‘mitrailleur de Lyon’ 1793”, “de strijd met Robespierre 1794”, “minister van het Directoire en het Consulaat 1799-1802”, “minister van de keizer 1804-1811”, “de strijd tegen de keizer 1810”, “onvrijwillig intermezzo 1810-1815”, “de eindstrijd met Napoleon 1815” en “De Honderd Dagen, val en ondergang 1815-1820”. De Franse republikeinse kalender en vertalingen van de Franse, Italiaanse en Latijnse teksten besluiten het boek.

Stefan Zweig (1881-1942) (foto)trekt wereldwijd nog steeds een miljoenenpubliek met zijn novellen, essays en biografische werk. Ook in het Nederlands van Zweig de prachtige biografieën: Marie Antoinette en Maria Stuart. Evenals drie lezingen: Aan de Europeanen van vandaag en morgen. In “Joseph Fouché – Portret van een politicus” tekent de meesterlijke verteller Zweig deze intrigant van het hoogste niveau ten voeten uit. Uit deze biografie blijkt eens te meer dat Zweig als geen ander het gevoel voor het dramatische element in de geschiedenis bezat; als geen ander wist hij zijn figuren psychologisch te doorschouwen door op zoek te gaan naar de mens achter de publieke figuur en de gevoelens achter de handelingen. “Joseph Fouché – Portret van een politicus” werd uit het Duits door Frédérique van der Velde.Stefan Zweig  Joseph Fouché – Portret van een politicus 252 bladz. uitg. Ijzer ISBN 978-90-8684-211-7

http://www.stretto.be/2019/06/18/meesterlijke-marie-antoinette-van-stefan-zweig-in-een-herziene-nederlandse-vertaling-uitgegeven-door-ijzer/