Met dank aan “La Revue musicale”,“Le Tombeau de Claude Debussy, Musical tributes to Debussy”, op het label Naxos. Niet te missen!

In december 1920, twee jaar na het vroegtijdig overlijden van Claude Debussy, publiceerde de redactie van het gerenommeerd Parijs muziektijdschrift, “La Revue musicale”, een speciale uitgave ter nagedachtenis van de geniale componist. Centraal stond een gezamenlijke herdenkingscompositie van vooraanstaande componisten uit die tijd. Elk bracht een eerbetoon aan de overleden meester in hun eigen typische stijl, terwijl ze ook reflecteerden op Debussy’s esthetiek, waardoor een soort muzikaal beeld van Parijs in deze unieke, historische periode ontstond. Henry Prunières (1861-1942) (foto), de directeur van het tijdschrift, had gevraagd om tien afzonderlijke stukken te integreren in een speciale cyclus, genaamd “Le Tombeau de Claude Debussy” en om de partituren toe te voegen als bijlage aan dit speciaal herdenkingsnummer. Hij wilde een “hommage international à la mémoire de Debussy qui sera un véritable ‘monument’ comme ceux que les poètes de la Renaissance élevaient aux artistes qu’ils avaient aimés”. Aan de schilder, Raoul Dufy, werd gevraag het voorblad van de partituur te illustreren met een inspirerende zwart-wit tekening. Tien componisten gaven gehoor aan de oproep. Het waren Igor Stravinsky, Béla Bartók, Maurice Ravel, Erik Satie, Paul Dukas, Manuel de Falla, Albert Roussel, Florent Schmitt, Eugene Goossens en Gian Francesco Malipiero. Elk van hen componeerde iets in zijn eigen typische stijl, maar tegelijkertijd reflecteerden veel van de stukken op de esthetische wereld van Debussy en riepen ze verschillende aspecten van zijn uniek muzikaal erfgoed op. Het feit dat de deelnemende componisten van verschillende leeftijden waren en een brede en diverse culturele achtergrond hadden, leidde tot een concept van een zeer heterogene en multi-stilistische bloemlezing. Bovendien vertegenwoordigen de werken het breed scala aan esthetiek en praktijken die gebruikelijk waren in het Parijs van na de Eerste Wereldoorlog. In 1922 publiceerde La Revue musicale ook nog een “Hommage à Gabriel Fauré” (foto) met bijdragen van gewezen leerlingen van Fauré aan het Conservatorium in Parijs, Maurice Ravel, Georges Enesco, Louis Aubert, Florent Schmitt, Charles Koechlin, Paul Ladmirault en Jean Roger-Ducasse. Deze werd in 1924 gevolgd door een gelijkaardige uitgave rond de dichter, Ronsard (foto) met bijdragen van Paul Dukas, Albert Roussel, Louis Aubert, André Caplet, Arthur Honegger, Roland-Manuel, Maurice Delage en Maurice Ravel. Ter gelegenheid van de 100ste verjaardag van Debussy’s geboorte, componeerde de Franse componist, Maurice Ohana (1913-1992), in 1962, eveneens een “Tombeau”, maar dan voor stem en orkest, als muzikaal eerbetoon aan de grote, Franse meester.De première van de gezamenlijke “Tombeau de Claude Debussy” was in de Salle des Agriculteurs op 24 januari 1921, als onderdeel van een concert van de Société musicale indépendante, met Ernst Levy op piano, Hélène Jourdan-Morhange op viool, Maurice Maréchal op cello, Marie-Louise Casadesus op de harp-luit van Gustave Lyon (1857-1936), en met de medewerking van de zangeres, Magdeleine Greslé. De bijdragen waren zeer verscheiden en de meeste deelnemers hergebruikten later hun bijdragen in onafhankelijke werken. Zo werd de beweging die Ravel voor viool en cello componeerde, het openingsdeel van zijn Sonate voor viool en cello. Stravinsky verwerkte zijn koraal in de laatste pagina’s van de Symphonies of Winds, die kort daarna werden voltooid, Bartók nam zijn pianostuk op in zijn improvisaties op Hongaarse boerenliederen, die hij publiceerde als zijn op.20, en Florent Schmitt verwerkte zijn stuk in zijn pianocyclus, “Mirages”.De stukken werden geschreven voor verschillende instrumentale bezettingen. “Le Tombeau” bevatte nl. naast stukken voor piano solo, een kamermuziekwerk, een korte gitaarcompositie en een vocale miniatuur, evenals een koraal voor een groot blazersensemble. Naast het belang van het werk als een zeldzame, stilistische dwarsdoorsnede van een van de meest uiteenlopende periodes in de muziekgeschiedenis, biedt het een fascinerende kijk op de manier waarop Debussy, de toonaangevende revolutionaire componist van rond de eeuwwisseling in Europa, beschouwd werd door de prominente vertegenwoordigers van de naoorlogse muziekwereld. Hoewel sporadische fragmenten uit de cyclus af en toe werden uitgevoerd en delen ervan zelfs in verschillende contexten zijn opgenomen, presenteert deze opname voor het eerst honderd jaar na de voltooiing van het origineel, de volledige reikwijdte van het Tombeau-project, inclusief de werken die ervan zijn afgeleid.De uitvoerders zijn Tomer Lev, piano, Janna Gandelman, viool, Dmitry Yablonsky, cello, Ruben Seroussi, gitaar, Sharon Rostorf-Zamir, sopraan, en het Buchmann-Metha Symphony Orchestra, Tel Aviv University o.l.v. Zeev Dorman.

Afgestudeerd aan de Thelma Yellin High School for the Arts, studeerde Tomer Lev (foto) piano bij zijn moeder, de pianiste Naomi Lev, en compositie bij Tzvi Avni. Hij voltooide zijn B.Mus- en M.Mus-graden aan de Rubin Academy van de Universiteit van Tel Aviv bij de pianisten Arie Vardi en Victor Derevianko, en behaalde zijn doctoraat bij de pianist, Gilbert Kalish aan de State University of New York in Stony Brook. Tomer Lev is het hoofd van de Buchmann-Mehta School of Music (foto). In 2004 was hij nl. samen met het Israel Philharmonic Orchestra, dirigent Zubin Mehta en de zakenman Joseph Buchmann (foto), een van de oprichters van die school en werd hij aangesteld als de eerste directeur. De school leidt jonge Israëlische topmusici op en een toekomstige generatie voor het Israel Philharmonic Orchestra. Tomer Lev speelde voor het eerst met de Jerusalem Symphony op 15-jarige leeftijd en sindsdien werkte hij nauw samen met alle Israëlische orkesten, waaronder verschillende concertseries met de Israel Philharmonic onder leiding van o.a. Zubin Mehta, Yoel Levi en Jerzy Semkow. Als kamermusicus maakte hij deel uit van het Israel Piano Trio en toerde met het ensemble in Europa en Zuid-Amerika. In 2011 startte Tomer Lev het MultiPiano-project, een modulair piano-ensemble met de volgende generatie jonge Israëlische pianisten, gewijd aan de rijke literatuur voor klavierensembles, van piano 4-handig tot multi combinaties. “MultiPiano” werd wereldwijd gepresenteerd en werd in 2015 bekroond met de Israeli Ministry of Culture Award voor het “Best Israeli Chamber Ensemble”.Tracklist :

-Paul Dukas : La plainte, au loin, du faune …

-Manuel de Falla : Homenaje (version for piano)

-Florent Schmitt : A la mémoire de Claude Debussy: Et Pan, au fond des blés lunaires, s’accouda (No. 1 from Mirages, Op. 70)

-Erik Satie : (Text : Alphonse Marie Louis de Lamartine,1790-1869) A la mémoire de Claude Debussy – En souvenir d’une admirative et douce amitié de trente ans: Que me font ces vallons

-Gian Francesco Malipiero : Hommage à Claude Debussy: Lento-Igor Stravinsky : Fragment des Symphonies pour instruments à vent à la mémoire de Claude Achille Debussy

-Eugene Goossens : Hommage à Debussy, Op. 28

-Bela Bartók : Sostenuto, rubato (No. 7 from Improvisations on Hungarian Peasant Songs, Op. 20 (BB 83)

-Albert Roussel : L’accueil des Muses, “In memoriam Debussy”

-Maurice Ravel : Sonata for Violin and Cello (1922)

Igor Stravinsky : Symphonies of Wind Instruments (1920/1947)

Falla, Manuel de Falle : Le Tombeau de Claude Debussy – Homenaje (version for guitar) (1920)

Le Tombeau de Claude Debussy Musical tributes to Debussy by Bartók Dukas Falla Goossens Malipiero Ravel Roussel Satie Schmitt Stravinsky Buchmann-Mehta Symphony Orchestra Lev Rostorf-Zamir Gandelman Yablonsky Seroussi Dorman cd Naxos 8.573935