Jan Brokken, “De tuinen van Buitenzorg”, uitgegeven door atlas contact

Jan Brokken gaat in ‘De tuinen van Buitenzorg’ op zoek naar de geschiedenis van zijn moeder, die in 1935 naar Nederlands-Indië verhuisde en in 1947 terugkeerde naar een verwoest Nederland.Jan Brokken werd in 1949 in het Diaconessenhuis van Leiden geboren, niet zo lang na de terugkeer van zijn ouders uit Nederlands-Indië. Zijn vader, Han, een theoloog, had op Celebes en Saleier (Kepulauan Selayar, of de Saleier-eilanden (voorheen district Selayar), een eilandengroep in de Indonesische provincie Zuid-Celebes), wetenschappelijk onderzoek gedaan naar de islamitische bewegingen en de uitbuiting door de toenmalige, islamitische landheren. “De tuinen van Buitenzorg”, de titel van het boek, verwijst zowel naar de botanische tuinen (Kebun Raya) in Bogor (voorheen Buitenzorg) in West-Java (Jawa Barat), als naar een pianostuk (deel 3, nr.8) “The Gardens of Buitenzorg” uit de “Java Suite” van Leopold Godowsky. Het gaf Brokken de gelegenheid op zoek te gaan naar de componist en diens fascinatie voor gamelan en de inheems-Javaanse muziek.

Toen de 23-jarige Olga en de twee jaar oudere Han in 1935 naar Nederlands-Indië verhuisden, was het alsof de ene na de andere wereld voor hen openging, in een bijna duizelingwekkend tempo. De eerste maanden brachten ze door op Java, later woonden ze in Makassar, waar Han als theoloog onderzoek deed. Het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog verwoestte de wereld waarin Olga en Han volledig waren opgegaan. In 1947 moesten ze terugkeren naar Nederland. Olga was de moeder van Jan Brokken vóór ze zijn moeder werd. Na het overlijden van zijn ouders overhandigde tante Nora hem de brieven en foto’s die haar zus Olga haar vanuit Buitenzorg en Makassar schreef. Teder, sensitief en tastend zocht Brokken in die brieven naar de vrouw die gedurende haar leven altijd een onbekende voor hem was gebleven.Jan Brokken verweefde het verhaal van Olga met mooie beschouwingen over muziek, literatuur, cultuur en geschiedenis, zoals over de pianist en componist, Leopold Godowsky (1870-1938) (foto), één van de grootste en meest legendarische pianisten van de 20ste eeuw en een componist van transcripties en parafrases, die in de ban raakte van de gamelan, de componist, dirigent en pianist, Paul Seelig, en Katharina (Käthe) Diehm Winzenhöhler (1893-1983), de moeder van Hella S. Haasse, die de bekendste concertpianiste van Nederlands-Indië was. Zo verwijst hij naar de ”Java Suite” van Leopold Godowsky en naar de “Lagoe-lagoe, Lyrische Stukken uit de Soenda Archipel” van Paul Seelig, uitgegeven rond 1920 in Bandoeng, de hoofdstad van de provincie West-Java.In “Persoonsbewijs” (1967), beschreef Hella S. Haasse hoe haar moeder Käthe, in 1914, na haar opleiding aan het Amsterdams conservatorium, naar Indië vertrok om daar pianolessen te geven. Een concert in Batavia, waar zij als soliste met het orkest van de Stafmuziek, Griegs Pianoconcerto speelde, werd toevallig bijgewoond door de Rotterdammer, Willem Hendrik Haasse (1889-1955), de commies-redacteur bij Gouvernementsbedrijven, die als financieel inspecteur in Nederlands-Indië, de belastingontduiking tegenging. Hij werd de vader van Hella Haasse. Van 1924 tot 1928 verbleef Hella Haasse in Europa, omdat haar moeder opgenomen werd in een sanatorium in het Zwitserse Davos. In 1928 keerden ze terug naar Nederlands-Indië, waar Haasse haar middelbare school doorliep. Na haar eindexamen in 1938 verhuisde Hella terug naar Nederland om Scandinavische taal- en letterkunde te studeren in Amsterdam. In de oorlogsjaren werd haar vader door de Japanners geïnterneerd in een gevangenenkamp. Na de Japanse bezetting keerde hij terug in zijn oude functie van hoofdambtenaar, maar na een kort verblijf in Australië, keerde hij in 1946 terug in Nederland.
Leopold Godowsky componeerde zijn “Java Suite” voor piano solo, oorspronkelijk uitgegeven als “Phonoramas. Tonal journeys for the pianoforte”, tussen 1924 en 1925. De suite bestaat uit twaalf delen en is beïnvloed door gamelanmuziek. “Na veel gereisd te hebben in vele landen, sommige dichtbij en vertrouwd, andere afgelegen en vreemd, bedacht ik dat een muzikale weergave van enkele van de interessante dingen die ik had mogen zien, een tonale beschrijving van de indrukken en emoties die ze hadden gewekt, zou degenen interesseren die worden aangetrokken door avontuur en schilderachtigheid en geïnspireerd door hun poëtische reacties. Wie is in wezen niet een wereldreiziger? Zijn we niet allemaal gefascineerd door verre landen en vreemde mensen? En zo groeide de gedachte geleidelijk in mij om mijn ervaringen opnieuw te creëren. Deze cyclus van muzikale reisverhalen – tonale reizen – die ik gezamenlijk “Phonoramas” heb genoemd, begint met een reeks van twaalf beschrijvende scènes in Java”.We komen dus ook in contact met de muziek in voormalig Nederlands-Indië, de Javaanse muziek. Dat er meer te halen viel in Nederlands-Indië dan koffie, thee en rubber, drong tot de toonaangevende componisten in Holland niet door. Constant van de Wall, Henk Mak van Dijk, Paul Seelig, Bernhard van den Sigtenhorst Meyer en Rient van Santen werden door het Brits tijdschrift “Musical Times” aangeduid als ‘Koloniale School’. De componist, dirigent en pianist, Paul Johan Seelig (1876-1945) (foto) , geboren in Dortmund, leefde het grootste deel van zijn leven in Nederlands-Indië. Seelig studeerde eerst o.a. piano en cello, werd in 1898 tweede dirigent van het Stadttheater in Essen, trad op in Japan, Palestina, Turkije, Roemenië, Hongarije en Nederland, en vestigde zich in 1900 in Surakarta in Nederlands-Indië, waar hij het hoforkest van de Soesoehoenan in Soerakarta leidde. Hij bestudeerde de oosterse muziek, nam de uitgeverij en muziek- en instrumentenhandel van zijn vader in Bandung over, en in 1911 werkte hij als orkestdirecteur bij het koninklijk orkest in Bangkok (Siam). Seelig componeerde en zijn werk werd onder andere uitgevoerd door Renate Arends, Henk Mak van Dijk, Käthe Haasse. Tijdens de Tweede Wereldoorlog zat Seelig gevangen in het rooms-katholiek klooster “Mater Dolorosa” van de Congregatie van de Goede Herder in Batavia, in het stadsdeel Meester Cornelis, dat als “Jappenkamp” fungeerde.Jan Brokken (°1949), schrijver van romans, reisverhalen en literaire non-fictie, groeide op als domineeszoon in het dorp Rhoon, het decor van zijn romans “De provincie” en “Mijn kleine waanzin”. Hij studeerde politieke wetenschappen in Bordeaux, werkte voor dagblad Trouw en weekblad Haagse Post, en behoorde tot de spraakmakendste journalisten van zijn generatie. Sinds 1986 schrijft hij alleen nog boeken. De vijfentwintig titels die Brokken inmiddels op zijn naam heeft staan, hebben nog niets aan kracht en zeggenschap ingeboet. Ook internationaal verwierf Jan Brokken faam met zijn reisverhalen o.a. met “Baltische zielen” en met zijn romans o.a. “De Kozakkentuin”. Begin 2020 verscheen ‘Stedevaart’. Zijn werk is vertaald in onder meer het Engels, Chinees, Frans, Duits, Deens en Italiaans. Zijn “De rechtvaardigen” werd in 2020 bekroond met de Premio Tribùk dei Librai, de Prijs van Italiaanse boekverkopers.Jan Brokken De tuinen van Buitenzorg 224 bladz. uitg. atlas contact ISBN 9789045043821

http://www.stretto.be/2020/01/31/stedevaart-van-jan-brokken-opvallende-verhalen-uitgegeven-door-atlas-contact/

http://www.stretto.be/2017/12/03/de-kozakkentuin-van-jan-brokken-een-must/