“Ottorino Respighi, transcriptions of Bach & Rachmaninov”, door het Orchestre Philharmonique Royal de Liège o.l.v. John Neschling, op het label BIS.

 

Het succes van Respighi’s ‘Romeinse Trilogie’ bezorgde de componist internationale bekendheid als een uitstekende orkestrator. Een neveneffect hiervan waren de vele orkesttranscripties, waarvan enkele, gerealiseerd in 1929-1930 in opdracht van vooraanstaande dirigenten als Arturo Toscanini en Serge Koussevitzky voor hun Amerikaanse orkesten op deze BIS cd zijn verzameld.Respighi’s brede muzikale smaak omvatte zijn interesse in oude muziek die er waarschijnlijk toe heeft bijgedragen dat hij de taak op zich nam om o.a. orgelwerken van Bach te transcriberen of ‘orkestinterpretaties’ te creëren, zoals hij ze zelf noemde. Tot de Bach-werken behoren de ’interpretazione orchestrale’ van Bachs fenomenale Passacaglia in c klein BWV 582, die Leopold Stokowski reeds een paar jaar eerder had georkestreerd, en Bachs prelude en fuga in D BWV 537. Beide werden door Respighi gearrangeerd met orkestrale kracht, strijkers, drievoudige houtblazers, basklarinet, contrafagot, vier hoorns, drie trompetten, drie trombones, tuba, pauken en piano vierhandig, voor de prelude en fuga. De partituur voor de Passacaglia vraagt zelfs om nog meer krachten, inclusief een orgel. Respighi vergeleek Bachs originelen immers met ‘een kathedraal die uitsluitend van klank is gebouwd’, een beschrijving die evenzeer gold voor zijn eigen arrangementen.De Russische dirigent, Serge Koussevitzky (1874-1951) was de opdrachtgever geweest voor een orkestratie van Moessorgski’s “Schilderijententoonstelling”. Gebaseerd op het pianowerk van Moessorgski en georkestreerd door Maurice Ravel, werd dit stuk vanaf 1922 een grandioos succes. Koussevitzky hoopte met de combinatie van Rachmaninovs pianomuziek en Respighi’s orkestratiekwaliteiten een net zo’n groot succes te behalen. Het idee werd in 1929 aan Rachmaninov geopperd en deze reageerde zó enthousiast dat hij meteen enkele stukken van zijn “Études tableaux” voorstelde. Hij selecteerde er vijf van de 17 oorspronkelijke.

De vijf études die Respighi orkestreerde waren “La mer et les mouettes” (op.39, nr.2), “La foire” (op.33 nr.7), “Marche funèbre” (op.39 nr.7), “Le chaperon rouge et le loup” (op.39 nr.6) en “Marche” (op.39 nr.9). Koussevitzky presenteerde het stuk voor het eerst in 1931 met zijn Boston Symphony Orchestra. Met deze heel bijzondere, nieuwe cd brengen l’Orchestre Philharmonique Royal de Liège en John Neschling, het vijfde deel uit in een reeks die wordt genoemd ‘het beste onderzoek ooit naar het orkestraal oeuvre van een enkele componist door een enkele dirigent’. Niet te missen!Geboren in Brazilië, is John Neschling (°1947) (foto), een achterneef van Arnold Schönberg en van de dirigent Arthur Bodanzky. Hij studeerde in Wenen bij Hans Swarowsky en volgde lessen bij Leonard Bernstein en Bruno Maderna in Europa en de Verenigde Staten. Hij dirigeerde onder meer de Wiener Symphoniker, het London Symphony Orchestra, het Tonhalle Orchestra Zürich, de Warsaw Philharmonic, het Pittsburgh Symphony Orchestra, de Nationale Academie Sancta-Cecilia in Rome en het Residentie Orkest in Den Haag. Als operadirigent dirigeerde hij in de Wiener Staatsoper, Deutsche Oper Berlin, het Teatro San Carlo di Napoli, de Arena van Verona, de Opera van Zürich en de Washington Opera. Hij was muzikaal leider van het Teatro Nacional de São Carlos in Lissabon, de Opera van St. Gallen in Zwitserland, het Teatro Massimo in Palermo. Hij leidde het Nationaal Orkest van Brazilië en operahuizen in Rio de Janeiro en São Paulo. In 1997 werd hij chef-dirigent van het Symfonieorkest van Sao Paulo, waar hij bleef tot 2009. Tijdens zijn tijd aan het hoofd van dit orkest slaagde hij erin om een plaatselijk orkest om te vormen tot een van de beste symfonische ensembles van Latijns-Amerika, waarmee hij door de Verenigde Staten en Europa toerde en meer dan dertig veelgeprezen opnamen maakte. Sinds 2011 leidt hij concerten en opera’s in Italië, Frankrijk, Zwitserland, Spanje, België en Polen.Tracklist :

-Prelude & Fugue in D Major, P. 158 (After J.S. Bach’s BWV 532)

  1. Prelude
  2. Fugue

-Passacaglia in C Minor, P. 159 (After J.S. Bach’s BWV 582)

Passacaglia

Fugue

-3 Corali, P. 167

No. 1, Nun komm, der Heiden Heiland (After J.S. Bach’s BWV 659)

No. 2, Meine Seele erhebt den Herren (After J.S. Bach’s BWV 648)

No. 3, Wachet auf, ruft uns die Stimme (After J.S. Bach’s BWV 645)-5 Etude-tableaux, P. 160

No. 1, La mer et les mouttes (After Rachmaninoff’s Op. 39 No. 2)

No. 2, La foire (After Rachmaninoff’s Op. 33 No. 4)

No. 3, Marche funèbre (After Rachmaninoff’s Op. 39 No. 7)

No. 4, Le chaperon rouge et le loup (After Rachmaninoff’s Op. 39 No. 6)

No. 5, Marche (After Rachmaninoff’s Op. 39 No. 9)Ottorino Respighi transcriptions of Bach & Rachmaninov performed by Orchestre Philharmonique Royae de Liège John Neschling conductor cd BIS2350

http://www.stretto.be/2021/02/19/respighi-concerto-allantica-ancient-airs-dances-suites-nos-1-3-op-het-label-naxos-heerlijk-mooi/