“PLACES, De verborgen kant van Antwerpen”, een prachtuitgave van Lannoo.

Frieda Sorber, Wim Mertens, Marguerite Coppens, Kaat Debo en Romy Cockx schreven bijzonder interessante teksten over de kantproductie en de kanthandel in Vlaanderen en Brabant tussen 1550 en 1750.Aan het begin van de 16de eeuw verscheen in Europa een nieuw type textiel: kant. Aanvankelijk bedoeld als open randafwerking voor kledij en interieur textiel, verleende kant aan textiel een dimensie die de grens tussen textiel en ruimte tegelijkertijd verdoezelde en accentueerde. Brugse kant, Brussels duchesse-kant, Valenciennes- en Venetiaanse kant, ze spreken alle tot de verbeelding. Kant is een artistiek weefsel gemaakt van draden, linnen, katoen, zijde of zilver- en gouddraad. Er is kloskant, bv. Mechelse kant of Rosaline kloskant, die met de hand wordt gemaakt met behulp van klosjes, en er is naaldkant, needle lace of point lace, punto tirato of fils tirés, bv. reticello of point coupé, die met de hand wordt gemaakt met behulp van naalden.Vanaf de 16de eeuw speelde Antwerpen in de ontwikkeling en distributie van kant een belangrijke en bijzondere rol, zowel op het vlak van de creatie, de handel als van de productie. De naam van de stad was zelfs gelinkt aan een bepaald type kant. Vanuit een bevlogen handelsgeest werd in Antwerpen kant van allerlei kwaliteit gemaakt en verhandeld voor een diverse en internationale clientèle, waarbij de makers zich aanpasten aan de specifieke noden van de invoerlanden. Het gebrek aan branding – in tegenstelling tot Brussel, Brugge of Mechelen bv. – is een van de redenen waarom Antwerpen in publicaties over kantwerk, meestal slechts zijlings vermeld wordt.Na “De oorsprong van kant” door Frieda Sorber en Thessy Schoenholzer Nichols, vervolgt Frieda Sorber met twee teksten over de vroege ontwikkelingen van kloskant  en naaldkant, hebben Ria Cooreman en Frieda Sorber het over de bedsprei van Albrecht en Isabella, waarna Marguerite Coppens het heeft over archieven, bronnen en publicaties, een poging tot een reconstructie van de Antwerpse kantindustrie. Hierna komt een tekst van Ina Vanden Berghe over het technisch onderzoek van fijne en ultrafijne garens van 17de– en 18de eeuws Vlaams kant uit MoMu, en vervolgen Wim Mertens en Frieda Sorber over Kanten voor Engeland. De kanthandel van de Antwerpse entrepreneur, Jan Michiel Melijn, tussen 1681 en 1695, de ontwikkeling in Brussel en Brabant van kant in delen, de Noord-Nederlandse nichemarkt na 1750, het tastbaar verleden: kant in de 17de en 18de-eeuwse poppenhuizen, en stijlevoluties in de Vlaamse kant van eind 16de – tot midden 18de eeuw. Als laatste, “Lasercutting, 3D-printing en kant in de mode: visuele parallellen”, van Romy Cockx.“P. L. A. C. E. S. – De verborgen kant van Antwerpen” duidt de belangrijke rol die de stad gespeeld heeft in de productie en handel van kant. Van 4 september 2021 tot en met 2 januari 2022 brengt MoMu trouwens dit verhaal via een tentoonstellingsparcours dat vijf historische locaties of ‘places’ in de stad met elkaar verbindt. MoMu bracht nl. historische kanten, schilderijen en archiefdocumenten uit Europese en Amerikaanse collecties samen en plaatste het geheel in een bredere context, om aan te tonen dat Vlaamse kant zowel in mode, interieur als liturgie, eeuwenlang prominent aanwezig was.In dit boek en in de gelijknamige tentoonstelling, presenteert MoMu deze rijke geschiedenis in dialoog met hedendaagse, vaak hoogtechnologische modecreaties, waarvan de vorm of het concept refereert aan kant. In het boek, “Places”, krijgt u nl. een uniek overzicht te zien uit wereldvermaarde instellingen zoals het Metropolitan Museum of Art in NY, het V&A Museum in Londen en het Rijksmuseum in Amsterdam. Historische klos- en naaldkant stukken worden naadloos gecombineerd met interventies uit de hedendaagse mode, o.a. Iris van Herpen, Dior, Azzedine Alaïa, Prada, Loewe, Givenchy. In de selectie hedendaagse mode wordt voornamelijk gefocust op technische innovatie, waarbij ingezoomd wordt op technieken zoals 3D-printing, lasercut. Niet te missen.Frieda Sorber heeft een diploma als technicus in de jacquard weefkunde en behaalde in 1976 haar licentiaatsdiploma Kunstgeschiedenis en Archeologie, waarna ze als specialist in o.a. weven, bedrukken, borduren, en andere niet geweven structuren, conservator werd van het Provinciaal Kostuum- en Textielmuseum Vrieselhof in Oelegem, een deelgemeente van de Belgische gemeente, Ranst. Van 1977 tot 1999 was in het Vrieselhof nl. het “Provinciaal textiel- en kostuummuseum” gevestigd. In 2002 verhuisde dit museum met een collectie van zo’n 16.000 stuks, naar Antwerpen, en kreeg het de naam, “Modemuseum Antwerpen”. Frieda Sorber was conservator van die historische collectie van het ModeMuseum.
Places 256 bladz. geïllustreerd Uitg. Lannoo EAN 9789401474320

http://www.stretto.be/2018/08/10/martine-bruggeman-kant-in-vlaanderen-erfgoed-hedendaagse-kunst-een-prachtuitgave-van-lannoo/

http://www.stretto.be/2021/03/01/haute-bordure-een-prachtuitgave-van-waanders-de-kunst/