Herman Westerink, Philippe Van Haute, “Verleiding, drift en herhaling, Freuds metafysica van het trauma” en Freuds “Traumagevallen”, 2 heel, heel bijzondere uitgaven van Boom.

Herman Westerink en Philippe Van Haute doen samen onderzoek naar de wijsgerige betekenis van de psychoanalyse in het werk van Sigmund Freud en zijn leerlingen. Hun “Verleiding, drift en herhaling” werpt weliswaar een nieuw licht op het denken van Freud. Veel meer dan een denker van het oedipuscomplex, was Freud nl. een denker van het seksueel trauma, zo blijkt uit de verzamelde teksten in zijn boek, “Traumagevallen”.Sigmund Freud (1856-1939), een neuroloog uit Wenen en de grondlegger van de psychoanalyse, was een van de invloedrijkste denkers van de twintigste eeuw. Zijn invloed reikte en reikt veel verder dan de psychologie. Freud zag geest en lichaam als een geheel van energiestromen. Die energiestromen noemde Freud “driften” (Triebe). Deze driften werken doorgaans ongemerkt, en zijn “primair”. Zo onderscheidde Freud een levensdrift (eros), de primaire drang tot zelfbehoud (voortzetting van de soort, liefde voor jezelf en voor de anderen). In zijn later werk meende Freud ook een doodsdrift (thanatos) te kunnen onderscheiden, het streven naar een spanningsloze toestand (oceanisch gevoel). De seksuele driften noemde hij libido. In zijn vroegste teksten verdedigde Sigmund Freud de ‘theorie van de verleiding’, die inhoudt dat de oorsprong van een neurose te vinden is in seksuele trauma’s uit de kinderjaren. Freud zou later echter de realiteit van dergelijke trauma’s hebben verworpen, om deze te vervangen door oedipale fantasieën.

In hun monografie bieden Westerink en Van Haute een radicaal nieuwe lezing van Freud. Zij laten overtuigend zien dat niet het oedipuscomplex, maar het seksueel trauma, de belangrijkste rode draad was in zijn oeuvre. Hun boek bestaat uit een inleiding, gevolgd door 7 hoofdstukken, telkens afgerond met de conclusie, en een epiloog. Na de Inleiding over Freuds ongeloof in zijn neurotica, de verleidingstheorie en de fylogenese, leest u over de psychologisering van het trauma en het ontstaan van de verleidingstheorie, traumatische hysterie, hysterische versus organische verlammingen, hysterie en trauma, de verleidingstheorie en de seksualisering van het trauma, het primaat van de seksualiteit, de problemen van de verleidingstheorie en de ontdekking van de infantiele seksualiteit, en seksualiteit en fantasie en seksualiteit en het lustprincipe.

In het daarop volgend hoofdstuk “Verleiding en hysterische dispositie: Dora”, hebben de auteurs het over de klinische en metapsychologische inzet, Une petite hystérie: methodologische beschouwingen, Dora’s twee trauma’s, de hysterische dispositie en het belang van de masturbatie en een oedipale verklaring? In “Trauma, agressie en vadercomplex: de Rattenman”, leest u beschouwingen over het ziektebeeld, het elementaire organisme van de neurose, de klinische betekenis van het vadercomplex, de verleidingstheorie in ‘Opmerkingen over een geval van dwangneurose’, het vadercomplex en de oedipale problematiek, verleiding, trauma en het oedipuscomplex en trauma, agressie en seksualiteit. Freud publiceerde het geval van de “Rattenman”, in 1909, onder de titel “Bemerkungen über einen Fall von Zwangsneurose”. De werkelijke naam van Rattenman was Ernst Lanzer (1878-1914), een advocaat met een dwangneurose.

Het hoofdstuk “Verleiding, oerscène en constitutie: de Wolvenman”, gaat over herinneringen aan de jeugdjaren, de verleiding en haar onmiddellijke gevolgen, oerscène, angstdroom en Nachträglichkeit, constitutionele factoren en disposities, en oerscène en/of oerfantasie (1918). In “Constitutie, fylogenese en evolutionaire biologie”, worden het ‘dierlijk karakter’ van de infantiele seksualiteit, Haeckels biogenetische wet en haar implicaties, culturele ontwikkeling en trauma, verworven psychische eigenschappen, herinneringssporen en het probleem van de overerving, overerving, drift en de doorwerking van seksuele trauma’s besproken.

In het zesde hoofdstuk, “Traumatische neurose en herhalingsdwang”, bespreken de auteurs de ontstaansgeschiedenis van “Aan gene zijde van het lustprincipe”, de grenzen van het lustprincipe en van de psychoanalyse, trauma en herhaling, herhaling en drift, drift en fylogenese, Lamarckisme, recapitulatietheorie en de dreiging van een driftmonisme, een nieuwe drifttheorie: Eros versus Thanatos, en trauma, angst en herhaling in remming, symptoom en angst. In het laatste hoofdstuk, “Trauma en karakter: De man Mozes”, gaat het ten slotte over het Mozeswerk als karakteranalyse, de grote man Mozes (1934), geschiedschrijving, herinnering en tekstvervorming, constructie en fixatie, historische waarheid en archaïsche erfenis en latentie en trauma. In de Epiloog leest u ten slotte over Freuds metafysica van het trauma, een metafysica van de drift, trauma en drift en trauma en herhaling en Freuds tragische mensvisie.

Door in “Verleiding, drift en herhaling”, de ontwikkelingsgang van zijn denken nauwgezet te volgen, tonen de auteurs aan dat de realiteit van het seksueel trauma heel het oeuvre van Freud is blijven bepalen. De exploratie van deze problematiek in enkele van zijn centrale teksten brengt bovendien aan het licht dat de rol van het trauma, de louter klinische problematiek ver overschreed. Freud ontwikkelde nl. een metafysica van het trauma die een tragische mensvisie impliceert. Om hun these te illustreren, verzamelden zij onder de titel “Traumagevallen”, de vier belangrijkste en beroemdste gevalsstudies van Sigmund Freud. De psychische voorwaarden voor hysterie, zo stelde Freud, waren het psychisch trauma, het conflict van de affecten en de hevige beroering van de seksuele sfeer. Veel meer dan een denker van het oedipuscomplex was Sigmund Freud een denker van het seksuele trauma, zo blijkt uit de verzamelde teksten in Traumagevallen. Het boek “Traumagevallen” presenteert vier beroemde casusbeschrijvingen van Freud, Katharina (1895), Dora (1905), De Wolvenman (1918) en De man Mozes (1939).  

Over het geval “Katharina”, eigenl. Aurélie Oehm-Kronich, deed Freud verslag in “Studies over Hysterie” (1895), een boek geschreven met Joseph Breuer. “Dora” was de bijnaam die Freud gaf aan een patiënte wier casus (‘ziektegeschiedenis’) hij beschreef in zijn “Bruchstück einer Hysterie-Analyse” (“Fragment van de analyse van een geval van hysterie (Dora); Verslag van een met de psychoanalytische theorie strijdig geval van paranoia; Over de psychogenese van een geval van homoseksualiteit bij een vrouw”), gepubliceerd in 1905. De echte naam van deze toen 18-jarige patiënte was Ida Bauer (1882-1945) (foto). Sergei Konstantinovitsj Pankejev (1886-1979) (foto) was een oorspronkelijk welgestelde aristocraat uit Odessa, die door het werk van Sigmund Freud bekend is geworden als de “Wolvenman”. Pankejev leed aan dwangmatig gedrag, obsessieve verliefdheden en angsten. Na bij een aantal psychiaters aangeklopt te hebben (o.a. Emil Kraepelin), werd hij vanaf 1910, behandeld door Freud. Zijn bijnaam was afgeleid van zijn fameuze droom over vijf witte wolven in een notenboom. Zijn geval werd door Freud gepubliceerd in zijn “Uit de geschiedenis van een kinderneurose” (“Aus der Geschichte einer infantilen Neurose”) (1918).

In zijn laatste boek, “Der Mann Moses und die monotheistische Religion” (“Moses and Monotheism”) uit 1939, probeerde Freud zijn liefde voor het jodendom en zijn afkeer van obsessieve religieuze rituelen enerzijds en zijn idealen van wetenschappelijke verlichting anderzijds, te integreren. In “De man Mozes en de monotheïstische religie”, beweerde Freud dat Mozes geen Hebreëer maar een Egyptenaar van hoge komaf was, waaraan het Jodendom zijn geloof in één God te danken had. Het beeldverbod en de mozaïsche wetten hebben geleid tot het afstand nemen van irrationele opvattingen van het geestesleven, tot een vergeestelijking van de joods-christelijke godsdienst (boekreligie) en tot een vergroting van het (joods) intellectuele denken.

“In dit boek”, zo lezen we, “willen we door middel van een nauwgezette lectuur van een aantal gevalstudies en metapsychologische teksten laten zien dat de verschillende verwijzingen naar de verleidingstheorie in Freuds teksten getuigen van de progressieve doorwerking van de traumatheorie in zijn oeuvre. De stelling van dit boek is dan ook dat Freud zijn traumatheorie nooit heeft opgegeven, maar haar in de loop van de tijd heeft aangevuld met nieuwe theoretische componenten en al doende telkens opnieuw heeft geherformuleerd. Daarmee vormt de traumatheorie niet slechts een rode draad door Freuds werk, maar speelt ze een sleutelrol in Freuds klinische reflecties en metapsychologische theorievorming. Meer zelfs, Freuds traumatheorie wordt in zijn latere geschriften het kernstuk van een tragische mens- en levensvisie die in menig opzicht aansluit bij de cultuurkritiek van bijvoorbeeld Friedrich Nietzsche. De verleidingstheorie in relatie tot Freuds tragische mensvisie is het thema van dit boek.”

Na Studies over hysterie in het geval van Katherina, bespreken de auteurs in hun hoofdstuk over Dora, de ziektetoestand en de twee dromen. In “De Wolvenman” worden kinderneurose, de verleiding en haar onmiddellijke gevolgen, de droom en de oerscène, de dwangneurose en anale erotiek en castratiecomplex besproken. In “De man Mozes en de monotheïstische religie”, volgt de bespreking en duiding van de drie verhandelingen, Mozes, een Egyptenaar, Als Mozes een Egyptenaar was…en Mozes, zijn volk en de monotheïstische religie. Deze gevalsstudies en klinische teksten behoren tot de literaire hoogtepunten van de twintigste eeuw. Ze laten ook zien dat het seksueel trauma, veel meer nog dan het oedipuscomplex, de belangrijkste rode draad vormde van Freuds denken. Freud heeft zijn traumatheorie nooit verworpen. Sterker nog, in de verschillende stadia van zijn ontwikkeling, heeft hij haar steeds opnieuw geherformuleerd en erop doorgedacht. Nu het (seksueel) trauma in onze tijd in het centrum van de belangstelling staat, bieden deze bronteksten over dit fenomeen fascinerende inzichten in de vroegste reflectie erop. Niet te missen!

Herman Westerink (°1968) is universitair hoofddocent Metafysica en filosofische antropologie en wetenschappelijk directeur van het Titus Brandsma Instituut aan de Radboud Universiteit. Zijn onderzoek in de godsdienstfilosofie heeft een sterke filosofisch-antropologische focus. Een deel van het onderzoek is gewijd aan de Freudiaanse psychoanalyse: de filosofische reflectie op psychoanalytische perspectieven en begrippen, de studie van psychoanalytische benaderingen van religie, religiekritiek, de relatie tussen psychoanalyse n psychiatrie, en toegepaste psychoanalyse. De psychoanalyse is ook een belangrijk referentiepunt in zijn onderzoek naar vroegmoderne vormen van subjectiviteit in de context van de verschillende religieuze confessies. In dit onderzoek gaat zijn bijzondere aandacht uit naar mystiek en ascese, naar het kritisch potentieel van spiritualiteit binnen de Westerse moderniteit en – breder – in een interculturele context.

Philippe Van Haute (°1957) is hoogleraar wijsgerige antropologie aan de Radboud Universiteit en bijzonder hoogleraar aan de Universiteit van Pretoria. Prof. Van Haute doet onderzoek naar de wijsgerige betekenis van de psychoanalyse in het werk van Freud en zijn leerlingen (onder andere Lacan en Klein). Hij besteedt met name aandacht aan Freuds ontwerp van een klinische antropologie, volgens welke het menselijk bestaan primair vanuit zijn pathologische varianten moet worden bestudeerd. Van Haute gaat na of deze klinische antropologie te vertalen is naar een algemene theorie over het mens-zijn. In plaats van afwijkingen kan men pathologische varianten beschouwen als mogelijkheden van het menselijk bestaan. Wat normaal is en wat pathologisch, kan anders zijn dan tot nu werd gedacht. Samen publiceerden Herman Westerink en Philippe Van Haute, eerder onder meer “Reading Freud’s ‘Three Essays on the Theory of Sexuality’. From Pleasure to the Object” (2020).

Herman Westerink, Philippe Van Haute Verleiding, drift en herhaling Freuds metafysica van het trauma 349 bladz. Boom uitgevers Amsterdam ISBN 9789024444816

Sigmund Freud Traumagevallen Katharina, Dora, de Wolvenman en de man Mozes 431 blz. Boom uitgevers Amsterdam ISBN 9789024444830