“Berlioz, Symphonie Fantastique“, door het Symphonie-Orchester des Bayerischen Rundfunks o.l.v. Sir Colin Davis, op het label BR Klassik. Meesterlijk!

Hector Berlioz’ gepassioneerde “Symphonie fantastique”, zijn revolutionair symfonisch meesterwerk, werd op 15 en 16 januari 1987 uitgevoerd door Colin Davis met het Symfonieorkest van de Beierse Radio in de Philharmonie im Gasteig in München. Davis werd tijdens zijn leven nl. erkend als een vooraanstaand expert op het gebied van de muziek van Berlioz en zijn opnames zijn legendarisch. Deze indrukwekkende live-opname documenteert een concert dat een nieuwe standaarduitvoering van het werk werd.

Met zijn “Symphonie fantastique” creëerde Berlioz een nieuw soort programmamuziek. Berlioz werd geïnspireerd door de werken van Goethe en door de symfonische muziek van Beethoven – en ook door de fascinatie die hij voelde voor de Ierse actrice Harriet Smithson, die hij op 11 september 1827 Ophelia zag spelen in Shakespeare’s Hamlet in het Odéon Theater in Parijs. “Idée-fixe”, het hoofdthema, verwijst naar de kunstenaar die zijn levensverhaal doormaakt in verschillende innerlijke gemoedstoestanden. Het uitgangspunt van het eerste deel is een ongelukkige liefdesrelatie. De muziek dringt hartstochtelijk en boeiend naar de finale.

De jonge componist was zo gefascineerd door Harriet Smithson dat hij maandenlang de kwellingen doorstond van een passie die volkomen hopeloos leek. Hij schreef talloze liefdesbrieven die nooit werden beantwoord, en Harriet verliet Parijs zonder enige reactie. De première van de Symphonie fantastique vond plaats in Parijs op 5 december 1830. Harriet hoorde het werk twee jaar later en herkende eindelijk het genie van de componist. De twee ontmoetten elkaar en trouwden op 3 oktober 1833, maar het huwelijk werd al snel steeds problematischer en ze gingen uiteindelijk uit elkaar na een aantal ongelukkige jaren.

Toen Berlioz in 1826 wilde meedingen naar de Prix de Rome kwam hij niet eens door de voorronde. Hij schreef zich in aan het conservatorium, waar hij les kreeg van Jean François Lesueur (1760-1837), gewezen “maître de chapelle” van Napoleon, en Anton Reicha (1770-1836). In deze tijd ontdekte hij de werken van Shakespeare, Beethoven en Goethe en werd hij hopeloos verliefd op de Ierse toneelspeelster en Shakespeare-vertolkster Harriet Smithson. Zijn passie voor haar inspireerde hem in 1830 tot het componeren van zijn “Symphonie fantastique” en het vervolg erop, “Lélio ou le retour à la vie”.

In 1831 vertrok Berlioz vanuit Rome naar Parijs met twee pistolen en een flesje gif. Hij had nl. gehoord dat zijn toenmalige verloofde, Marie Moke, achter zijn rug om getrouwd was, en hij had zich voorgenomen Camille en haar moeder te vermoorden en daarna met gif zelfmoord te plegen… Hij kwam echter gelukkig niet verder dan Nice waar zijn woede bekoelde en waar hij naar eigen zeggen, de twintig mooiste dagen van zijn leven doorbracht.

Marie-Félicité-Denise Moke (1811-1875) (foto), geboren in Parijs maar een dochter van een taalleraar afkomstig uit Torhout in West-Vlaanderen, was vijf jaar gehuwd met de 23 jaar oudere, beroemde pianofabrikant, Camille Pleyel (1788-1855). Ze scheidden in 1836. Camille overleed in Sint-Joost-ten-Node, nabij Brussel, en werd begraven in Laken/Laeken (foto). Haar dochter Camille Louise (Pleyel) overleed in 1856, nauwelijks twintig jaar oud, drie jaar nadat haar broer, Ignace Henry (Pleyel) (1832-1853) op 31-jarige leeftijd was overleden…

Harriet Smithson (1800-1854) (foto) was een Ierse actrice en de eerste vrouw van Hector Berlioz. Zij was de dochter van een theaterondernemer die in 1815 haar debuut maakte in het Crow Street Theatre in Dublin, als Albina Mandeville in Frederick Reynolds “The Will”. Drie jaar later debuteerde ze in Londen in het Drury Lane als Letitia Hardy in “The Belle’s Stratagem” van Hannah Cowley (1743-1809).

Ze had geen bijzonder succes in Engeland, maar toen zij in 1828 als lid van een Engels toneelgezelschap in Parijs optrad, wekte ze een ongekend enthousiasme als vertolkster van rollen van Shakespeare en andere Engelse toneelschrijvers. Eerst met William Charles Macready in Parijs had ze daarentegen veel succes als Desdemona, Virginia, Juliet en Jane Shore, in de tragedie van Nicholas Rowe. Een van haar vurigste bewonderaars was Berlioz, met wie zij in 1833 in het huwelijk trad. Het huwelijk hield echter maar zeven jaar stand. Berlioz ontdekte haar in het Odeon waar ze de rollen van Juliet en OIphelia vertolkte. Aan iemand die haar persoonlijk kende schonk Berlioz toegangskaartjes. Zij kwam effectief naar de voorstelling, realiseerde zich dat de symfonie over haar ging, en huwde met de componist.

Toen was haar populariteit al voorbij, en zij stak diep in de schulden. Nadat Harriet een been had gebroken kwam het nooit meer goed met haar carrière. Bovendien was ze erg jaloers van aard en in haar frustratie greep zij steeds vaker naar de fles. Haar gezondheid ging zienderogen achteruit. Nadat zij mank geworden was als gevolg van een beenbreuk, zei zij het toneel vaarwel. Ook haar huwelijk was geen succes, en vanaf 1840 leefden Berlioz en zij gescheiden. Haar gezondheid takelde af als gevolg van overmatig drankgebruik, en nadat zij door enkele beroertes was getroffen, overleed ze in 1854.

Nog hetzelfde jaar hertrouwde Berlioz met de zangeres Marie-Geneviève Martin, alias Marie Recio (1814-1862) (foto), met wie hij al enige tijd een relatie had. Louis-Thomas Berlioz (foto), het enige kind van Hector en Harriet, werd geboren op 14 augustus 1834. Als jonge man ging Louis bij de koopvaardij en werd kapitein van “La Louisiane”, een pakketboot van de “Compagnie générale transatlantique”. Hij overleed in 1867 aan geelzucht in Havana. De componist is de dood van zijn zoon nooit te boven gekomen.

Verbitterd leed hij de laatste jaren van zijn leven een teruggetrokken bestaan, geplaagd door ziekte. Zijn grootste geluk putte hij uit het hernieuwd contact met zijn jeugdliefde Estelle die ondertussen weduwe was, en met zijn zoon Louis. Toen zijn zoon overleed was Berlioz een gebroken man. Een laatste tournee naar Rusland werd hem fataal. Hij werd naast zijn twee echtgenotes begraven op het kerkhof van Montmartre (foto).

De Symphonie fantastique op. 14 is een meesterlijke orkestcompositie uit 1830. De volledige naam was oorspronkelijk “Épisode de la vie d’un artiste, symphonie fantastique en cinq parties”. Berlioz droeg zijn symfonie op aan tsaar Nicolai I van Rusland.

De vijf bewegingen van de symfonie zijn:

-Rêveries – Passions (Mijmeringen – Hartstochten)

-Un bal (Een bal)

-Scène aux champs (Scène op de velden)

-Marche au supplice (Gang naar het schavot)

-Songe d’une nuit du sabbat (Droom van een heksensabbat)

De “Symphonie fantastique” was een revolutionaire compositie. Het was het eerste instrumentaal werk dat nauwgezet een uitgebreid programma volgde en dat daardoor nieuwe inhoud gaf aan het begrip “programmamuziek”. Bij uitvoeringen van de symfonie hoorde dit programma onder de toehoorders uitgedeeld te worden. Het was het begin van het “programmaboekje”.

Berlioz maakte in de symfonie gebruik van de ‘idée fixe’, de voorloper van het “Leitmotiv”. Dat wil zeggen dat een bepaalde melodie, die gekoppeld is aan een bepaalde gedachte of persoon (in dit geval de ‘geliefde’), telkens terugkeert in het werk, wanneer er van die gedachte of persoon sprake is. Het thema kwam uit zijn cantate (scène lyrique) “Herminie” H 29 voor sopraan en orkest, op tekst van Pierre-Ange Vieillard de Boismartin (1778–1862), gecomponeerd voor de Prix de Rome in 1828, meer bepaald uit de eerste beweging, het Recitatief (Moderato – Recit.) “Quel trouble te poursuit, malheureuse Herminie!”.

De “Symphonie fantastique” werd voor het eerst op 5 december 1830 uitgevoerd in de zaal van het Conservatorium in Parijs o.l.v. François-Antoine Habeneck. In de jaren daarna (tijdens een reis naar Italië) herwerkte Berlioz grote delen, tot hij het in 1845 publiceerde. Het werk zoals we het nu kennen is dus anders dan het origineel (bv. met cornetpartij in het tweede deel) uit 1830, dat niet meer gereconstrueerd kan worden. In 1831 componeerde Berlioz een vervolg op de “Symphonie Fantastique” nl. “Lélio, ou le retour à la vie, mélologue en six parties op. 14b”, voor koor, declamator en orkest, waarin voor het eerst de piano voorkomt, deel uitmakend van de orkestinstrumenten.

De tweede beweging is een elegante wals die een schril contrast vormt met de eerste beweging. De wals is verfijnd en briljant georkestreerd en de twee harpen geven aan de muziek – het bal – glans en schittering, vergelijkbaar met de harpen in deel twee van zijn Romeo et Juliet, de finale van zijn Te Deum, zijn Trojaanse mars en zijn orkestratie van Webers uitnodiging tot de dans. De idee-fixe is twee keer te horen alvorens een orkestrale wervelwind de wals beëindigt.

De derde beweging is het muzikaal epicentrum van de dramatische symfonie. Van de wereld van ingebeelde werkelijkheid in de eerste twee bewegingen, gaan we hier over naar de wereld van de ingebeelde nachtmerrie. Het hoofdthema was oorspronkelijk het thema van het Gratias van zijn Messe Solonelle uit 1825. Hier wordt het thema uitgewerkt en gevarieerd waardoor deze derde beweging een reeks variaties vormt op het thema. De herder van het begin en het einde van de beweging gaat terug naar de romance van Marguerite uit de “Huit Scènes de Faust” uit 1829. Daarnaast is deze beweging ook een hulde aan Beethoven, wiens muziek Berlioz in 1828 ontdekte en hem de weg baande naar de symfonische muziek.

De derde beweging doet denken aan Beethovens pastorale met z’n verschillende echo’s en allusies aan het gezang van de vogel aan het eind van de tweede beweging van de pastorale. Het gevoel van vervreemding en isolement verschilt weliswaar van Beethovens magistrale hulde aan de natuur in dans en gezang. Het idee fixe is opnieuw hoorbaar in de stormachtige midden episode in de houtblazers, in gemodificeerde vorm in de bassen, en ten slotte eerder rustig in de slotpassage.

Het thema van de vierde beweging was oorspronkelijk de mars van de wachters in zijn opera “Les Francs Juges” uit 1826–1829 en het thema van de tweede beweging, “Oraison Funèbre” van zijn “Symphonie Funèbre et Triomphale” uit 1840. Onderdeel van de climax is de verschijning van het ideé fixe als verklanking van de herinnering van de kunstenaar op het schavot, aan zijn geliefde. Het motief wordt bruusk afgebroken bij het vallen van het mes.

De finale is de meest provocerende, vernieuwende orkestmuziek van die tijd, slechts vergelijkbaar met de wolf scène uit het eind van de tweede akte van Webers opera “Der Freischütz” uit 1821. Bij Weber krijgen we een combinatie van gesproken tekst, lied, melodrama en orkestmuziek, terwijl bij Berlioz alles komt uit het orkest. Na een korte inleiding die de sfeer schept, verschijnt de idee fixe een laatste keer. Daarna kan de nacht beginnen. Eerst Dies irae (voor het eerst was er een klok in een orkest te horen), dan de heksensabbat die aan het eind van de beweging waarin de heksen samenkomen, elkaar treffen en met elkaar botsen.

De gebruikelijke buisklokken en het col legno spel werden bij sommige uitvoeringen vervangen door piano en xylofoon. De eerste buisklokken dateren echter pas van de jaren ’60 en ’70 van de 19de eeuw, toen John Harrington ze als eerste vervaardigde in brons. Ze klonken voor de eerste keer in het orkest in 1886 in de cantate, ”The Golden Legend“ van Arthur Sullivan, op het moment dat Lucifer in de proloog, verjaagd wordt door de klokken van de kathedraal van Straatsburg.

Berlioz Symphonie Fantastique Symphonie-Orchester des Bayerischen Rundfunks Sir Colin Davis cd BR Klassik 900220

https://www.stretto.be/2018/11/14/berlioz-odyssey-the-complete-sir-colin-davis-recordings-met-het-london-symphony-orchestra-op-het-label-lso-een-must/