


Johann Georg Pisendel (1687-1755), één van de grootste violisten van de 18de eeuw en vermaard concertmeester van het Dresdens hoforkest ten tijde van Frederik Augustus II (1696-1763), was dé spilfiguur van en tussen de Italiaanse en Duitse vioolscholen. Van de honderden composities voor diverse ensembles die Pisendel naliet, vallen zijn sonates voor viool en basso continuo op in zowel kwantiteit als kwaliteit. Deze schitterende cd met een selectie van sonates uit de bibliotheek van Pisendel, bevat daarenboven 2 wereldpremière opnames van een anonieme Sonate en van een Sonate van Franz Benda.

Johann Georg Pisendel (foto), één van die musici die de Europese muziekscene van de eerste helft van de 18de eeuw markeerden, was een referentie voor violisten en componisten van zijn tijd. Hij was een leerling van Torelli, Montanari, Heinichen of Vivaldi, en Bach, Telemann, Graupner, Zelenka, Hasse en Graupner, waren zijn vrienden. We weten dat Bach speciaal voor hem componeerde en dat Vivaldi, Telemann en Albinoni sonates en concerti aan hem opdroegen. Als leraar had Pisendel onder zijn leerlingen o.a. Quantz (foto), Benda en Johann Friedrich Agricola.Hij was ook een goede vriend van Jan Dismas Zelenka, wiens werken hij postuum hielp publiceren. Bovendien was hij naast één van de grootste vioolvirtuozen van de 18de eeuw, een getalenteerd componist en een fervent verzamelaar en nauwgezette kopiist die in zijn archief voor het orkest van Dresden, meer dan tweeduizend partituren wist te verzamelen. Deze verzameling, bekend als de Schrank II collectie, is een van de belangrijkste muziekarchieven uit de eerste helft van de 18de eeuw. De ontdekking en opname van deze sonates is dan ook een belangrijke aanvulling op het muzikaal repertoire van de 18de eeuw.
Johann Georg Pisendel werd geboren in Cadolzburg, een stadje in de buurt van Neurenberg in Beieren (Landkreis Fürth), waar zijn vader, Simon, voorzanger en organist was. Op 9-jarige leeftijd werd hij koorknaap aan de hofkapel van Ansbach. De muziekdirecteur daar was de zanger, Francesco Antonio Pistocchi, en de concertmeester was de gevierde violist en componist, Giuseppe Torelli. Daarom wordt er gedacht dat Pisendel viool studeerde bij Torelli. Nadat zijn stem muteerde, ging Pisendel viool spelen in het befaamd hoforkest, maar in 1709 verliet hij Dresden voor Leipzig om daar zijn muzikale studies voort te zetten. Op weg naar Leipzig ontmoette hij Johann Sebastian Bach in Weimar en, eenmaal in Leipzig, werd hij voorgesteld aan Georg Philipp Telemann. Pisendel werd een enthousiast lid van het door Telemann opgericht collegium musicum en ze werden goede vrienden.
Het jaar daarop aanvaardde Pisendel een vaste plaats in het Dresdens hoforkest. Hij bleef bij het orkest van Dresden voor de rest van zijn leven, hoewel hij zijn nieuwe meester, de kroonprins, later Augustus III van Polen, vergezelde op een tournee door Europa, waarbij hij Antonio Vivaldi bezocht (waarvan hij enkele solo-vioolwerken had uitgevoerd) in Venetië. 
De composities van Pisendel zijn klein in aantal, maar van hoge kwaliteit. Al zijn overgebleven werken zijn instrumentaal. Ze omvatten 10 vioolconcerti, 4 concerti voor orkest, 2 sonates voor viool, een Sinfonia en Trio. Hoe klein het aantal van zijn eigen composities ook was, de invloed van Pisendel op de muziek was groot. Een verzameling bestaande instrumentale werken uit de eerste helft van de 18de eeuw, die werden bewaard in de zogenaamde Schrank II (kabinet II) van de Dresdense hofkerk, omvat deze opdrachten, talrijke manuscripten met uitvoeringsinstructies in Pisendels eigen hand, en partituren die hij zelf had gekopieerd. De Saksische Staats- en Universiteitsbibliotheek Dresden en de Duitse Onderzoeksstichting voltooiden de digitalisering van de Schrank II-collectie in de zomer van 2011, waardoor onderzoekers de muzikale erfenis van Pisendel verder gingen bestuderen. Pisendel was de belangrijkste Duitse violist van zijn tijd.


De persoonlijke muziekcollectie van Pisendel was en bleef vanwege haar soort en grootte, één van de belangrijkste en meest unieke in Europa. De collectie is opmerkelijk vanwege de buitengewone stilistische diversiteit, die zijn kosmopolitische en eclectische muzikale vorming weerspiegelt. Haar bestaan is bijna wonderbaarlijk, aangezien ze door de geschiedenis heen, verschillende bombardementen heeft overleefd. In 1896, na meer dan honderd jaar vergetelheid, werd ze ontdekt en overgebracht naar de SLUB (Die Sächsische Landesbibliothek – Staatsund Universitätsbibliothek, Staats- en Universiteitsbibliotheek van Saksen) (foto’s) waar het tot op de dag van vandaag bewaard wordt. Deze immense collectie bevat, naast werken van grote componisten als Vivaldi, Händel en Telemann, een schat aan anonieme werken, waarvan er de afgelopen jaren dankzij grondig onderzoek enkele zijn geïdentificeerd.
“Tijdens mijn studiejaren aan de Schola Cantorum Basiliensis, waar ik een diepe fascinatie voor Pisendel ontwikkelde – zijn figuur, zijn werk en zijn leven”, zo vertelt Claudio Rio, “heb ik geleidelijk een aanzienlijk deel van zijn waardevolle archief geanalyseerd, getranscribeerd en gecatalogiseerd. Uit deze collectie hebben Julio Caballero en ik een aantal werken geselecteerd die we het meest interessant en representatief vonden, en zo het programma op deze cd samengesteld.”


Op het programma staan naast een Sonate van Johann Georg Pisendel, Sonates van Francesco Maria Veracini (foto), Franz Benda (foto) en Tomaso Albinoni (foto) en een prelude tot een Sonate van Pisendel voor klavecimbel solo van Julio Caballero Pérez. Deze sonaten zijn een uitstekende gelegenheid om de boeiende, rijk geornamenteerde solopartij te beluisteren, ondanks het eerder beperkt, maar typisch 18de eeuws bereik van de eerste 3 posities in de linkerhand van de viool. Deze debuut cd van een uitmuntende barokviolist, afkomstig van de vermaarde Schola Cantorum Basiliensis, is het resultaat van diepgaand wetenschappelijk onderzoek. U hoort een virtuoze violist, begeleid door een rijzende ster aan het klavecimbel met de expertise van de topgeluidstechnicus, Markus Heiland, die instond voor de optimale klank. Niet te missen!
Claudio Rado (1990), geboren in Treviso, begon op vijfjarige leeftijd met vioolspelen. Op 17-jarige leeftijd studeerde hij af bij Giorgio Fava aan het Conservatorium “A. Steffani” in Castelfranco Veneto. Vervolgens volgde hij een driejarige opleiding aan de Accademia di Santa Cecilia in Rome, bij de violiste van Armeense afkomst, Sonig Tchakerian, een gewezen leerlinge van o.a. Accardo en Milstein. Omdat hij altijd al een passie had voor oude muziek op historische instrumenten, werd Claudio Rado in 2016, geselecteerd als lid van het “European Union Baroque Orchestra” (EUBO), waarmee hij deelnam aan belangrijke festivals in heel Europa. Dankzij de steun van een stichting uit Bazel bespeelt Claudio Rado een viool uit 1767 van José Contreras, de beroemde vioolbouwer van het hof van Madrid. Hij wisselt dit bijzonder instrument regelmatig af met een viool uit 2013, van de in Treviso gevestigde vioolbouwer, Franco Simeoni.
De Spaanse klavecinist, Julio Caballero Pérez (1995), geboren in Granada, begon op 12-jarige leeftijd harmonie en compositie te studeren en na verloop van tijd voelde hij zich vanwege de interpretatieve vrijheid en de natuurlijke verbinding met improvisatie en compositie, aangetrokken tot oude muziek. Uiteindelijk besloot hij zich hierin te specialiseren. Op 18-jarige leeftijd verhuisde hij naar Zwitserland om er bij Dirk Börner en Michael Form aan de Universität der Künste in Bern te studeren. Later zette hij zijn opleiding klavecimbel en basso continuo verder bij o.a. Francesco Corti, Andrea Scherer en Jörg-Andreas Bötticher, aan de Schola Cantorum Basiliensis.


“From the library of Pisendel” Claudio Rado, violin Julio Caballero Pérez, harpsichord cd Challenge Classics CC 720023