Dick Harrison “De Hanze – Opkomst en ondergang van een machtig handelsverbond”, een indrukwekkende uitgave van Omniboek

“De Hanze’ was een Europees handelarengilde, een samenwerkingsverband van handelaren en steden, dat zes eeuwen lang bestond. “De Hanze” is het magnum opus van Dick Harrison, de bekende Zweedse historicus die geroemd wordt om zijn complete geschiedenissen van onder meer de Dertigjarige Oorlog, slavernij, de pest en heksenvervolging. In “De Hanze” beschrijft hij op een fenomenale, erudiete wijze, de achtergrond, opkomst en ondergang van de Hanze met spannende en diepgaande analyses van de lotgevallen van steden en mensen.

De oudste Hanzeverbonden van Duitse handelslui in den vreemde ontstonden in de 12de eeuw rondom de Noordzee en de Oostzee. In de Nederlanden waren de Duitse kooplieden in de late middeleeuwen bekend als ‘oosterlingen’. Het Zweedse eiland Gotland was aanvankelijk het centrale oord voor interactie van Deense, Westfaalse, Lübeckse, Nederrijnse maar ook Groningse handelaren.

In 1161, stichtten Duitse koopmansgildes de Hanze, gericht op de handel met de gebieden rond de Oostzee. Door vrijhandel toe te staan, bracht het Hanzeverbond veel economische bloei in Noordwest-Europa. De Hanze ontwikkelde zich tot een stedenverbond, waarbij in de hoogtijdagen meer dan tweehonderd steden aangesloten waren, ook steden uit de Noordelijke en Zuidelijke Nederlanden. Het bleef een officieus verbond, zonder statuten, oprichtingsdatum of bestuur. Vrije handel was hun doel, naast het minimaliseren van tol en belastingen.

De Hanze breidde zich steeds verder uit en ook de Noordzeekust en de steden aan de grote rivieren werden onderdeel van een grotere Europese gemeenschap. Er waren wel meer dan 200 steden aangesloten, van Bolsward in de Nederlandse provincie Friesland (foto), de stad van Johannes Brugman, tot Brugge, en van Nijmegen tot Novgorod. Bolsward (foto) kreeg bv. van Filips de Goede in 1455 stadsrechten mede dankzij de redenaar pater Brugman, en werd Hanzestad, en in 1230 werd Nijmegen vrije rijksstad en in 1402 Hanzestad.

Van de 13de – tot het midden van de 15de eeuw, “domineerde de Hanze de uitwisseling van goederen tussen het noordoosten en het noordwesten van Europa. Deze handel voorzag in de behoefte van het westen aan grondstoffen en voedingsmiddelen uit het oosten, zoals huiden, was, graan, vis, hout en houtbewerkingsproducten als pek en teer. Omgekeerd brachten de Hanzekooplieden in het westen en het zuiden vervaardigde nijverheidsproducten, zoals lakense stoffen en wapens, naar het oosten”.

“De oorsprong van de opkomst van de Hanze is te vinden in de handel die we in het vroegmiddeleeuwse Europa tegenkomen”, schrijft de auteur. “We moeten ook de geografische en politieke omgeving leren kennen waarin de Duitse kooplieden in de 12de en 13de eeuw leefden en werkten, toen mensen in Lübeck, Hamburg, Keulen, Danzig en andere steden een commerciële grootmacht begonnen te ontwikkelen. De ontwikkeling vond niet plaats in een vacuüm, maar was een reactie op uitdagingen en kansen die zich voordeden tijdens een van de expansiefste economische en demografische fasen in de Europese geschiedenis.”

In de 12de en 13de eeuw verenigden Duitse kooplieden zich in gilden die de basis vormden voor de Hanze. In de daaropvolgende eeuwen groeide de macht en invloed van de organisatie, en tegen het begin van de 15de eeuw domineerde ze vrijwel alle handelsactiviteiten in de Noordzee en de Oostzee. De Hanze was een overwegend vreedzaam netwerk in een tijd waarin internationale samenwerking volgens het huidige model nog niet bestond. Binnen de Hanzecultuur werden baksteengotiek, haringzouten en scheepsbouw gecombineerd met koopmanstrots, blokkadepolitiek en piratenjacht.Tegen het einde van de 16de eeuw stortte de Hanze in en kon zij niet langer omgaan met haar interne strijd, de sociale en politieke veranderingen die de Reformatie met zich meebracht, de opkomst van de Hollandse en Engelse koopmannen en de vijandelijke aanval van het Ottomaanse Rijk op haar handelsroutes en op het Heilige Roomse Rijk zelf. Het uitbreken van de Dertigjarige Oorlog (1618-1648) leidde tot het einde. Op de laatste Hanzedag in 1669, meldden zich maar negen steden en aan het definitief einde van de Hanze in 1862, waren er nog maar drie steden lid, Lübeck, Hamburg en Bremen.Grote delen van Noord-Europa maakten deel uit van het Hanzecultuurgebied, en de Duitse invloed is nog steeds voelbaar in steden als Stockholm, Bergen en Visby. Maar de bloei werd gevolgd door neergang toen nieuwe staten en zakenlieden de organisatie tijdens de Renaissance uitdaagden. De Hanze hield in de 17de eeuw geleidelijk op te bestaan. In de moderne tijd hebben de grensoverschrijdende netwerkactiviteiten hernieuwde relevantie gekregen, en veel ervan trekken parallellen met de EU. In ‘De Hanze’ beschrijft Harrison de geschiedenis van het machtig middeleeuws handelsnetwerk – waarvan ook Nederland en België deel uitmaakten – en de wereld waarin het ontstond, floreerde en uiteindelijk weer ten onder ging. Daarbij is er ruim aandacht voor de invloed die de Hanze had op o.a. de schilderkunst en de literatuur. “Hansan, ett handelsimperiums uppgång och fall” werd vertaald door Ger Meesters.

Dick Harrison (1966) is hoogleraar geschiedenis aan de Universiteit van Lund. Hij schrijft blogs, artikelen, romans en non-fictieboeken en maakt tv-documentaires over Europese en Zweedse geschiedenis. Eerder schreef hij o.a. “De volksverhuizingen: De geschiedenis van West-Europa, 375-800”, “De Zwarte Dood: De pandemie van de pest” en “De geschiedenis van de slavernij: van Mesopotamië tot moderne mensenhandel”, “Gevallen grootmachten” en “Heksenjacht”.

Dick Harrison De Hanze Opkomst en ondergang van een machtig handelsverbond 559 bladz. geïllustreerd uitg. Omniboek ISBN 9789401921060