


Mozart, De vioolconcerten is de kroon op het werk van een buitengewone reeks. Met dit zesde en laatste deel voltooit de befaamde Spaanse violist en dirigent Roberto Gonzalez-Monjas zijn indrukwekkende reis door Mozarts vioolconcerten, samen met het gerenommeerde Mozarteum Orkest Salzburg, dat wederom zijn stilistische meesterschap in het Mozart-repertoire demonstreert. Dit bijzondere album verschijnt net op tijd voor de Mozartweek 2026 in Salzburg – een must-have voor liefhebbers van klassieke muziek en een waardige bekroning van een unieke editie. 
Op 23 januari, vier dagen voor de 270e verjaardag van de geboorte van de componist, brengt het Duitse label Berlin Classics het dubbelalbum Wolfgang Amadeus Mozart: The Violin Concertos uit, “een essentieel werk voor liefhebbers van klassieke muziek”, geproduceerd door de in Valladolid geboren dirigent en violist Roberto González-Monjas en het Mozarteumorchester Salzburg.
Mozart was 19 jaar toen hij, tussen april en december 1775, vijf charmante, galante en onderhoudende Vioolconcerti componeerde. Mozart was zelfs niet eens 15 jaar toen hij begon met het componeren van muziek voor viool en strijkers die op recepties in Salzburg gespeeld werd als achtergrondmuziek. Een onverzadigbare drang tot onafhankelijkheid zou er weliswaar toe leiden, dat het genie van de jonge componist, openlijk, muzikale vormen zou uitdagen en innoveren met humor en frivoliteit.
Mozarts Vioolconcerto nr. 1 in Bes, K. 207, zou oorspronkelijk zijn gecomponeerd in 1775, samen met de andere vier volledig authentieke vioolconcerti. Analyse van het handschrift en van het papier waarop het concerto werd genoteerd, suggereren weliswaar dat de feitelijke datum van compositie 1773 zou kunnen zijn. Het concerto heeft de gebruikelijke snel-langzaam-snel structuur en steekt vol schitterend passagewerk met loopjes van zestiende noten. Het Adagio in E, K. 261, voor viool en een ensemble bestaande uit twee fluiten, twee hoorns en strijkers, werd in 1776 gecomponeerd. Het was waarschijnlijk een vervangingsdeel voor het oorspronkelijk langzaam deel van Mozarts Vioolconcerto nr. 5 in A. Het Rondo in C voor viool en orkest , K. 373, werd in april 1781 gecomponeerd. Dit rondo voor viool solo, twee hobo’s, twee hoorns en strijkers, werd weliswaar 5 jaar na de vijf genummerde vioolconcerti gecomponeerd. Er wordt aangenomen dat Mozart ook het rondo K. 269 op aanbeveling van de Salzburgse violist ,Antonio Brunetti componeerde, bedoeld als vervanging van de finale bewegingen.
Antonio Brunetti (1744-1786) was een Italiaanse violist, geboren in Napels. In 1776 verving hij Mozart in het hof orkest van graaf Hieronymus von Colloredo (foto) in Salzburg nadat Mozart afstand had gedaan van de plaats. In 1777 werd Brunetti concertmeester in Salzburg. Hij was de zoon van de componist Giovan Gualberto Brunetti maar anders is er weinig over zijn leven bekend. Hij was bevriend met Mozart, die voor hem componeerde. Hij werd echter ook in de brief van Mozart van 9 juli 1778 als een “volledig slechtopgeleide kerel” en in een latere (11 april 1781), als “die grove en smerige Brunetti beschouwd die een schande is voor zijn meester, voor zichzelf en voor het hele orkest”. In november 1778 trouwde hij met Maria Josepha Judith Lipp, dochter van de organist Franz Ignaz Lipp en schoonzus van Michael Haydn, bij wie hij eerder dat jaar een zoon had. Brunetti overleed in Salzburg.
Het Vioolconcerto nr. 2, twee maanden later dan het eerste gecomponeerd, toont alle kenmerken van de Franse galanterie. Het concerto is bijwijlen briljant en elegant met bij momenten, extra aandacht voor het orkest. Duidelijkheid en helderheid zijn hier de grootste troeven. Het Vioolconcerto nr. 3 in G, K. 216 werd gecomponeerd in Salzburg in 1775. Evenals de concerti nrs. 4 en nr. 5, wordt het gekenmerkt door de galante stijl die Mozart aanvulde met een onuitputtelijke, melodische vinding en diepgaande expressie. Het werk wordt in de correspondentie van Mozart, “Straßburg Concerto” genoemd vanwege “Straatsburg”, een zogenaamde populaire melodie in de finale, een soort van potpourri in Franse stijl.
Het oorspronkelijk allegro steekt vol inventiviteit en energie en verzamelt verschillende thematische ideeën. Het eerste thema herneemt het ritornello uit de aria van Aminta “Aer tranquillo e dì sereni” uit Mozarts opera “Il re pastore”. Deze opera werd in 1775 besteld voor een bezoek van aartshertog Maximiliaan Frans (foto), de jongste zoon van keizerin Maria Theresia, aan Salzburg. Nadat de 19-jarige Mozart er zes weken aan gewerkt had in het ouderlijk huis aan de voormalige Hannibalplatz in Salzburg, werd “Il rè pastore” in 1775 opgevoerd in het aartsbisschoppelijk paleis.
Twee andere thema’s volgen, de eerste toevertrouwd aan de houtblazers en de tweede aan de violen, die de orkestintroductie completeren. Pas op dit ogenblik maakt de solist zijn entree met het eerste thema, introduceert vervolgens nieuw materiaal, neemt virtuoos deel aan de ontwikkeling, en re-introduceert de orkestfinale. In de tweede beweging (Adagio) bereikt Mozart momenten van grote, lyrische vindingrijkheid en emotie die hij verkrijgt door de twee hobo’s te vervangen door twee fluiten en het gebruik van dempers voor de strijkers. Het eerste thema wordt gepresenteerd door het orkest en vervolgens overgenomen door de solist. Het tweede thema wordt geïntroduceerd door de viool en vervolgens samengevoegd in het orkest dat de beweging zacht beëindigt. Het finaal rondo is gecomponeerd met passages in verschillende ritmes. Het opent met een kenmerkend thema (Allegro) door het orkest, waaruit de naam “Straßburg” is afgeleid. De briljantste passages zijn voorbehouden voor de solist. De afsluiting van het concerto wordt niet overgelaten aan de solo viool, maar aan het gefluister van de hobo’s en hoorns.
Een project met een bijzondere betekenis voor de in Valladolid geboren uitvoerend musicus en maestro, zoals hij zelf uitlegde: “Ongeveer twaalf jaar geleden, toen ik begon met het dirigeren van Mozarts symfonieën, kwam er iets in mij in opstand: hoe kon ik muziek maken – reageren op de harmonie, het karakter en de emotie vormgeven – binnen een symfonisch deel, maar me volkomen onbekwaam voelen om hetzelfde te doen met vioolconcerten? Wat volgde was een lang en vaak pijnlijk proces: maanden en jaren van alles in twijfel trekken, afleren en opnieuw leren, analyseren en onderzoeken, geduld, existentiële vragen, experimenten en overdrijvingen, inspirerende ontdekkingen,” merkte de dirigent, die tevens muzikaal leider is van het Galicia Symphony Orchestra en chef-dirigent van het Musikkollegium Winterthur in Zwitserland.
Ondanks de frustratie, ondanks het gevoel dat hij zijn visie niet op het podium kon overbrengen, verloor hij de moed niet. “Ik verdubbelde mijn inspanningen, leerde compromislozer te zijn, zong frasen hardop totdat ze fysiek logisch klonken, nam risico’s tijdens repetities en concerten, en leerde geleidelijk aan leven met en voor deze tijdloze werken,” legt González-Monjas uit.
In 2021 moedigde Siegwald Bütow, directeur van het Mozarteumorchester, hem aan om de uitdaging van de opname aan te gaan. “Tot mijn verbazing volgden er nog drie jaar van intensief, bijna kwellend werk voordat ik me er klaar voor voelde. Elk concerto werd van de grond af opnieuw bestudeerd en in context geplaatst; nieuwe bronnen en manuscripten werden gevonden in musea en bibliotheken; nieuwe cadenza’s werden geschreven en, het allerbelangrijkste, ik stond mezelf eindelijk toe om mijn remmingen los te laten en het karakter, de retoriek en de versieringen volledig te omarmen. Voor het eerst had ik het gevoel dat ik voldoende perspectief had om een samenhangende visie te ontwikkelen op de vijf vioolconcerten en de drie afzonderlijke delen. Alles viel perfect op zijn plaats,” herinnert de in Valladolid geboren musicus zich, die zowel dirigeerde als als solist optrad.
De dirigent en violist herinnert zich dat de concerten dienden als een soort visitekaartje voor de componist, waarmee hij zijn vaardigheden als violist kon tonen. Dit was in een tijd dat hij concertmeester was – hij werd op zestienjarige leeftijd benoemd tot concertmeester van het Salzburgse hoforkest, maar het jonge wonderkind gaf al jaren concerten in heel Europa. Hij componeerde de vijf vioolconcerten in 1773, toen hij zeventien was. “Achter hun schijnbare eenvoud schuilt een grote rijkdom aan karakter, een diepe emotie en bovenal een verrassende moderniteit en relevantie!”, roept González-Monjas uit.
Roberto González-Monjas is een zeer gewilde dirigent en violist en maakt snel naam op het internationale toneel. Hij heeft een sterke reputatie opgebouwd als een geboren muziekleider, gekenmerkt door zijn meeslepende artistieke visie, opmerkelijke charisma, grenzeloze energie en enthousiasme, en scherpe muzikale intelligentie. Hij is chef-dirigent van het Musikkollegium Winterthur in Zwitserland (sinds augustus 2021), muzikaal leider van het Galicia Symphony Orchestra in Spanje (sinds augustus 2023), chef-dirigent van het Mozarteumorchester Salzburg (sinds september 2024) en artistiek leider van de Iberacademy in Colombia. Daarnaast was Roberto tussen 2022/23 en 2024/25 vaste gastdirigent van het Belgisch Nationaal Orkest en werd hij door de Dalasinfoniettan in Zweden benoemd tot ere-dirigent na een vierjarige periode als chef-dirigent en artistiek leider van de Dalasinfoniettan tussen 2019 en 2023.
Hij is ook zeer betrokken bij de muziek van hedendaagse componisten en heeft premières verzorgd van werken en nauw samengewerkt met componisten als Richard Dubugnon, Andrea Tarrodi, Anders Hillborg, Diana Syrse, Thierry Escaich en Hannah Kendall, om er maar een paar te noemen. Gedreven door een diepe betrokkenheid bij onderwijs en de ontwikkeling van jong talent, richtte Roberto samen met dirigent Alejandro Posada Iberacademy op. De instelling is toegewijd aan het opbouwen van een efficiënt en duurzaam model voor muziekonderwijs in Latijns-Amerika, met een bijzondere focus op het bereiken van kwetsbare bevolkingsgroepen en het ondersteunen van uitzonderlijk getalenteerde jonge musici Roberto begon zijn carrière als soloviolist, kamermusicus en orkestleider. Hij bespeelt een viool van Giuseppe Guarnieri uit 1710, een ‘filius Andreae’, die hem vriendelijk ter beschikking is gesteld door vijf families uit Winterthur en de Rychenberg Stiftung.



Mozart The Violin Concertos Roberto González-Monjas Mozarteumorchester Salzburg 2 cd’s Berlin Classics 0303023BC