“Charles’ Angels, vrouwelijke wetenschappers in de tijd van Charles Darwin”. Een revelatie, uitgegeven door Atlas Contact. Zeker lezen!

In ‘Darwins engelen’ besteden samenstellers Tessa van Dijk en Norbert Peeters aandacht aan de vrouwelijke wetenschappers die van belang zijn geweest voor het werk van Charles Darwin. Het is weinig tot niet bekend, maar Darwin correspondeerde nl. via talloze brieven met de voornaamste natuurgeleerden uit zijn tijd en tot hen behoorden ook vrouwen. 

De auteur van “De oorsprong der soorten” of “The Origin of Species”, van de evolutietheorie en natuurlijke selectie en van de “The Descent of Man”, claimde dat “De man moediger, strijdlustiger en energieker is dan de vrouw”. Toch hechtte Darwin veel waarde aan hun observaties, bevindingen en expertise. Maar, wie waren deze vrouwelijke geleerden met wie Darwin brieven wisselde? Het waren in de eerste plaats vrouwen die braken met het Victoriaans ideaalbeeld van de vrouw en die zich binnen  het mannelijke academische bolwerk ontplooiden. Dit bijzonder boek laat u kennis maken met het leven en werk van Mary Anning, Frances Power Cobbe, Lydia Becker, Marianne North, Mary Davis Treat (foto), Mary Everest Boole, Frances Wedgwood, Sophia Bledsoe Herrick, Arabella Burton Buckley en Florence Dixie.

De bijdragen zijn geschreven door Tessa van Dijk, Floor Haalboom, Auke-Florian Hiemstra, Matthijs Meeuwsen, Eva Meijer, Norbert Peeters, Anne Por, Jelle Reumer, Menno Schilthuizen en Gemma Venhuizen. José van Dijck, de eerste vrouwelijke president van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen, schreef het voorwoord.

Mary Anning (1799-1847) (foto) was bv. een Engelse fossielen verzamelaarster en paleontologe, onder andere bekend geworden met ontdekkingen van Ichthyosaurus en Plesiosaurus. Ze zocht haar leven lang naar fossielen in de kalkstenen kliffen van Lyme Regis, die tegenwoordig tot de zogenaamde Jurassic Coast worden gerekend. Sophia Bledsoe Herrick (1837-1919) volgde een vroege interesse in de evolutietheorie door biologie aan de Johns Hopkins University te studeren en publiceerde wetenschappelijke artikelen in Century en Scribner’s Magazine voor een breed publiek. Ze werd een frequente medewerker van artikelen, geschriften als mevrouw S. B. Herrick, en was voor een tijd assistent-redacteur van Richard Watson Gilder bij Century. Haar latere werken gingen over natuurlijke geschiedenis en reizen.

Lady Florence Caroline Dixie (1855-1905) (foto), was een Schotse reizigster, oorlogscorrespondente, schrijfster en feministe. Haar verhaal over reizen door Patagonië, haar kinderboeken The Young Castaways en Aniwee, of The Warrior Queen, en haar feministische utopie Gloriana, of de revolutie van 1900, hielden zich alle bezig met feministische thema’s, gerelateerd aan meisjes, vrouwen en hun posities in de samenleving. Lydia Ernestine Becker (1827-1890) was dan weer een leidster in de vroege Britse kiesrechtbeweging, evenals een amateurwetenschapper met interesse in biologie en astronomie. Ze wordt het best herinnerd voor het oprichten en publiceren van de Women’s Suffrage Journal tussen 1870 en 1890.

Frances Power Cobbe (1822-1904) (foto) was een Ierse schrijfster, sociaal hervormer, anti-vivisectie-activiste en leidende campagne voor het stemrecht voor vrouwen. Ze richtte in 1875 ook een aantal dierenrechtenorganisaties op, waaronder de National Anti-Vivisection Society (NAVS) en de British Union voor de afschaffing van Vivisection (BUAV) in 1898, en was lid van de uitvoerende raad van de London National Society voor vrouwenkiesrecht. Ze schreef een aantal boeken en essays, waaronder The Intuitive Theory of Morals (1855), On the Pursuits of Women (1863), Cities of the Past (1864), Criminals, Idiots, Women and Minors (1869), Darwinism in Morals (1871) en Scientific Spirit of the Age (1888).

“De geschiedenis van vrouwelijke hoogleraren”, zo lezen we, “kwam in 1917 op gang met in inauguratie van Johanna Westerdijk (foto), een Nederlandse botanicus en schimmeldeskundige, die op 10 februari van dat jaar een leerstoel in de fytopathologie aan de Universiteit Utrecht aanvaardde.Als we tachtig jaar teruggaan in de geschiedenis, komen we in het Victoriaanse tijdperk – een tijd waarin er geen vrouwen in de academische wereld rondliepen, op een enkele verdwaalde studente na. Het zou echter van historische blindheid getuigen als we vrouwelijke geleerden en vrouwelijke wijsheid gelijk zouden stellen aan de academische beroepsgroep. Wijsheid en geleerdheid is immers geen beroep, ook al is er over de professionalisering ervan veel (en veel belangrijks) te zeggen. En dus moet je een ander zoeklicht laten schijnen op deze periode om vrouwelijke geleerden en wijsheid te ontdekken. Deze bundel biedt zo’n bijzondere inkijk in het leven en werk van verschillende Victoriaanse vrouwelijke geleerden.”

“Darwins engelen”, zo lezen we verder, “gaat over een grotendeels vergeten groep vrouwen die zich intellectueel manifesteerden, noodzakelijkerwijs niet als beroepsgeleerden maar door middel van onder meer populairwetenschappelijke boeken, artikelen en politiek activisme. Wat deze vrouwen met elkaar verbond is hun briefwisseling met de Britse bioloog Charles Darwin. Uit deze correspondentie kunnen we opmaken hoezeer vrouwen ook in zijn tijd een bijdrage hebben geleverd aan de wetenschap. Niet alleen als tekstredacteur of ‘administrateur’ van de grote geleerde, zoals in het geval van Darwins vrouw Emma en later zijn dochters Elizabeth en Henrietta, die zich ontpopten tot belangrijke sparringspartners in zijn denkproces.  Of zoals Darwins nichtjes, die zich ontwikkelden tot volwaardige ‘laborantes’ – ontdekkers van nieuwe patronen in de evolutie van planten en dieren – en die hij enthousiast aansprak als ‘lieve engelen’ om hen te laten merken hoe belangrijk hun veldwerk bijdragen waren.”

“Het waren juist ‘gewone’ onbekende vrouwen”, zo lezen we verder, “die zich per brief tot Darwin richtten om bijdragen te leveren aan de nieuwe wetenschap van de evolutieleer. Deze tot nu toe onderbelichte correspondentie tussen Darwin en zijn ‘engelen’ laat een nieuw licht schijnen op de plek van vrouwen in de wetenschapsgeschiedenis. Er waren wel degelijk vrouwelijke geleerden in het Victoriaanse tijdperk, alleen waren ze minde zichtbaar. De correspondentie toont bovendien aan dat wetenschap – ook toen al – niet het werk was van een individueel genie, maar het resultaat van een teaminspanning. Natuurlijk kun je tegenwerpen dat vrouwen een onderdanige positie innamen in dat grotere verhaal; en uiteraard kun je opwerpen dat Darwin zelf niet bepaald bekendstond als een aanhanger van vrouwvriendelijke theorieën.”

Deze bundel met tien biografische portretten, zorgvuldig ingeleid en verzameld door Tessa van Dijk en Norbert Peeters, laat echter bewust een andere kant zien. De auteurs geven juist aan dat het aandeel van vrouwen aan de wetenschap, ondanks hun beperkte toegang tot de academie, het hoger onderwijs en de wetenschappelijke sociëteiten, substantieel was. En daarmee krijgen deze grotendeels vergeten vrouwen de plek in de canon van de wetenschapsgeschiedenis die ze verdienen.

Na de Inleiding: “de vrouwen rondom Darwin”, komen achtereenvolgens aan bod : Mary Anning. Prinses van de paleontologie (Jelle Reumer), Frances Power Cobbe. ‘Oh, those poor brutes!’ (Eva Meijer), Lydia Ernestine Becker. Van huis-thuis-en-keukenwetenschap tot kiesrechtbarricades (Floor Haalboom), Marianne North. Met penseel en schilderdoek door de plantenwereld (Gemma Venhuizen), Mary Lua Adelia Treat. Vlinders, wolfspinnen en vleesetende planten (Menno Schilthuizen en Norbert Peeters), Mary Everest Boole. Lessen uit haar wondere en wiskundige wereld (Anne Por), Frances Julia Wedgwood. Op het snijvlak van evolutie en ethiek (Tessa van Dijk),  Sophia M’Ilvaine Bledsoe Herrick. Natuur door het oog van de lens (Norbert Peeters), en Arabella Burton Buckley. De feeërieke wereld van de natuurwetenschappen en Florence Caroline Dixie. Een dwarse duizendpoot (Auke-Florian Hiemstra en Matthijs Meeuwsen). Zeker lezen!

Norbert Peeters Tessa van Dijk Darwins engelen Vrouwelijke geleerden in de tijd van Charles Darwin  319  bladz. geïllustreerd Atlas Contact ISBN 978 90 450 3759 2