Orkestversie van Haydns “Die sieben letzten Worte unseres Erlösers am Kreuze”, door het Ensemble Resonanz o.l.v. Riccardo Minasi, op het label harmonia mundi. Subliem!

Na een bekroonde cd met cello-concerti en symfonieën van C.P.E. Bach (Diapason d’Or, ffff Télérama!) zetten de musici van het Ensemble Resonanz hun persoonlijke verkenning van achttiende-eeuwse orkestmuziek voort. Sinds enkele jaren is het ensemble, onder leiding van de bevlogen dirigent Riccardo Minasi, de uitdaging aangegaan, om instrumenten te bespelen met een ‘moderne’ opstelling (violen, altviolen en bassen met metalen snaren), maar met volledige beheersing van historisch geïnformeerde uitvoeringspraktijken.

Veertig jaar na wat ‘de barokke revolutie’ werd genoemd, is het een plezier om deze negen orkestbewegingen bij de goddelijke woorden van Christus aan het kruis, opnieuw te ontdekken en de retorische vaardigheden te beluisteren, waarvan Joseph Haydn een weergaloze exponent was.

Oorspronkelijk waren “De zeven woorden” een orkestwerk, bestaande uit een inleiding, zeven langzame sonata’s, in feite symfonische bewegingen, gebaseerd op Jezus’ zeven laatste woorden aan het kruis, en een afsluitend Presto (Il Terremoto). Het werk werd gecomponeerd in opdracht van Don José Sáenz de Santa María, marqués de Valde-Íñigo, een mecenas die de decoratie van de Santa Cueva-grot onder de Santo Rosario-kerk te Cádiz in Spanje, bekostigd had. Het was bedoeld voor de bijzondere liturgische dienst die ieder jaar op Goede Vrijdag in die grot gehouden werd.

Na “Die sieben Worte Jesu Christi am Kreuz” (SWV 478) voor solostemmen, vijfstemmig koor en instrumenten uit 1645 van Schütz en “Septem verba a Christo in cruce”, uit ca. 1730-1735, van Pergolesi (1710-1736), componeerde Haydn zijn “Die sieben letzten Worte unseres Erlösers am Kreuze”. Er is een versie voor orkest (“Musica instrumentale sopra le 7 ultime parole del nostro Redentore in croce, ossiano 7 sonate con un’introduzione ed al fine un terremoto”), Hob. XX/1 (1786-87), een versie voor Strijkkwartet (Musica instrumentale sopra le 7 ultime parole del nostro Redentore in croce … ridotte in quartetti) op. 51, Hob. III:50-56 (1787), een versie voor Klavier (1787) en een versie voor vier solisten en orkest Hob. XX/2 (oratoriumversie) uit 1795-1796.

Het werk werd voor het eerst gepubliceerd door Artaria in Wenen in 1787. Wanneer het precies werd gecomponeerd en zelfs wanneer het voor het eerst in Cádiz is uitgevoerd, staat niet vast. Men veronderstelt 1786. Aansluitend op de zes Parijse symfonieën, werd het op 26 maart 1787uitgevoerd in Wenen bij Prins Auersperg en op 30 maart in Bonn (helaas bij afwezigheid van de jonge Beethoven, op weg (op de vlucht) naar Wenen). Later dat jaar vond een nieuwe uitvoering plaats in Wenen bij graaf Walsegg, de toekomstige opdrachtgever van het Requiem van Mozart.

Op 7 juli kondigde de Weense uitgever Artaria gelijktijdig de originele versie voor orkest aan. De originele versie voor orkest alleen, bevatte twee fluiten, twee hobo’s, twee fagotten, vier hoorns, twee trompetten, pauken en strijkers. In 1795-1796 voegde Haydn twee klarinetten en twee trombones toe, en verrijkte hij de fluit- en fagotpartijen. Hij reduceerde ook (in de tweede en vierde woorden) het aantal hoorns van vier naar twee, en verwijderde de aanwijzingen voor herhalingen van de kopiist.

De oorspronkelijke versie voor orkest bevatte alleen de inleiding en de zeven langzame bewegingen, nog niet de Introduzione tussen nummers 4 en 5, noch de aardbeving aan het einde. De versie voor strijkkwartet (eveneens gepubliceerd in 1787) bevatte de aardbeving wel. De versie voor piano dateert van 1787, maar is niet van Haydn.

De ontstaansgeschiedenis van de versie voor koor begon in 1794, toen Haydn, op de terugreis van zijn tweede Engelandreis, langs Passau (foto) passeerde hoorde hij een versie voor koor van de hand van de plaatselijke Domkapellmeister, Joseph Friebert. Haydn vond een koorversie een goed idee, en besloot er zelf een te maken. Hij deed daarvoor beroep op Baron van Swieten, die de verzen van Friebert aanpaste. Die zette de woorden van Christus aan het begin van elk deel voor een vierstemmig koor (bij Friebert waren het begeleide recitatieven), en hij voegde een “Introduzione II” in tussen de sonates 4 en 5.

De delen zijn :

Introduzione. Maestoso ed adagio

Sonata I. Pater, dimitte illis, quia nesciunt, quid faciunt. Largo

Sonata II. Hodie mecum eris in Paradiso. Grave e cantabile

Sonata III. Mulier, ecce filius tuus. Grave

Sonata IV. Deus meus, Deus meus, ut quid dereliquisti me ? Largo

Sonata V. Sitio. Adagio

Sonata VI. Consummatum est ! Lento

Sonata VII. In manus tuas, Domine, commendo spiritum meum. Largo

Il Terremoto. Presto e con tutta la forza

Naar gelang de versie, opent het werk met een Intrada (L´Introduzione I), Maestoso e adagio, bedoeld als “prelude”, gevolgd door de eerste vier Sonates, Largo. “Pater, dimitte illis, non enim sciunt quid faciunt.” (Lucas 23:34), Grave e cantabile. “Amen dico tibi: Hodie mecum eris in paradiso.” (Lucas 23:43), Grave. “Mulier, ecce filius tuus … Ecce mater tua.” (Johannes 19:26-27), en Largo. “Deus meus, Deus meus, ut quid dereliquisti me?” (Mattheus 27:46, Marcus 15:34). Na een tweede Introduzione, die in de hier opgenomen orkestversie niet aanwezig is, volgen de drie resterende sonates, Adagio. “Sitio.” (Johannes 19:28), Lento. “Consummatum est!” (Johannes 19:30), en Largo. “Pater, in manus tuas commendo spiritum meum.” (Lucas 23:46). Als finale, Il Terremoto, Presto e con tutta la forza, een compositie die de aardbeving volgend op Jezus’ overlijden, verklankt (naar Mattheus 27:51vv.). Passend devoot en expressief gespeeld, met de meerwaarde van de authentieke klank van de instrumenten. Warm aanbevolen.

Riccardo Minasi, geboren in 1978 in Rome, is een Italiaanse violist en dirigent, gespecialiseerd in barokmuziek uitgevoerd op oude instrumenten. Hij kreeg zijn eerste muzieklessen van zijn moeder en studeerde vervolgens eerst moderne viool bij Paolo Centurioni en Alfredo Fiorentini. Toen hij zich tot de barokviool en het toegewijd repertoire wendde, volgde hij les bij Enrico Parizzi en Luigi Mangiocavallo. Minasi speelde als solist en concertmeester in vele ensembles, waaronder “Les Concert des Nations” van Jordi Savall, de “Accademia Bizantina”, Concerto Italiano, Il Giardino Armonico, “Concerto Vocale” o.l.v. René Jacobs, Collegium 1704 en het Ensemble 415 o.l.v. door Chiara Banchini.

Tot de belangrijkste musici met wie hij samen speelde behoren Enrico Onofri, Viktoria Mullova, Albrecht Mayer, Christophe Coin, Sergio Azzolini en Reinhard Goebel. Als dirigent werkte hij met een aantal gerenommeerde ensembles, waaronder de Potsdam Chamber Academy, het Zurich Chamber Orchestra, het Balthasar-Neumann-Ensemble en het “Helsinki Baroque Orchestra”, waarvan hij sinds 2008 dirigent is. In 2007 richtte hij het kamermuziekensemble “Musica Antiqua Roma” op, gespecialiseerd in het zeventiende- en  achttiende eeuws repertoire, met speciale aandacht voor Romeinse componisten van die tijd.

Juditha Haeberlin, geboren in 1969, groeide op in Hamburg en ontving haar eerste vioollessen op zevenjarige leeftijd van Michael Goldstein en Roland Greutter. Al vroeg gaf ze concerten als soliste bij het Hamburger Jugendorchester. Ze heeft haar universitaire studie voltooid bij o. a. Jens Ellermann in Hannover en Isabelle van Keulen in Den Haag. Ze won verschillende prijzen op internationale wedstrijden, bijvoorbeeld de eerste prijs van de stad Tilburg, samen met pianist, Franck-Thomas Link. Ze werkte als universitair hoofddocent aan het conservatorium in Den Haag en als plaatsvervangend eerste concertmeester van het Radio Kamerorkest Hilversum. Ze is concertmeester van het Ensemble Resonanz en een permanent lid van de musikFabrik NRW.

Haydn Die sieben letzten Worte unseres Erlösers am Kreuze Ensemble Resonanz Riccardo Minasi cd harmonia mundi HMM902633