Symfonieën van Alfredo Casella o.l.v. Gianandrea Noseda

Na de benoeming tot “Dirigent van het Jaar” door de Musical America Awards, werd Gianandrea Noseda (°1964) dit jaar benoemd tot nieuwe chef-dirigent van het National Symphony Orchestra in Washington DC. Om deze nominatie te vieren gaf Chandos de complete symfonieën van zijn Casella reeks met de BBC Philharmonic uit, verzameld in een twee-cd uitgave.

Van Turijn naar Parijs

De in Turijn geboren Alfredo Casella (1883-1947) kwam uit een familie van musici, veelal cellisten werkzaam in Lissabon en Turijn. Zijn moeder was pianiste. Zij gaf hem zijn eerste muzieklessen. Alfredo ging naar het Conservatorium in Parijs en studeerde daar piano bij Louis Diémer en compositie bij Gabriel Fauré. Hij deelde er de klas met George Enescu en Maurice Ravel. Debussy, Stravinski en de Falla behoorden in Parijs tot zijn vriendenkring. Casella had ook contact met Busoni, Mahler en Richard Strauss. Samen met Ravel speelde hij in 1920 in Wenen de versie voor twee piano’s van “La Valse”.

Pianist en dirigent

Casella werd assistent van Cortot, gaf les aan de Accademia Nazionale di Santa Cecilia in Rome en werd één van dé Italiaanse pianovirtuozen van zijn generatie. Daarnaast was hij een belangrijk dirigent. Zo creëerde hij in 1911 de orkestversie (voor ventielhoorn) van Ravels wondermooie “Pavane pour une infante défunte”. Van 1927 tot 1929 was Casella ook chef-dirigent van de Boston Pops. Hij volgde daarmee de nu vergeten Italiaanse operadirigent Agide Jacchia op. Casella werd op zijn beurt opgevolgd door de legendarische Arthur Fiedler die de Pops 49! jaar lang zou leiden. Fiedler zou opgevolgd worden door John Williams, de huiscomponist van Steven Spielberg.

Kamermuziek

Met de cellist Arturo Bonucci en violist Alberto Poltronieri vormde hij in 1930 het “Trio Italiano”. Arturo Bonucci bracht overigens in 1940 vier jonge musici samen rond het Strijkkwartet van Debussy. Daaruit ontstond vijf jaar later het “Nuovo Quartetto Italiano”, dat in 1951 bekend werd als het “Quartetto Italiano”. Beide ensembles werden wereldberoemd. Het Quartetto Italiano bestond tot 1980.

Concerti en een ballet

Casella componeerde concertante werken zoals “Notturno e Tarantella”, “Scarlattiana”, het “Concerto Romano” en het Divertimento “Paganiniana”. Hij had weliswaar zijn grootste succes in 1924 met zijn ballet “La Jarre” naar “La Giara” (De kruik), een verhaal van Luigi Pirandello, door de sterdanser Jean Börlin en de Ballets suédois van Rolf de Maré in het Théâtre des Champs-Élysées in Parijs. De dirigent was Roger Désormière en de kostuums waren ontworpen door Giorgio de Chiric. 1924 was voor Les Ballets suédois ook het memorabel jaar van het ballet instantanéiste “Relâche”, met de “entracte cinématographique” (film) “Entr’acte” van René Clair op muziek van Erik Satie en decors van Francis Picabia. Het was daarnaast ook het jaar van “Le Tournoi singulier” naar “Le Débat de Folie et d’Amour” van de Franse Renaissance dichteres Louise Labé, op muziek van Roland-Manuel.

Moderne, Italiaanse muziek

In 1923 richtte hij met de schrijver Gabriele D’Annunzio en de componist Gian Francesco Malipiero de “Corporazione delle nuove musiche” op, een vereniging ter bevordering en verspreiding van moderne Italiaanse muziek, los van het verisme. Casella behoorde met Malipiero, Respighi, Pizzetti en Alfano tot de “generazione dell’ottanta” (“generatie van ’80”). Deze post-Puccini-generatie richtte zich in navolging van de composities van Giuseppe Martucci (1856-1909) op het componeren van instrumentale muziek, eerder dan op het componeren van opera’s. Gian Francesco Malipiero noemde Martucci’s 2de symfonie uit 1904 trouwens het begin van de geboorte van Italiaanse muziek die geen opera was. Casella, die erg van beeldende kunst hield, verzamelde tevens passioneel schilderijen en beeldhouwwerken.

Herontdekking van Vivaldi

Casella legde zich toe op pedagogie en musicologie. De herontdekking van Vivaldi’s werken was ook grotendeels te danken aan Casella. Hij organiseerde nl. in 1939 de “settimana Vivaldi” (Vivaldi week) met de dichter Ezra Pound. Hij bracht toen Vivaldi’s net herontdekt, meesterlijk Gloria (RV 589) en zijn dramma per musica “l’Olimpiade” uit 1734. In 1947 richtte de Venetiaanse zakenman Antonio Fanna vervolgens het “Istituto Italiano Antonio Vivaldi” op met Malipiero als artistiek leider. Vivaldi’s wereldroem kon beginnen.

Drie boeiende symfonieën

Op de twee cd’s staan naast Casella’s twee symfonieën en een derde uit 1939-1940, de orkestrale Fragmenten (“frammenti sinfonici”) uit zijn opera “La donna serpente” uit 1928-1931. Casella componeerde deze opera op een libretto van Giovacchino Forzano die o.a. ook de libretti schreef voor Puccini’s “Suor Angelica” en “Gianni Schicchi”. Casella’s 1ste symfonie is een vroeg werk (1906). Het getuigt van creatieve energie en brandende overtuiging waarbij Casella’s enthousiasme voor Russische muziek al in het somber openingsthema in de geest van Moessorgski weerklinkt. De hypnotische eerste beweging klinkt bedrukkend in vergelijking met de zachtere, melodieuze tweede en de gedurfde finale waarin de avontuurlijke heldendaden van een ambitieuze jonge componist te horen zijn. Vanaf de eerste noten is Casella’s 2de symfonie uit 1909 dank verschuldigd aan zijn model, Mahlers 2de.

Neoklassieke 3de

Het was door zijn bewondering voor Stravinsky dat Casella het muzikaal neoclassicisme ontdekte, een stijl die sterk tot uiting kwam in de drijvende ritmen en de klank- en kleurrijke orkestratie van zijn derde symfonie. Deze werd in opdracht gecomponeerd om de vijftigste verjaardag van het Chicago Symphony Orchestra te vieren. Daar ging de symfonie met groot succes in 1941 in première. Dresden en Wenen volgden, respectievelijk o.l.v. Casella zelf en o.l.v. Wilhelm Furtwängler.

Gedreven Noseda

Noseda is muziekdirecteur van het Teatro Regio de Turino en artistiek directeur van het muziekfestival van Stresa. Deze Cavaliere Ufficiale al Merito della Repubblica Italiana die in Washington Christoph Eschenbach opvolgt, behoort vandaag tot de topdirigenten. Dit bewijst hij o.a. met zijn gedreven Casella opnamen. Casella’s symfonieën steken vol thematische vindingrijkheid en sonore verrassingen. De muziek is stilistisch eclectisch en tonaal maar bevat heel persoonlijke, lyrische en ritmische inventiviteit die Gianandrea Noseda volkomen inziet en begrijpt. Noseda zorgt dus voor de interpretatieve meerwaarde van deze bijzondere orkestmuziek. Niet te missen.

Noseda conducts Casella BBC Philharmonic Gianandrea Noseda 2 cd Chandos CHAN10895(2)

http://www.stretto.be/2020/08/23/dallapiccola-il-prigioniero-o-l-v-gianandrea-noseda-op-het-label-chandos-een-openbaring/