“Military Beethoven Compositions and Transcriptions for Piano” door Carl Petersson, op het label Naxos. Verrijkend!

In de loop van zijn leven componeerde Ludwig van Beethoven een aantal losse pianostukken, o.a. marsen, variaties en dansen, en maakte transcripties. Veel van deze werken bleven zonder een opusnummer. In een catalogus van Georg Kinsky en Hans Halm, werden ze vermeld als WoO, ‘Werke ohne Opuszahl’, hoewel ze misschien in het leven van de componist toch zijn gepubliceerd. Op de cd staan 18 dergelijke composities.

Een catalogus van de Zwitserse musicoloog Willy Hess foto) werd uitgegeven in de jaren 1950, met niet-gepubliceerde of onafgemaakte stukken, waarvan sommige in de WoO-catalogus waren opgenomen. Naast de werken met opusnummer, die eerder werden gegeven als WoO- en Hess-stukken, is er een poging tot een catalogus van alle tot dan bekende werken in chronologische volgorde door de Italiaanse musicoloog, Giovanni Biamonti (1889-1970). De meeste werken die hier zijn opgenomen, hebben WoO- of Hess-nummers.

De “Beethoven Gesamtausgabe” was de eerste verzamelde editie van de werken van Ludwig van Beethoven. De volledige titel luidde “Ludwig van Beethovens Werke: Vollständige Kritisch durchgesehene überall berechtige Ausgabe”. Het werd gepubliceerd tussen 1862 en 1865, met een extra deel verschenen in 1888. De uitgave bevatte 263 werken gerangschikt in vierentwintig “series”. Hoewel de publicatie in die tijd een baanbrekende prestatie was, had het werk zijn beperkingen. Musicoloog Friedrich Spiro pleitte tijdens het vierde congres van het Internationaal Muziekgenootschap in 1911, al voor een herziening. Spiro wees op onjuistheden in het notenmateriaal en op diverse authentieke werken van Beethoven die nooit waren opgenomen (zoals Op. 134, Beethovens eigen versie voor pianoduet van zijn Große Fuge, Op. 133). Willy Hess stelde daarop een catalogus samen van de werken van Beethoven die niet in de Gesamtausgabe waren opgenomen. Zijn catalogus werd gepubliceerd in 1957.

De Neue Beethoven-Gesamtausgabe, een nieuwe volledige uitgave van Beethovens muziek werd gepubliceerd vanaf 1961, op initiatief van het Beethoven-Haus in Bonn. Er zouden 56 delen in voorbereiding zijn, waarvan ongeveer de helft is gepubliceerd. De derde en voorlaatste editie van de Hess catalogus, “Verzeichnis der nicht in der Gesamtausgabe veröffentlichten Werke Ludwig van Beethovens. Zusammengestellt für die Ergänzung der Beethoven-Gesamtausgabe”, gepubliceerd in het Italiaans in het Jaarboek 1951-1952 van de Nationale Academie van Sancta-Cécilia, werd vertaald door Biamonti (“le opere di Beethoven en la loro edizione completa”, Rome, Tipografia Romano Mezzetti, 1953). In 1968 publiceerde Biamonti vervolgens zijn eigen Beethoven-catalogus, de Biamonti-catalogus, die kan worden beschouwd als een uitbreiding en een aanvulling van de Hess-catalogus.

Net als Willy Hess (1906-1997) ging Biamonti, wat Beethovens werken betrof, uit van een concept van het woord “werk” dat uitgebreider en flexibeler was. In deze definitie zijn alle fragmenten, schetsen, onafgemaakte of verlaten werken in zijn catalogus opgenomen. Net als de Hess-catalogus is de Biamonti-catalogus ook een min of meer complementaire catalogus van de Kinsky/Halm-catalogus, maar bevat 849 vermeldingen. De Biamonti-catalogus van de werken van Beethoven is nu één van de basiscatalogi van Beethovens oeuvre.

Over een periode van 25 jaar ontwikkelde Beethoven, die bekend stond voor zijn improvisaties op het klavier, zijn krachten als componist. Zijn vroege composities weerspiegelden de invloeden van die tijd, maar in de nieuwe eeuw begon hij de inherente mogelijkheden van klassieke vormen te vergroten. In zijn negen symfonieën creëerde hij werken van een zodanige omvang en intensiteit dat ze een serieuze uitdaging vormden voor componisten van latere generaties. Hetzelfde kan gezegd worden van zijn pianosonates, waarin hij profiteerde van de nieuwe technische mogelijkheden van het instrument, dat nu een aantal veranderingen onderging.

Een toenemend kenmerk van zijn schrijven was te horen in zijn gebruik van contrapunt, een element dat sommige tijdgenoten verwierpen als ‘geleerd’, en in opmerkelijke innovaties, waarvan sommige in hedendaagse termen verder gingen dan louter excentriciteit. De kunst van transcriptie begon niet in het romantisch tijdperk maar kwam wel tot bloei met meesters als Liszt, Tausig en Godowsky. Dit was een kunstvorm die niet door hen werd uitgevonden, maar wel naar het hoogste niveau werd gebracht. Ze werden voorafgegaan door Beethoven, die door zijn improvisatievermogen voor zijn doofheid begon, de belangrijkste pianist van zijn tijd was.

Op deze cd volgen na Beethovens “Musik zu einem Ritterballett”, WoO 1, Hess 89, “6 Easy Variations on an Original Theme” in G Major, WoO 77, “7 Variations on God Save the King” in C, WoO 78 en “5 Variations on Rule Britannia” in d, WoO 79. Hierna volgen “Wellingtons Sieg oder die Schlacht bei Vittoria” (Wellington’s Victory or the Battle of Victoria), Hess 97 (piano version of Op. 91), en vier marsen, “Triumphmarsch zum Trauerspiel Tarpeja von Kuffner” (Triumphal March for the Tragedy Tarpeja by Kuffner), WoO 2a, Hess 117 (arr. for piano), March in Bes, WoO 29, Hess 87 (originele versie) (arr. for piano), March in Bes, WoO 29, Hess 87 (revised version) (arr. for piano) en March No. 1 in F, “Für die böhmische Landwehr, Zapfenstreich No. 1”, WoO 18, Hess 99.

Als “intermezzo” ontdekt u de versie voor piano van het scherzo uit Beethovens Piano Trio in G, Op. 1, No. 2 (fragment, Hess 98, completed by C. Petersson), gevolgd door zeven dansen en een Bagatelle, het Menuet in As, WoO 209, Hess 88, Menuet in F, WoO 217, (Biamonti 66), Menuet in d, (Gardi 10) (transcribed by D.P. Johnson, performing version by L. Bisgaard), Wals in c, WoO 219, Hess 68, Bagatelle in A, WoO 81 (transcribed by A. Schmitz) , Anglaise in D, WoO 212, Hess 61, Ecossaise in Es, WoO 86 en de Ecossaise in G, WoO 23, Hess 4 (arr. C. Czerny for piano).

Onder de eerste weldoeners van Beethoven was graaf Ferdinand Ernst von Waldstein (1762-1823) (foto), een vriend van de aartsbisschop-keurvorst, lid van de Duitse Orde, en een man met brede interesses en voorname voorouders. Hij was het die in 1791 in Bonn het Ritterballett had gepland en uitgevoerd, met muziek van Beethoven die hem aanvankelijk werd gecrediteerd. Het ballet, in traditionele Duitse kostuums, vertegenwoordigde de belangrijkste elementen van het hoofs, middeleeuws, Duits leven, de jacht, de liefde (“Minnelied/Romanze”), de strijd (“Marsch”), dansen en drinken, geïllustreerd in een reeks scènes, gescheiden door een Duits lied (“Deutscher Gesang”). Het script en de volledige details van het werk zijn verloren gegaan, maar de partituur van Beethoven overleeft in orkestrale vorm en in een pianotranscriptie.

Beethovens zes eenvoudige variaties op een origineel thema dateren uit 1800, met een G-hoofdthema gerelateerd aan een element in de Rondo van de Sonate in Bes groot, Op. 22 van hetzelfde jaar. Beethovens vele variaties bevatten versies van “God save the King” en “Rule Britannia”, gecomponeerd in de zomer van 1803 en het jaar daarop gepubliceerd.

De programmamuziek, “Wellington’s Victory” of “Wellingtons Sieg” was ten tijde van de compositie in 1813, actueel. Het was nl. het jaar van de overwinning van de hertog van Wellington op de troepen van Napoleon in Vitoria in Spaans Baskenland. De muziek was daarenboven oorspronkelijk bedoeld voor een nieuw uitgevonden instrument, de Panharmonicon. De uitvinder Mälzel, die eerst het orchestrion en later de metronoom uitvond, had zijn instrument ontworpen volgens de lijnen van een muziekdoos en had Beethovens compositie gepland als een patriottische attractie.

Door omstandigheden werd dit plan echter gewijzigd en Beethoven werd gevraagd om voor een liefdadigheidsconcert ten behoeve van de gewonden in de Slag om Hanau, nu in de Duitse deelstaat Hessen, door de Beierse veldmaarschalk, Karl Philipp Josef, Prinz von Wrede in oktober 1813, het werk te orkestreren, vrij van de technische beperkingen opgelegd door de Panharmonicon.

De eerste uitvoering was op 12 november 1813. Het evenement, bedoeld om ook geld in te zamelen voor de uitgaven van Mälzel en Beethoven voor een geplande reis naar Londen, was belangrijk om de aandacht van het publiek op Beethoven te vestigen en bij de tweede uitvoering in december meer geld op te halen. Het werk omvatte trompetsignalen voor de strijd van de Engelse en Franse legers, “Rule Britannia”, “Marlborough s’en va-t-en guerre”, (ook bekend als “For He is a Jolly Good Fellow”), geweervuur en een fuga gebaseerd op “God save the King” en werd opgedragen aan de Prins Regent, later George IV van Engeland. De pianotranscriptie werd gepubliceerd in 1816.

In 1813 componeerde van Beethoven een Triomfmars voor de opening van de tweede akte van Christoph Kuffners toneelstuk “Tarpeja”, gebaseerd op de legende van het verraad van Tarpeja aan de Sabijnen van de poort naar Rome. Tarpeia was de dochter van Spurius Tarpeius, de commandant van de citadel van Rome en (of) een Vestaalse Maagd/priesteres. Na de Sabijnse maagdenroof, een mythisch voorval van net na de stichting van de stad Rome, wist Titus Tatius, de koning der Sabijnen, Tarpeia over te halen het Sabijns leger in de stad binnen te laten door één van de stadspoorten te openen. In ruil zou zij alles krijgen wat de Sabijnen aan hun linkerhand droegen, gouden armbanden en ringen. Aan hun linkerhand droegen de Sabijnse soldaten echter ook hun schilden. De verraadster Tarpeia vond de dood, bedolven onder de schilden van de Sabijnen.

De originele en een gecorrigeerde versie van een getranscribeerde mars, Hess 87, dateert van 1797/98. De transcriptie van een mars voor het Boheems Territoriaal Leger (“Für die böhmische Landwehr, Zapfenstreich”) dateert uit 1809, toen een vorm van dienstplicht van kracht was, en werd opgedragen aan aartshertog Anton van Oostenrijk. Beethoven noemde het werk in een brief van 1810 aan aartshertog Rudolph, zijn ‘muziek voor paarden’, verwijzend naar een keizerlijke paardenshow die die zomer in Laxenburg werd gehouden.

De pianopartituur van het Scherzo van het Piano Trio, Op. 1, nr. 2, uit 1794–99 overleefde in een fragment, hier aangevuld en herzien door Carl Petersson. Het menuet in As, met een contrasterende mineursectie, is gedateerd rond 1792 en was oorspronkelijk waarschijnlijk opgevat als een pianostuk. Het menuet in F wordt door Biamonti vermeld als Bia. 66, en het menuet in re klein, Gardi 10 is hier herzien en bewerkt door Lars Bisgaard. Er zijn tragische boventonen in de Wals in do klein, uit 1803, gedeeltelijk verdreven in de Bagatelle, WoO 81. De huidige collectie eindigt met een Engelse dans, Anglaise, en twee dansen uit Schotland. De tweede Ecossaise misschien oorspronkelijk bedoeld voor blaasorkest, werd getranscribeerd voor piano door Carl Czerny.

Carl Petersson, geboren in 1981 in Lund in Zweden, begon op 15-jarige leeftijd met piano spelen. Hij studeerde aan de Koninklijke Deense Muziekacademie in Kopenhagen bij José Ribera en nam in die tijd deel aan tal van internationale masterclasses. Petersson ontving vier jaar achtereen de studiebeurs Tel-Hai International Piano Master Classes en studeerde bij Pnina Salzman, Viktor Derevianko en Emanuel Krasovsky. Sindsdien groeide hij uit tot een begenadigd pianist met een heel apart repertoire.

Military Beethoven Compositions and Transcriptions for Piano Wellington’s Victory Variations on Rule Britannia Variations on God Save the King Ballet of the knights Carl Petersson cd Naxos 8.573928

https://www.stretto.be/2019/10/03/beethoven-the-complete-piano-variations-bagatelles-clavierstucke-door-ronald-brautigam-6-cds-op-het-label-bis-een-must/

https://www.stretto.be/2020/06/07/bonnie-laddie-highland-laddie-beethoven-folk-songs-op-het-label-naxos-een-heerlijk-vrolijke-bloemlezing-niet-te-missen/