Ontdek “Niccolò Jommelli, Requiem” o.l.v. Giulio Prandi, op het label Arcana.

Na het succes van hun eerste cd voor Arcana, met de Messa in Re Maggiore en het Mottetto “Dignas laudes resonemus”, twee niet-gepubliceerde werken van Pergolesi, die hen een “Diapason Découverte” opleverde, keren Giulio Prandi en het Coro e Orchestra Ghislieri terug met een opname, di keer van het Requiem van Niccolò Jommelli. Een ontdekking.Niccolò Jommelli (1714-1774) uit Aversa nabij Napels, was leerling aan het Conservatorio di Santo Onofrio a Capuana en het Conservatorio della Pietà dei Turchini in Napels. In 1737 beleefde hij zijn eerste succes met zijn opera “L’errore amoroso”. Hierop volgden onder meer “Odoardo” (1738) en “Merope” (1741). Hij verbleef afwisselend in Rome, Bologna (waar hij contrapunt studeerde bij Padre Martini) en in Venetië, waar hij directeur van het Ospedale degli Incurabili (een conservatorium) werd. Na een korte periode waarin hij als hulpkapelmeester werkzaam was in de Sint-Pietersbasiliek te Rome, ging hij in 1753 naar Stuttgart, waar hij vijftien jaar kapelmeester was van Karl Eugen van Württemberg (foto). Hij bracht er het Duits operaleven onder Italiaanse invloed en in die periode componeerde hij o.a. “La clemenza di Tito” (1753) en “Il matrimonio per concorso” (1766).

In 1769 keerde Jommelli naar Napels terug. Kort voor zijn overlijden componeerde hij zijn beroemd Miserere voor 2 stemmen en orkest. Jommelli componeerde veel kerkmuziek (waaronder een Messa D majeur (1766)) – a 4 voci concertata obligati, het hier opgenomen Requiem, Beatus vir, Te Deum in D, Emitte spiritum, alleluja, Veni creator spiritus, Veni sponsa Christi), een passie, oratoria (“Isacco, figura del Redentore” (1742), “Betulia liberata per 4 voci, coro e strumenti” (1743), “Gioas re di Giuda” (1745), “La Passione di Gesù Cristo per 4 voci” (1749)) en wel 82 opera’s, waarvan er 53 bewaard zijn gebleven.

Het Requiem (Missa pro defunctis) in Es voor solisten, koor en strijkers, werd in 1756 gecomponeerd voor de begrafenis van Maria Augusta Anna, prinses van Thurn und Taxis (foto), de moeder van de hertog van Württemberg en was het populairste Requiem tot 1791, tot Mozart zijn Requiem componeerde. Jommelli’s werk wordt gedomineerd door een stralende intimiteit die niet afhankelijk is van imposante en spectaculaire effecten, maar zich concentreert op vocale schoonheid en subtiele vertelling.

De stemmen van Sandrine Piau en Carlo Vistoli vormen de kern van een structuur waarin het koor is ingevoegd in een iriserende, contrapuntische textuur, die de kennis die de componist tijdens zijn jaren in Venetië en Rome opdeed, ten volle benut. Deze opname, het resultaat van een lang onderzoeksproces, is gebaseerd op een nieuwe kritische editie die voor het eerst een volledige en samenhangende partituur van het Requiem oplevert. Daarin zijn secties in het Gregoriaans (“Requiem, Antiphona: Dominus custodit te Requiem”, “Tractus: Absolve” en “Domine Postcommunio: Inveniat”) geïntegreerd die het oorspronkelijk, muzikaal evenwicht herstellen, gewenst door de componist. De solisten zijn Sandrine Piau, sopraan (foto), Raffaele Giordani, tenor, Carlo Vistoli, alt en Salvo vitale, bas. Een aanrader.

Niccolò Jommelli Requiem Sandrine Piau Carlo Vistoli Raffaele Giordani Salvo Vitale Coro e Orchestra Ghislieri Giulio Prandi cd Arcana A 477

http://www.stretto.be/2018/03/18/pergolesis-messa-in-re-maggiore-motetto-dignas-laudes-resonemus-op-het-label-arcana-gezongen-door-marlis-petersen-prachtig/