Harald Jähner, “Wolfstijd – Duitsland en de Duitsers 1945 – 1955”, uitgegeven door De Arbeiderspers. Beklemmend maar grandioos.

“Zoveel begin was er nog nooit. Zoveel einde ook niet.”, zo omschrijft Harald Jähner de ‘wolfstijd’ in Duitsland, die begon met het einde van de Tweede Wereldoorlog en tot diep in de jaren ’50 voortduurde.Toen de oorlog voorbij was, stonden de Duitsers voor het grote niets, “Stunde null”. De ramp die ze zelf hadden veroorzaakt was ongekend, het aantal doden niet te overzien. De steden lagen in puin, kinderen groeiden op zonder vader, meer dan de helft van de bevolking was op drift. Miljoenen vluchtelingen en ontheemden, ontslagen dwangarbeiders en terugkerende krijgsgevangenen moesten in de chaos een nieuw bestaan zien op te bouwen. Maar te midden van alle armoede, honger en anarchie ontstond ook een niet te onderdrukken levenslust, een verlangen naar dansen, naar welvaart en naar vergetelheid.“Wolfstijd” is een grote naoorlogse mentaliteitsgeschiedenis die de Duitsers in al hun diversiteit toont, van de naamloze verkopers op de zwarte markt, hun zakken volgepropt met pakjes Lucky Strike, tot stijlvolle huisvrouwen, gezeten aan een niervormige designtafel. Van ‘heropvoeder’ Alfred Döblin en de intellectuelen die een cultuur van debat reanimeerden, tot Beate Uhse, die de eerste seksshop ter wereld opende, schildert Jähner het sociaal panorama van een decennium dat beslissend was voor de Duitsers en in veel opzichten heel anders was dan we denken.“Opgegroeid in de jaren 70 en 80 lijkt de Tweede Wereldoorlog ver achter me te liggen maar toch is er een bevreemdende fascinatie voor de donkerste periode uit de recente geschiedenis”, zo schrijft Jähner. “Werd deze belangstelling aangewakkerd doordat mijn grootmoeder zonder schroom over het verlies van haar man en de vlucht met haar 6 kinderen naar Frankrijk kon vertellen? Of is het door de toenemende polarisatie en de opkomst van extreem rechts die me doen denken aan de onheilspellende jaren 30?”, vraagt Jähner zich af.“Hoe het ook zei”, zo vervolgt hij, “er is geen periode waarvan elk aspect zo gedetailleerd opschreven is als Wereldoorlog II. Alhoewel. Wat ik me wel eens afvroeg: hoe verging het de Duitsers zélf de jaren vlak na de hel van bombardementen? Hoe overleefden zij die periode in kapotgeschoten steden in een bezet land met een vernietigde economie en industrie?”Harald Jähner dook in deze bizarre tijd en beschrijft in “Wolfstijd” hoe Duitsland in een periode van 10 jaar, er quasi volledig bovenop krabbelde. Hij schetst een duidelijk beeld van een naoorlogs overwonnen land waarin Duitsers, krijgsgevangenen, dwangarbeiders, verdrevenen en overlevenden van de kampen, terug recht probeerden te staan. In een boeiende vertelstijl, en met veel getuigen uit alle gelederen, brengt Jähner op een accurate wijze verslag uit. Door net de gewone man, en in dit geval voornamelijk de gewone vrouw, te belichten, geeft hij een treffend en correct verloop van het dagelijks leven en de nieuwe overlevingsstrijd van 1945 tot midden jaren ’50.In “Wolfstijd” brengt Jähner alle overlevenden van deze gruwelperiode aan het woord. Hierdoor wordt snel duidelijk dat de naoorlogse periode net zoals de oorlog zelf, een tijd was om proberen te overleven. Wat inhoudt dat ook dan het slechtste in de mens naar boven komt en zij zich gaan gedragen als hongerige wolven. Gelukkig waren er ook vele (jonge) Duitsers, die hoopvol naar de toekomst keken en terug iets van hun leven wilden maken. Het zijn voornamelijk zij die Duitsland op het spoor hebben gekregen en daarmee de positieve noot in dit boek brengen.Harald Jähner schrijft over het puin, Wie ruimt dat ooit weer op? Strategieën bij het puinruimen. Ruïnepracht en puintoerisme, De volksverhuizing, bevrijde dwangarbeiders en gevangenen op drift en de verdreven en de schokkende confrontatie van de Duitsers met zichzelf, Liefde anno ’47, hongerig naar leven, dorstig naar liefde, en hoe het vrouwenoverschot de mannen in de kaart speelde. Daarna volgen items als Roof, rantsoenering en zwarte markt, een stoomcursus markteconomie, hoe de burgers leerden plunderen en de logica van de bonkaarten, een volk van kruimeldieven, ritselaars en sjacheraars, de zwarte markt als leerschool in staatsburgerschap, en het Wirtschaftswunder, het tweede uur nul. Als laatste en laatsten, beschrijft hij de heropvoeders, die in opdracht van de geallieerden sleutelden aan de Duitse mentaliteit, de Koude Oorlog in de kunst en het design van de democratie, cultuurhonger, hoe abstracte kunst de sociale markteconomie aankleedde, en hoe het niertafeltje (Kidney sidetable) (foto) in de jaren ’50, het Duits denken transformeerde.De combinatie van Jähners vlotte schrijfstijl, historische getuigenissen en ongeziene foto’s maakt van “Wolfstijd” een compleet boek en als sfeerbeeld met sterke formuleringen en scherpe observaties van de naoorlogse samenleving, is het boek beklemmend maar grandioos geschreven.  Zeker lezen.“Wolfszeit” werd vertaald door Anne Folkertsma en Jantsje Post.

De Duitse journalist en auteur, Harald Jähner (°1953) (foto), studeerde literatuur, geschiedenis en kunstgeschiedenis in Freiburg en promoveerde in Berlijn. Na zijn afstuderen werkte hij als freelance journalist. Van 1989 tot 1997 was hij hoofd van de communicatieafdeling van het Haus der Kulturen der Welt in Berlijn en tegelijkertijd was hij van 1994 tot 1997, freelance literair criticus van de Frankfurter Allgemeine Zeitung. Daarna werkte hij als redacteur bij de Berliner Zeitung, waar hij van 2003 tot 2015 leiding gaf aan de afdeling, Feuilleton. Sinds 2011 is Jähner ereprofessor culturele journalistiek aan de Universität der Künste in Berlijn. In 2019 won hij de Preis der Leipziger Buchmesse (foto) voor “Wolfszeit” in de categorie non-fictie/essay.Harald Jähner Wolfstijd Duitsland en de Duitsers 1945 – 1955  geïllustreerd 503 bladz.  Uitg. De Arbeiderspers