“Argippo”, Vivaldi Edition vol.64, door Europa Galante o.l.v. Fabio Biondi, op het label Naïve.

Na de pasticcio “Il Tamerlano” door Ottavio Dantone en de Accademia Bizantina, presenteren nu Fabio Biondi en zijn orkest Europa Galante, een nieuwe pasticcio. De opname van “Argippo” is weliswaar geen  wereldpremière, maar na de al lang uitverkochte opname uit 2009 door het Hof Musici Ensemble (Cappella Accademica) onder leiding van de Praagse klavecinist, Ondřej Macek, op het label Dynamic, is de energieke en onstuimige, nieuwe opname van Vivaldi’s “Indische” pasticcio, een meerwaarde. “Argippo” RV Anh. 137 is een opera-pasticcio met aria’s van Pescetti, Hasse, Porpora, Galeazzi, Fiorè en Vinci op een libretto van Domenico Lalli. De première was in 1730 in het Teatro Sporck in Praag. Deze opname op basis van de Edizione critica van Bernardo Ticci uit 2019, is de eerste moderne uitvoering van het compleet manuscript van “Argippo” dat in 2011 in Darmstadt werd ontdekt. De opname van deze opera over de verwarrende liefdesverhalen van Zanaide, de dochter van de grootmogol, Tisifaro, is de 20ste opera in de prestigieuze collectie, “Vivaldi Edition”, van het label Naïve.Er waren drie aspecten van muzikaal mecenaat, die Franz Anton Reichsgraf von Sporck (1662-1738) (foto) opmerkelijk maakten voor de muziek zowel binnen als buiten Tsjechië, zijn introductie van de hoorn in Bohemen, zijn oprichting van het eerste permanent operatheater in de Boheemse landen, en een bepaalde band die hij had met Johann Sebastian Bach. De traditie van het spelen van de hoorn, Waldhorn of Cor de Chasse, werd geïntroduceerd in Bohemen nadat graaf Sporck het instrument had meegenomen van een bezoek aan het hof van Versailles in het voorjaar van 1681. De cultivatie ervan verspreidde zich in Bohemen tot algemeen werd erkend dat de Boheemse hoornisten de beste waren in het Europa van de 18de eeuw.Na reeds lang theatervoorstellingen in Kuks en zijn paleis in Praag gesponsord te hebben, stond Graaf Sporck in 1724, een Italiaans operagezelschap toe, om in zijn Praags paleis op te treden. De aanleiding was de opvoering van de Festa teatrale “Costanza e Fortezza” van Johann Josef Fux, ter gelegenheid van de kroning van Karel VI in Praag in 1723, een evenement dat gepaard ging met weelderige operaproducties. Daardoor groeide het besef dat Praag een permanent theater nodig had om opera’s als aristocratisch entertainment te presenteren. Graaf Sporck achtte het gepast om de inspanningen van de Italiaanse impresario Antonio Maria Peruzzi en vervolgens deze van Antonio Denzio, bij het oprichten van het Praags theater, aan te moedigen. Er waren ook enkele jaren operaproducties in het Spital van zijn kuuroord, Bad Kuks (foto), in de regio Hradec Králové, tijdens de zomermaanden. Dit prachtig Schloss was gedecoreerd door Matthias Bernhard Braun en Giovanni Pietro della Torre. Het bedrijf Denzio slaagde erin enkele van de meest prominente zangers uit Italië naar Praag te halen, o.a. Margherita Gualandi, en gebruikte Antonio Vivaldi als bron van repertoire en zangers. Vivaldi zelf bezocht Praag in de vroege jaren 1730 als resultaat van zijn connecties met het Sporck-theater. Veel opera’s werden er voor het eerst opgevoerd, waaronder de eerste opera op het origineel gegeven en met de oorspronkelijke personagenamen van Don Juan, de opera “La pravità castigata” (1730) op een libretto van Antonio Denzio en met muziek voornamelijk van Antonio Caldara, reden waarom Mozart en Lorenzo Da Ponte, in 1787, het gegeven van Don Juan kozen voor hun speciaal voor Praag gecomponeerd Dramma giocoso, “Il dissoluto punito, ossia il Don Giovanni”.Tijdens de Denzio-producties kwam het bedrijf van graaf Sporck echter in financiële moeilijkheden. Uiteindelijk ging het in 1735 failliet, waarbij een beroep op graaf Sporck om hulp, minachtend werd afgewezen. Van graaf Sporck is bekend dat hij banden had met de dichter Picander, eigenl. Christian Friedrich Henrici (1700-1764), in Leipzig, bekend van J.S. Bach, die veel van zijn teksten op muziek zette. Het is mogelijk dat deze connectie Bach ertoe bracht om graaf Sporck te willen cultiveren voor zijn muziek. Sporck was immers hartstochtelijk geïnteresseerd in Duitse poëzie en had zelfs de dichter Gottfried Benjamin Hancke, als lid van zijn huishouden in dienst genomen. Het handschrift van het “Sanctus” van Bachs Mis in si klein (h-Moll-Messe) bevat een aantekening dat een kopie naar graaf Sporck in Bohemen is gestuurd. Weliswaar staat nergens in de omvangrijke overgebleven correspondentie van graaf Sporck, dat dit gebaar ooit werd erkend of beloond met een betaling aan Bach. Het is zelfs ook helemaal niet zeker dat ze elkaar ooit hebben ontmoet.Na veel geld te hebben verduisterd als penningmeester van de broederschap Santissima Annunziata in Napels, vluchtte de librettist Sebastiano Biancardi naar Rome en vervolgens naar het noorden, waar hij zich in Venetië vestigde onder de naam Domenico Lalli (foto). Daar schreef of redigeerde hij tientallen opera libretti. In 1713 schreef hij het stuk “Gran Mogul”, dat later door verschillende componisten op muziek werd gezet onder de titel “Argippo”. De historische achtergrond was de Achtste Ottomaans-Venetiaanse Oorlog van 1714–1718, toen de Italiaanse handelsstad, intensieve handelsbetrekkingen onderhield met India. De grootmogol, Aurangzeb, die in 1707 overleed na een halve eeuw heerschappij, werd beschouwd als dé romantische figuur van het subcontinent, die de verbeelding en het werk van talrijke Europese kunstenaars stimuleerde. Giovanni Porta’s toonzetting van Lalli’s Argippo-libretto werd voor het eerst uitgevoerd in Venetië in 1717 en Andrea Stefano Fiorè’s toonzetting van Stampa’s bewerking van het Argippo-libretto, werd voor het eerst uitgevoerd in Milaan in 1722. Ook Vivaldi nam deel aan deze “exotische, Indiase mode”, en componeerde het Vioolconcerto, “Il Grosso Mogul”, RV 208, en een Fluitconcerto “Il Gran Mogul” RV 431a.Vivaldi’s originele opera “Argippo”, die in 1730 in Wenen in première ging in het Theater am Kärntner Tor, is verloren gegaan. Daarentegen werd in 2011, in Darmstadt, een anonieme, naamloze kopie van een aan Ernst Christian Hesse (1676-1762) toegeschreven opera gevonden, gebaseerd op een versie van “Argippo” gecomponeerd door Vivaldi voor Praag. Het is deze pasticcio, RV Anh. 137, die we op deze nieuwe opname ontdekken. Tien aria’s, de helft van de aria’s van de hele opera, zijn afkomstig van andere componisten zoals Nicola Porpora, Battista Pescetti, Leonardo Vinci en Johann Adolf Hasse.De plot is gebaseerd op een nachtelijke verleiding van de mooie Zanaide door de neef van de grootmogul, Silvero. Het lukte hem om zijn achternicht Zanaide, te laten geloven dat hij Argippo was, de koning van Cingone (Chittagong). Zanaide stortte daarna in diepe droefheid en verwarring, want, Argippo is nooit meer verschenen. Hij kon dat ook niet doen omdat de echte koning getrouwd was met Osira en niets vermoedde toen hij door de Mogol werd uitgenodigd voor een officieel staatsbezoek. Eenmaal daar begint het gebruikelijk heen en weer gedoe over gekwetste liefde, misverstanden, en erotische verwarring, met alle kansen voor aria’s over tederheid, angst, woede en waanzin. Osira wordt verondersteld te sterven uit wraak voor de vermeende overtreding van haar man, maar wordt op het laatste moment gered door Silvero. Uiteindelijk trouwt Zanaide met haar achterneef, Silvero.De aria’s, die meer gevarieerd zijn in vergelijking met deze in andere Vivaldi-opera’s, hebben we te danken aan de hoogwaardige aria’s van collega’s van Vivaldi, die, zoals de lijst met namen laat zien, destijds tot de beste van hun vak behoorden. Een nauwgezette reconstructie van het manuscript werd uitgevoerd door de musicoloog Bernardo Ticci uit verschillende bestaande bronnen verspreid over Oost-Europa, de libretti van de twee producties, een verzameling aria’s en een anoniem werk, aangevuld met aria’s van Galeazzi, Pescetti, Hasse, Porpora, Fiorè en Vinci.De rivaliteit en familieconflicten van geliefden, opeenstapeling van misverstanden, gespannen gevoelens en overdreven emoties, waren een onuitputtelijke bron van inspiratie voor Vivaldi en zijn collega’s. De Venetiaanse componist vond in de tekst van Domenico Lalli, een librettist van verschillende lyrische werken geïnspireerd door de mogol, alle bronnen die bijdroegen aan een contrasterende en gloeiende schriftuur over het vuur van de liefde tot de dood. De personages zijn Emőke Barath, sopraan, Argippo, Marie Lys, sopraan, Osira, Delphine Galou, alt, Zanaida, Marianna Pizzlato, alt, Silvero en Luigi de Donato, bas, Tisifaro. Bijzonder opmerkelijk is Zanaida’s aria di furore “Se lento ancora il fulmine” (1ste akte, Delphine Galou), Osira’s liefdesmelodie “Vado a morir per te” (3de akte, Marie Lys) en  “Da più venti combattut” uit de 2de akte (Emöke Baráth). Niet te missen!Vivaldi Argippo Emőke Baráth Marie Lys Delphine Galou Marianna Pizzolato Luigi De Donato Europa Galante Fabio Biondi 2 cd Naive OP7079 Vivaldi Edition

http://www.stretto.be/2019/06/05/magnifieke-arie-e-cantate-per-contralto-en-musica-sacra-van-vivaldi-door-delphine-galou-en-de-accademia-bizantina-o-l-v-ottavio-dantone-op-het-label-naive/

http://www.stretto.be/2018/09/10/lina-tur-bonet-en-musica-alchemica-spelen-vivaldis-il-grosso-mogul-op-het-label-pan-classics-schitterend/