Paul van Ostaijen, Bezette stad, na 100 jaar, de heruitgave van Boom.

Paul van Ostaijen (1896-1928), een modernistisch Vlaams dichter en prozaschrijver, was gefascineerd door kunststromingen zoals het dadaïsme, het expressionisme en het vroege surrealisme. Zoals blijkt uit Bezette stad, was Van Ostaijen een meester in het experimenteren met klanken en typografie.In de zomer van 1914 werd Antwerpen onverwacht gebombardeerd vanuit een zeppelin. Na een korte strijd viel de stad in handen van de Duitsers. Zes jaar later probeerde de Antwerpenaar, Paul van Ostaijen, het leven en de chaos van de bezette stad vast te leggen. Hij schreef het grootste deel van dit baanbrekend avant-gardekunstwerk, in de zomer van 1920, in Berlijn, waar hij, samen met zijn vriendin Emma Clément (foto), op de vlucht was voor de Belgische overheid, op beschuldiging van activisme. In Berlijn kwam Van Ostayen o.a. in het Café des Westens, in contact met de schrijvers, Walter Mehring en Herwarth Walden, met de schilders, Heinrich Campendonk en Fritz Stuckenberg (foto), en met het kubisme, dadaïsme en expressionisme van “Die Aktion” en “Der Sturm”.Met flarden van liedjes, reclames, uithangborden, filmbeelden en krantenberichten, riep hij in “Bezette stad”, in navolging van het kleurgebruik in zijn indrukken van het Berlijn van na de Eerste Wereldoorlog, “De feesten van angst en pijn” (1918-1921), met een ‘ritmiese (sic) typografie’, de beelden en geluiden op van de stad in al haar vervreemdende wanorde. Zijn beroemde typografische experimenten verbeeldden de bommen, het vuur en de verminkten, maar ook het dagelijks en nachtelijk leven in het bezet Antwerpen.Met “Bezette Stad” wilde Van Ostaijen niet alleen een tijdsbeeld schetsen, maar ook de vorm en inhoud van poëzie radicaal vernieuwen. De gedichten riepen met hun bizarre woordassociaties, niet alleen beelden van een verlaten stad op, maar vormden ook een eigen, nieuwe wereld met zijn poëzie en typografie. Voor de boekuitgave van “Bezette stad” verzorgde de Vlaamse beeldhouwer, Oscar Jespers (1887-1970), de door Van Ostaijen beoogde ‘ritmiese typografie’. Jespers vormde nl. o.a. met zijn broer, de kunstschilder Floris Jespers, Paul van Ostaijen en de kunstschilder, Paul Joostens, ‘De Bond Zonder Verzegeld Papier’, een genootschap van jonge modernistische kunstenaars in het Antwerpen van tijdens en na de Eerste Wereldoorlog. Voor zijn typografie, sneed Jespers bijzondere letters in palmhout. Ook de omslagtekening en vier houtsneden tussen de verschillende delen in de bundel waren van zijn hand. De 32 gedichten hebben bijzondere experimentele, typografische kenmerken. Zo is het gedicht ‘Zeppelin’, typografisch vormgegeven als een zeppelin. Dit was een idee van Oscar Jespers, in de lijn van de illustratieve typografie van Apollinaire. Van Ostaijen noemde ze, het opladen van de woordvorm met expressieve betekenis.Op de oranje omslag rond de kaft leest u BEZETTE STAD door Paul van Ostayen met tekeningen en originaalhoutsneden van OSKAR JESPERS, clichés in zwart-rood naar manuscript / Ritmiese typografie / een boek zonder bijbelse schoonheid / een boek voor royalisten en republikeinen / voor dokters en analfabeten / een boek met een register van al de beroemde liedjes der tien laatste jaren / kortom: onmisbaar gelijk een kookboek / “Wat ieder meisje weten moet”.

“Bezette Stad was een vergif, als tegengif gebruikt. Het nihilisme van Bezette Stad kureerde mij van een oneerlijkheid, die ik eerlijkheid waande, en van buitenlyriese hoge-borst-zetterij. Daarna werd ik een doodgewoon dichter, dit is iemand die gedichtjes maakt voor zijn plezier, zoals een duivenmelker duiven houdt.” – Paul van Ostaijen“Bezette stad” was hét kunstwerk bij uitstek waarin het bezet Antwerpen, een stad in oorlog, maar eigenlijk elke bezette stad, op grootse wijze werd opgeroepen. Het was een onvergetelijk monument voor een stad in oorlog.In het nawoord heeft de Vlaamse dichter, essayist en hoogleraar moderne Nederlandse letterkunde en literatuurwetenschap aan de Universiteit van Luik, Erik Spinoy (°1960) (foto), het op een treffende en heel bevattelijke wijze, over het ontstaan en publicatiegeschiedenis, compositie en vorm, Berlijn (1918-1921), Antwerpen (1913-1918), receptie en publieke reactie. Spinoy promoveerde immers in 1994, op een proefschrift over de dichter Paul van Ostaijen en het sublieme.

Paul van Ostaijen, Bezette stad 168 bladz. uitg. Boom ISBN 9789024437399