“Jugendstil, Mahler – Schoenberg”, door Beatrice Berrut, piano, op het label La Dolce Volta. Heel bijzonder!

Op deze heel bijzondere cd ontdekt u Beatrice Berruts eigen transcripties voor piano solo van 3 bewegingen uit 3 symfonieën van Mahler, en van Schönbergs Strijksextet, “Verklärte nacht”. Voor de Zwitserse pianiste Beatrice Berrut is transcriberen immers een eerbetoon aan muziek waarvan de essentie niet verandert met de vorm, maar ze opnieuw verbindt aan de universaliteit van het 19de-eeuws denken.

Mahlers symfonieën en Schönbergs “Verklärte Nacht” waren monumenten van het expressionisme en de romantiek, maar bevonden zich al op een keerpunt. De harmonische spanning werd tot het uiterste gedreven en de dissonanten waren gedurfd, maar altijd gerechtvaardigd door de expressie. De pianiste Beatrice Berrut, heeft een kolossale taak volbracht door deze vier meesterwerken, te transcriberen en te parafraseren voor klavier.

Het moet gezegd, het arrangeren van orkestwerken voor kleinere ensembles is zo oud als de muziekgeschiedenis zelf. Vanaf de barokke componisten, die niet componeerden voor een specifieke bezetting, maar voor rollen of functies, door componisten zoals Mozart en Beethoven die kamermuziek arrangementen van hun grotere werkten gebruikten om hun eigen muziek te promoten of mee te toeren, tot aan de bijna forensische aanpak van Schönberg en zijn studenten in Wenen aan het begin van de 20e eeuw, die enkele grote symfonische werken ontleden die op dat moment zeer invloedrijk en relevant waren. In zijn negen symfonieën creëerde Gustav Mahler een heel eigen, sonore wereld voor zichzelf en voor zijn luisteraars. Meer dan welke andere componist wilde hij in zijn symfonisch oeuvre tot in de diepste diepten van de levenscirkel, de eeuwige cyclus van groei en verval, binnendringen.

Schönbergs “Verklärte Nacht” is een symfonisch gedicht voor strijksextet, gebaseerd op het gelijknamig gedicht van Richard Dehmel (1863-1920). Schönberg componeerde het in 1899, bewerkte het in 1917 voor strijkorkest, en reviseerde deze versie nogmaals in 1943. Beluister deze laatste, opgenomen door Karajan in 1973 (Deutsche Grammophon ‎457 721-2). Schönberg huwde met Zemlinsky’s zuster Mathilde, en hij en zijn schoonbroer (foto) componeerden voor strijksextet. In 1898 componeerde Zemlinsky bv. “Maiblumen blühten überall” op Dehmels gedicht “Die Magd”, een compositie voor strijksextet en sopraan. Schönbergs “Verklärte Nacht” werd geboren uit de ontdekking van Dehmels gedicht, “Verklärte Nacht”, uit zijn bundel “Weib und Welt” (1896).

Het was voor Schönberg niet de eerste keer. Dehmels gewaagde gedichtenverzameling, ‘Weib und Welt’, lag de jonge Schönberg nl. na aan het hart. Zo componeerde hij in 1897, het lied “Mädchenfrühling” op een gedicht van Dehmel (weliswaar enigszins aangepast door Schönberg), en in 1899, het jaar van “Verklärte Nacht”, toonzette hij eveneens drie gedichten van Dehmel voor zijn Vier Lieder für eine Singstimme und Klavier op. 2 (het vierde is op een gedicht van Johannes Schlaf). Gedichten van Dehmel werden trouwens door heel wat fin-de-siècle componisten getoonzet. Wanneer Schönberg en Alexander von Zemlinsky hun zomervakantie doorbrachten in het idyllish Payerbach am Semmering, werd Schönberg daar verliefd op Zemlinsky’s zuster Mathilde. Zij trouwden in 1901. Mede onder invloed van deze verliefdheid ontstond het strijksextet Verklärte Nacht op.4, het eerste uitgesproken, post Wagneriaans symfonisch gedicht voor een kamerensemble in de geschiedenis van de muziek.Het gedicht gaat over een gesprek tussen twee geliefden waarbij de vrouw bekent, toegeeft of uit, zwanger te zijn van een andere man, een toen bijzonder nieuw en gewaagd onderwerp om over te schrijven. Door zijn gedichtenbundel “Weib und Welt” stond Dehmel trouwens, een beetje à la Schiele, terecht wegens obsceniteit en blasfemie. Gedicht en compositie hebben vijf in elkaar overlopende delen/bewegingen. Het tweede deel is bv. de bekentenis van de vrouw over haar zwangerschap en het vierde is de begripvolle reactie van de man. De toonaard is re klein, de befaamde fetisj toonaard van de Tweede Weense School. De première, door het Rosé Quartet, uitgebreid met Franz Jelinek (2de altviool) en Franz Schmidt (2de cello) in januari 1902 in Wenen, veroorzaakte onbegrip bij het publiek en de Duitse première in Berlijn, in oktober 1902, kreeg nog heviger negatieve kritiek. Schönberg bleef desondanks geloven in de waarde van zijn compositie en arrangeerde het werk in 1917 voor strijkorkest. In de Verenigde Staten reviseerde hij deze versie in 1943 nogmaals. In 1942 was de muziek zelfs de basis van het ballet “The pillar of fire” van Anthony Tudor, opgevoerd in de Metropolitan Opera in New York.

De structuur bevat een refrein waarin een ‘verteller’ twee wandelende mensen in de maneschijn beschrijft, een episode met de bekentenis van de zwangerschap door een andere man, en de respons van de man (zijn “großmütige Verzeihung”) met wie ze door het donker bos loopt. Deze structuur ontstaat en groeit door aaneenrijging van twaalf motieven, die onze knappe musicoloog Piet De Volder (°1965), in zijn puike analyse bij een Sony cd in 1993, omschreef als wandel-motief, onrust-motief, betekenis-motief, eenzaamheids-motief, trouw-motief, berusting, zelfverwijt, edelmoedigheid, ster-motief, innerlijke harmonie, wederzijdse liefde en besluit. Zeker lezen.

Het conflict wordt niet opgelost, maar door transfiguratie, verlost. Dehmel doet dit door in zijn gedicht de twee naar een hoger niveau op te tillen, door (wederzijds) begrip. De man zegt namelijk: “…eine eigne Wärme flimmert von Dir in mich, von mir in Dich. Die wird das fremde Kind verklären.” (een innerlijke warmte schittert/glinstert/schemert van jou naar mij, van mij naar jou. Die warmte zal het vreemd kind transfigureren.) De ‘verklärung’ wordt ook in de muziek bereikt. De eerste regel luidt: “Zwei Menschen gehn durch kahlen, kalten Hain”, “Twee mensen lopen door een kaal, koud woud”, een depressief, pessimistisch begin. En de ‘Verklärung’ wordt in de laatste zin bereikt met: “Zwei Menschen gehn durch hohe, helle Nacht.” “Twee mensen lopen door een frisse, heldere nacht”, een positief, optimistisch einde. Nacht/duisternis is door de kracht van de liefde getransfigureerd in dag/licht. Weet, dat “Mensch” een uitgesproken en veel betekenend begrip was binnen de joods/Duitse assimilatie van de 19de eeuw.

De Zwitserse pianiste en dirigente, Beatrice Berrut (°1985), volgde een opleiding aan de Hochschule für Musik Hannes Eisler in Berlijn bij Galina Iwanzowa, een leerlinge van Heinrich Neuhaus, en liet zich inspireren door talrijke ontmoetingen met kunstenaars als John O’Conor, Leon Fleisher, Menahem Pressler en Christian Zacharias. Ze is een vaste gastsoliste bij o.a. de Dortmunder Philharmoniker, het English Chamber Orchestra, het Orchestre National des Pays de la Loire, het Saarländisches Staatsorchester, de Hofkapelle Meiningen, het Krakow Philharmonic Orchestra, en speelde onder meer in de Berliner Philharmoniker, het Konzerthaus in Dortmund, de Wigmore Hall in Londen, de Tonhalle in Zürich, het Tianjin National Theatre, Preston Bradley Hall in Chicago, op het Ravinia Festival en het Teatro Coliseo in Buenos Aires. Ze dirigeerde in de Opéra Comique in Parijs, het Staatstheater Meiningen en de Opéra de Limoges, en ze maakte haar symfonisch debuut in december 2019, met het Saarländisches Staatsorchester in een concert opgenomen door SR2 Kultur Radio. In het seizoen 21/22 maakt ze haar debuut met het Orchestre de Chambre de Genève in de Victoria Hall in Genève.

Tracklist:

Gustav Mahler:

Symphony No. 5 in C sharp minor : Adagietto

Symphony No. 3 in D minor : Tempo di Menuetto

Symphony No. 6 in A minor  : Andante moderato

Arnold Schoenberg:

Transfigured Night – parafrase

Jugendstil Mahler – Schoenberg Beatrice Berrut cd La Dolce Volta LDV100