Boris Lyatoshynsky Complete Symphonies door het Ukrainian State Symphony Orchestra o.l.v. Theodore Kuchar, op het label Naxos. Een ontdekking!

De 5 symfonieën van Boris Lyatoshynsky (1895-1968), een vooraanstaand lid van de Oekraïense culturele renaissance in de 20ste eeuw, waren en bleven de belangrijkste cyclus in de muziekgeschiedenis van zijn land. Een opname uit 1993 van zijn symfonieën, bracht zijn muziek voor het eerst naar een wereldwijd publiek. Deze box bevat eerder uitgebrachte opnames van Lyatoshynsky’s 5 symfonieën. Ook inbegrepen is zijn emotioneel geladen symfonische ballade, “Grazhyna”.

Lyatoshynsky’s symfonieën weerspiegelden de spanningen van de periode van hun compositie. Zijn Eerste symfonie (1918-1919), was de vroegste symfonie die in Oekraïne werd gecomponeerd na Maxim Berezovsky. Meer melodieus en Scriabinesque in vergelijking met zijn vier andere symfonieën, werd ze gecomponeerd als zijn afstudeercompositie in een tijd dat hij beïnvloed was door de muziek van Scrabin en Richard Wagner, en werd in 1919 uitgevoerd door Glière. De Symfonie nr. 1 werd niet opnieuw gespeeld tijdens het leven van Lyatoshynsky. Ze werd vervolgens uitgevoerd door het Staatssymfonieorkest van Oekraïne onder leiding van Volodymyr Kozhukhar in september 1970. Hoewel de Romantische en lyrische Eerste symfonie, de tradities van Borodin, Glière en Tsjaikofski opriep, nam Lyatoshynsky al snel afstand van Russische modellen en voegde Oekraïense volksliederen en melodieën samen met hedendaagse harmonische en formele benaderingen. Zijn orkestratie was inventief, zijn thema’s gedenkwaardig.

De muziek van de Tweede Symfonie (1935-1936) kan worden geïnterpreteerd als afbeeldingen van de realiteit van het Sovjetleven, waarbij vaak atonaliteit wordt gebruikt. Geschreven in de conventionele driedelige vorm, zit de symfonie vol contrasterende stemmingen en dramatische contrasten. Deze uitgebreide, romantische symfonie werd gecensureerd door de autoriteiten en werd pas in 1964 gehoord. In 1948, toen het formalisme in de muziek opnieuw werd aangevallen, werd Lyatosynsky’s Tweede symfonie aan de kaak gesteld als antinationaal en formalistisch. Het werd aan de kaak gesteld door het Centraal Comité van de Communistische Partij van de Sovjet-Unie, dat verklaarde: “De antinationale formalistische trend in de Oekraïense muziekkunst kwam vooral tot uiting in de werken van componist B. Lyatoshynsky. Dit is een disharmonisch werk, volgestouwd met ongerechtvaardigde donderende geluiden van het orkest, die de luisteraar deprimeren, en qua melodie, arm en kleurloos is”. Hij schreef in die tijd over zijn moedeloosheid over het verbod op zijn muziek door de autoriteiten. Nadat uitvoeringen van het werk waren verboden, schreef Lyatoshynsky aan zijn vriend Glière: “Als componist ben ik dood en ik weet niet wanneer ik zal herrijzen”.

Na de oorlog componeerde hij een aantal symfonische gedichten en andere orkestwerken, Reunion (1949), de Taras Shevchenko-suite (1952), zijn Slavisch Concerto voor piano en orkest (1953), Aan de oevers van de Wisla, (1958), de Derde, Vierde en Vijfde symfonie, en de Slavische Ouverture (1961). Het hier opgenomen “Grazhina” (1955), gecomponeerd ter gelegenheid van de honderdste verjaardag van de dood van de Poolse dichter Adam Mickiewicz, was gebaseerd op Mickiewicz’ episch gedicht Grażyna, over een leidster die haar volk in oorlog voerde tegen de Teutoonse Ridderorde. Zijn Poolse Suite (1961) werd opgedragen aan zijn vriendin, de Poolse componiste en violiste Grazyna Bacewicz (1909-1969) (foto), een leerlinge van o.a. Nadia Boulanger.

Poolse literatuur en geschiedenis stonden nl. in hoog aanzien in het huishouden van Lyatoshynsky, Borys las als jongen veel, vooral de historische en romantische werken van Henryk Sienkiewicz en Stefan Żeromski. Hij signeerde zijn vroege muzikale composities onder het pseudoniem ‘Boris Yaksa Lyatoshynsky’, de naam van een Poolse ridder die had gevochten in de Slag bij Grunwald. Zijn vroegste stukken omvatten mazurka ‘s, walsen en een Chopinesque scherzo, die weinig lijken op composities die later in het leven zijn geschreven. Het bestaan van een Poolse kant aan de familie van Lyatoshynsky zorgde ervoor dat Poolse thema’s centraal stonden in veel van zijn werk. Zhytomyr was het cultureel en administratief centrum van een regio die lang werd bewoond door etnische Polen, en ook zijn eerste muziekleraar was van half Poolse afkomst.

De oorlogszuchtige Derde symfonie (1951-1954), met zijn strijdlustige eerste beweging, is wel eens vergeleken met de bekendere symfonie nr. 7 van Sjostakovitsj. De Derde symfonie werd jarenlang niet gehoord door het publiek. Er werd nl. ten onrechte gedacht dat Lyatoshynsky zijn Derde symfonie als een mislukking beschouwde en deze vernietigde. De Derde symfonie was zijn ontroerendste en beroemdste, en droeg oorspronkelijk het motto ‘Vrede zal oorlog verslaan’. De componist werd echter beschuldigd van “abstract begrip van de strijd voor vrede”, en de autoriteiten vertelden hem dat de symfonie “niet de ware Sovjetrealiteit onthulde”.

De laatste twee symfonieën van Lyatoshynsky waren totaal verschillend van hun voorgangers – de componist Valentyn Silvestrov, die bij Lyatoshynsky studeerde, herinnerde zich dat bij het componeren van zijn laatste twee symfonieën, Lyatoshynsky “leek te behoren tot een andere planeet”. Door de Oekraïners worden ze beschouwd als het toppunt van de moderne Oekraïense muziekcultuur. De Vierde symfonie (1963) heeft een expressief hedendaags karakter, uitdagend vanwege zijn atonale aspecten, en doet meer aan Sjostakovitsj denken dan aan zijn voorgangers. De langzame tweede beweging begint donker, maar wordt gevolgd door een koraal, omringd door glinsterende klokken en een celesta, die wordt gebruikt om de Belgische stad Brugge uit te beelden, een korte maar beklijvende uitvinding. De coda van de symfonie bevat lyrische strijkerssolo’s en ingetogen klokkengelui.

In zijn Vijfde symfonie (de ‘Slavische’, in C (1965-1966)), die liturgische melodieën van de orthodoxe kerk bevat, is de muziek meer post-nationalistisch van aard dan de andere werken uit deze periode. Net als de Symfonie nr. 3 van Glière, verwees het naar Ilya Muromets, een legendarische Russische krijgsridder en held uit de folkloristische geschiedenis van het Oude Rusland.

Theodore Kuchar (°1963), geboren in New York, begon op tienjarige leeftijd met viool maar stapte later over op altviool. Hij studeerde in 1982 af aan het Cleveland Institute of Music, waar zijn altvioolleraar, Robert Vernon was. In 1980 ontving hij een Paul Fromm Fellowship van het Boston Symphony Orchestra om te studeren aan het Tanglewood Music Center. Hij werd daarop altviolist van orkesten in Cleveland, Helsinki en Kaapstad. In 1987 werd hij muzikaal leider van het Queensland Philharmonic Orchestra in Australië, een functie die hij bekleedde tot 1993. Tussen 1990 en 2006 was hij de eerste artistiek directeur van het Australian Festival of Chamber Music in Townsville. Daar werd na zijn vertrek een Theodore Kuchar Scholarship for Excellence in Music opgericht. Hij was tot 1993 ook muziekdirecteur van het West Australian Ballet in Pert.

In 1992, werd Kuchar benoemd tot eerste gastdirigent van het Oekraïens Staats Symfonie Orkest, dat in 1994 zijn naam veranderde in Nationaal Symfonie Orkest van Oekraïne. In dat jaar werd hij artistiek directeur en chef-dirigent van het orkest. Nadat zijn contract met het orkest in 2000 afliep, werd hij bekroond met de titel Conductor Laureate for Life.

Onder leiding van Kuchar werd het Nationaal Symfonie Orkest van Oekraïne het meest opgenomen orkest van de voormalige Sovjet-Unie, met meer dan 60 compact discs voor Naxos Records en op het Marco Polo-label. Tussen 1996 en 2006 was hij muzikaal leider en dirigent van het Boulder Philharmonic Orchestra. Hij stichtte in 1997 de Sinfonia of Colorado, een kamermuziekensemble, dat werd ontbonden in 2002. Hij was ook professor en directeur van orkeststudies aan het College of Music van de Universiteit van Colorado in Boulder tussen 1996 en 2001. Van 2002 tot 2016 was hij muzikaal leider en dirigent van het Fresno Philharmonic Orchestra. Van 2003 tot 2018 was hij muzikaal leider en dirigent van het Reno Chamber Orchestra.

Boris Lyatoshynsky Complete Symphonies Ukrainian State Symphony Orchestra Theodore Kuchar 3 cd Naxos 8.503303