“Telemann, Recorder Sonatas”, door Dan Laurin (blokfluit), Anna Paradiso (klavecimbel) en Mats Olofsson (cello) op het label  BIS.

In de afgelopen decennia heeft Dan Laurin zich gevestigd als een van de interessantste blokfluitisten van onze tijd. Zijn meer dan 30 veelgeprezen releases op BIS variëren van een baanbrekende 9-disc set van Van Eyck’s Der Fluyten Lust-hof tot hedendaagse concerti.

In 1535 schreef Silvestro Ganassi in “Opera intitulata Fontegara”, dat de blokfluit heel goed de menselijke stem kon imiteren door de articulatie en de stroom van de adem. Voor deze musicus en muziektheoreticus was dat een ideaal dat zoveel mogelijk nagestreefd moest worden. De blokfluit heeft een relatief klein repertoire, maar die beperking is een uitdaging. In het 18de-eeuws Engeland bv. was de blokfluit, (recorder of flauto), een populair instrument onder muziekliefhebbers. Handel componeerde er bijzondere sonaten voor, en omdat de muziek van de eminente, Italiaanse componist Arcangelo Corelli, een enorme indruk maakte, werd algauw een groot aantal virtuoze arrangementen gemaakt van Corelli’s schitterende muziek voor blokfluit.

De eerste opnamen die Laurin voor het label maakte, waren duo’s van Georg Philipp Telemann, en sindsdien keerde hij verschillende keren terug naar de componist om kamermuziek en concerti op te nemen. Nu heeft hij Telemanns complete sonates en sonatines (o.a. uit “Der getreue Music-Meister”) op cd gezet. Door ze uit te voeren met zijn vaste kamermuziekpartners Anna Paradiso en Mats Olofsson, geniet Laurin van de brede technische en emotionele reikwijdte van de werken, evenals hun stilistische diversiteit. In de C majeur sonate TWV 41:C5 bv., keek Telemann achterom terwijl hij hulde bracht aan zijn illustere voorloper Corelli, terwijl de Empfindsamkeit van het Affettuoso in de D mineur sonate eigentijds was. Daarenboven zijn door de hele collectie, sporen te vinden van de fascinatie van de componist voor Poolse volksmuziek.

Eén van de invloeden van Telemanns onuitputtelijke melodische vindingrijkheid was nl. zijn nauw contact met Poolse muziek. Hij werkte in 1705 in Silezië in Żary (Sorau) en Pszczyna (Pless) aan het hof van graaf Erdmann II, een hoveling, vriend, raadgever en ten slotte minister van het kabinet van de koning van Polen en keurvorst van Saksen, August II. Met de dichter en theoloog Erdmann Neumeister, die in Sorau Oberhofprediger was, maakte Telemann een rondreis en stopte langs tavernes en herbergen waar hij vol bewondering en met verbazing luisterde naar Poolse en Moravische muzikanten die de mensen met hun populaire melodieën vermaakten.

In 1706 verliet Telemann Sorau, bedreigd door de invasie van het Zweeds leger en ging naar Eisenach, vermoedelijk op aanraden van Graaf Promnitz, die familie was van de Saksische hertogelijke familie. In de Poolse muziek zag Telemann een autonome stijl, naast de drie toen algemeen erkende en geïmiteerde stijlen van Franse, Duitse en Italiaanse oorsprong, die toen in Europa bekend waren. Telemann zette de Poolse stijl naast deze drie en maakte ze net zo belangrijk. Zijn waarnemingen en beschrijvingen zijn dus waardevolle aanwijzingen voor het reconstrueren van het muzikaal karakter van zijn tijd.

De Zweedse blokfluitist Dan Laurin (1960) studeerde van 1976 tot 1982 bij Ulla Wijk, Paul Nauta en Eva Legêne aan de conservatoria van Odense en Kopenhagen. Sinds 1980 staat hij op het concertpodium, waar hij optreedt en opneemt met het Drottningholm Baroque Ensemble, Bach Collegium Japan, Berlijn Philharmonisch Orkest, het Poolse ensemble ‘Arte dei Suonatori’ en vele andere ensembles, met regelmatige tournees naar Japan, de Verenigde Staten, Israël, Australië en door heel Europa. Zijn werk als uitvoerend musicus wordt aangevuld met een actief lesrooster, waaronder professoraten aan de Carl Nielsen Muziekacademie, Odense; het Muziekconservatorium in Göteborg, Zweden en het Koninklijk Muziekconservatorium in Kopenhagen. Meer recentelijk werd Laurin benoemd tot professor blokfluit en doceert hij aan Stockholms Royal College of Music en aan Trinity College in Londen. Hij onderzoekt en geeft lezingen op vele gebieden van interpretatie, muziekesthetiek , blokfluitakoestiek, geluidstechnieken en uitvoeringskwesties.

Laurin kan worden beschouwd als een van de grootste blokfluitspelers die vandaag de dag actief is. Hij heeft de sonische mogelijkheden van de blokfluit verkend en verbreed en beschikt over een ongeëvenaarde technische vaardigheid. Zijn spel verkent een breed palet van klankkleuren en een opvallende beheersing van de dynamiek; de expressiviteit van zijn spel wordt gekenmerkt door een vrijheid om van het meest stomme pianissimo naar een duidelijke forte te gaan binnen een haarbreedte van tijd. Zijn vertolkingen combineren een doordachte muzikale structuur met sterk bewerkte versieringen en een soms wild gevoel voor fantasie. Zijn beheersing van improvisatie binnen een sterk begrip van harmonische structuur geeft de 17e- en 18e-eeuwse muziek iets van de geest van jazzmeesters als Charlie Parker, maar Laurins interpretaties blijven gevoelig voor de esthetiek en de geest van oudere muziek, aangezien zijn vele doordachte essays over zijn repertoire onthullen.

De unieke interpretatieve stijl van Laurin komt misschien het sterkst tot uiting in zijn vele opnames van Vivaldi, culminerend in een opname van de Vier Jaargetijden, uitgebracht in augustus 2006. Zijn inspanningen om het repertoire te verbreden en samen met een groot orkest voor de blokfluit de status van concertinstrument te verwerven, resulteerden in verschillende concerten. Zijn album The Swedish Recorder uit 1994 leverde hem een prijs op van de Swedish Association of Composers. Dit, samen met drie andere albums (The Japanese Recorder, Vivaldi Recorder Concertos en Telemann/Bach (Fantasias/Solo Works)) resulteerde in een Grammy Award. Opdrachten omvatten blokfluitconcerten van Daniel Börtz, Henrik Strindberg, Fredrick Österling, evenals van Chiell Meijering, Vito Palumbo en Christofer Elgh. Laurin is lid van de Koninklijke Zweedse Muziekacademie en ontving in 2001 de medaille ‘Litteris et Artibus’ van de koning van Zweden. In 2011 ontving hij de “Interpretatieprijs” van de Koninklijke Zweedse Muziekacademie. Laurin werkte samen met de Australische instrumentenmaker Frederick Morgan om het ontwerp van blokfluiten vooruit te helpen, en dit resulteerde in een opeenvolging van reconstructies van instrumenten uit vroeger tijden, waaronder een instrument dat speciaal was ontworpen voor Laurins 9-cd-opname van Jacob van Eycks monumentale Der Fluyten Lust- hof (BIS-CD-775/780), het grootste werk ooit geschreven voor een blaasinstrument. Laurin is getrouwd met klavecimbel en pianiste Anna Paradiso.

Anna Paradiso studeerde aan het conservatorium in Bari, waar ze bij Angela Annese, Emanuele Arciuli en Pasquale Iannone, cum laude haar diploma piano behaalde. Aan hetzelfde conservatorium behaalde ze haar diploma klavecimbel. Ze volgde  masterclasses bij Gordon Murray, professor aan het conservatorium in Wenen en later zorgde Christophe Rousset voor belangrijke inspiratie op het gebied van Franse muziek. Ze behaalde ook een Master in klavecimbel aan het Royal College of Music in Stockholm bij Mayumi Kamata, en studeerde in die periode ook bij Enrico Baiano in Italië. Ook haar echtgenoot, Dan Laurin, heeft bijgedragen aan haar kennis en inspiratie.

Mats Olofsson is een van de toonaangevende Zweedse cellisten van zijn generatie, gewaardeerd om zijn veelzijdige benadering van alle muziekstijlen. Hij is eerste cellist in het Gävle Symphony Orchestra in Zweden, en is ook een zeer actieve kamermusicus. Zijn uitgebreid repertoire omvat werken variërend van jazz en volksmuziek tot barokmuziek en hedendaagse werken met interactieve media.

Telemann Recorder Sonatas Dan Laurin (recorder), Anna Paradiso (harpsichord), Mats Olofsson (cello) SACD BIS2555

https://www.stretto.be/2020/06/06/anna-paradiso-plays-paradisi-ontdek-fijne-klaviersonaten-van-domenico-paradies-1706-7-1791-door-anna-paradiso-op-het-label-bis/