“António Pereira da Costa, Concerti Grossi”, door Ensemble Bonne Corde o.l.v. Diana Vinagre, op het label Ramée. Magnifiek!

undefined

undefined

De Concerti van Pereira da Costa zijn de enige tot nu toe geïdentificeerde Concerti grossi van Portugese herkomst. Ze waren grotendeels geïnspireerd door deze van Corelli, maar onthulden vaak ook onmiskenbaar de “Iberische” smaak. Deze werken verklankten nl. de charme en frisheid van de exquise “zuiderse barok”. Ensemble Bonne Corde presenteert de eerste opname van deze Concerti, die een mijlpaal waren in de geschiedenis van de Portugese 18de eeuwse, instrumentale muziek. Een ontdekking!

De kanunnik en kapelmeester van de kathedraal van Funchal, António Pereira da Costa, een ietwat mysterieuze figuur op Madeira, is bijna alleen bekend geworden door zijn werken die in Londen zijn gedrukt. “Concertos Grossos” en “XII Serenata’s for the Guitar, Londres, Encraved, Printed for and Sold by John Simpson, 1760”, beide opgedragen aan João José de Vasconcelos Bettencourt (1703-1766), de oudere broer van de beroemde zakenvrouw Dona Guiomar Madalena de Sá Vilhena (1705-1789).XII Serenatas para Guitarra, António Pereira da Costa, mestre de capela da  sé do Funchal, Londres, 1760 (c.), – Arquipélagos

Alles wijst erop dat António Pereira da Costa, die rond 1717 geboren zou zijn, naar het eiland Madeira kwam als kapelmeester van bisschop Gaspar Afonso da Costa Brandão (1703-1784), die op 5 augustus 1757 naar Funchal kwam. Hij zou nauwe banden hebben gehad met de familie Sá Machado, die onder meer ook de achternaam Vasconcelos Bettencourt gebruikte, en waarschijnlijk ook met kanunnik João José de Sá, de half oom van João José de Vasconcelos Bettencourt, die in Coimbra had gestudeerd en in 1782 overleed. We weten dat João José de Vasconcelos Bettencourt nooit een zeer goede gezondheid heeft gehad. Nadat hij in 1760, naar Londen was gereisd voor consultaties, zou hij vergezeld zijn geweest van de kapelmeester van de kathedraal van Funchal.File:View of Funchal from the sea, detail (18th century).jpg - Wikimedia  Commons

João José de Vasconcelos Bettencourt zou echter in 1766 in Funchal overlijden, waarna de kapelmeester António Pereira da Costa zich hoogstwaarschijnlijk terugtrok op het vasteland, als hij dat al niet eerder had gedaan. Het bisdom Funchal beleefde in die jaren nl. een enigszins moeilijke situatie met het uitsterven van de Sociëteit van Jezus en vooral door het geschil over de bezittingen van de jezuïeten tussen het bisdom en de beheerder van de Schatkist, waarbij de prelaat en de gouverneur elkaar publiekelijk beledigden. In juni 1750 prees de Gazeta de Lisboa zijn cantates en sonates, die hij componeerde voor de viering van het heiligdom van Nossa Senhora do Montehad op Madeira. Deze werken zijn echter niet bewaard gebleven.  

Er is anders zeer weinig bekend over Antonio Pereira da Costa (ca.1697-1770), hoewel de uitzonderlijke kwaliteit van zijn enige overgebleven composities, 12 Concerti grossi, hem een ereplaats opleverde. Hij bekleedde de functie van kapelmeester van de kathedraal van Funchal, de hoogste muzikale positie op het Portugees eiland Madeira. In Londen werd door John Simpson een verzameling van twaalf concerti grossi gedrukt, “Concertos grossos com doys violins, e violão de concertinho obrigados: e outros doys violins, viola e orgão, de concerto grosso a arbitrio … opera premeira”, die de stijlvormende invloed van Arcangelo Corelli onthulden. In de eerste helft van de 18de eeuw, toen deze concerti werden gepubliceerd, bood Londen nl. uitzonderlijke werkomstandigheden vanwege de vroege opkomst van de status van freelance werk, waardoor een grote verscheidenheid aan buitenlandse musici werd aangetrokken, onder wie Händel.Um Mistério do Funchal - Metropolitana

Op de titelpagina van de concerti grossi, gepubliceerd rond 1741, en opgedragen aan de edelman João José de Vasconcelos Bettencourt (1703–1766), werd zijn leeftijd van 44 jaar vermeld. Deze 12 concerti werden gepubliceerd als Op. 1, inclusief solopartijen voor twee violen en cello, en tutti partijen voor twee violen, altviool en basso continuo. Het enige bekend exemplaar van deze Concerti behoort tot de British Library en aangezien de solo-cellopartij ontbreekt, was een reconstructie ervan noodzakelijk voor de uitvoering.Madeira Mondays: A Forgotten 18th Century Drink – Carly Brown

António Pereira da Costa was samen met Pedro António Avondano, één van de belangrijke, Portugese componisten van de 18de eeuw. De anderen waren João Rodrigues Esteves, (1700-1751), een componist van religieuze muziek, de organisten, Carlos Seixas (1704-1742), Alberto Joseph Gomes da Silva (ca. 1713-1795) en Francisco António de Almeida (vóór 1722-ca.1755), António Teixeira (1707-na 1769), de koorleider van de kathedraal van Lissabon, Frei Jacinto do Sacramento (1712-1780?), een klavecinist en organist, de klavecinist, João de Sousa Carvalho (1745-1798), José Joaquim dos Santos (1747-1801), een leraar, componist, zanger, organist en dirigent, beroemd om een Stabat Mater, en João Pedro de Almeida Mota (1744-1817), die vele jaren in Spanje werkte.

Eerder diende de Spaanse componist, Carlos Patiño (1600-1675), meer dan 30 jaar, de Spaanse koning Filips IV, als koordirigent van de Spaanse koninklijke kapel. Maar, niet alleen de Spaanse vorst droeg hem hoog in het vaandel, ook João IV, hertog van Bragança en koning van Portugal (1604-1656) (foto) bewonderde hem, en stelde in 1649, een verzameling van zijn werken samen voor zijn “Livraria de Musica d’El-Rey D”. João IV. João was nl. zelf een verdienstelijk musicus en componist en beschermheer van de componisten uit de school van Évora, in het zuidoosten van Portugal. Hij zou zelfs in 1640, de eerste versie van het (kerst)lied, “Komt allen tezamen” (“Adeste fideles læti triumphantes”/”O Come, All Ye Faithful”), op papier hebben gezet.Ensemble Bonne Corde

Ensemble Bonne Corde, opgericht in 2009, is gewijd aan de studie en onthulling van oude muziek en brengt een flexibele en gevarieerde groep instrumentalisten samen die gepassioneerd zijn door historisch geïnformeerde interpretatieve praktijken. Onder artistieke leiding van celliste en onderzoeker Diana Vinagre specialiseert de groep zich in 18e-eeuws repertoire waarin de cello een prominente plaats inneemt, zowel in de context van instrumentale als vocale muziek. In deze context is het duidelijk de ontdekking en het herstel van verschillende werken in moderne premières van het Portugees, religieus repertoire uit de klassieke periode waarin een innovatief gebruik van basso continuo-instrumenten wordt onderzocht, wat het centrale thema was van Diana’s doctoraatswerk. Een van de meer recente projecten was de deelname van de groep aan de XXXVII Ciclo de Cámara con los Stradivarius de la Colección Real (Madrid, 2021), waar Diana Vinagre de kans kreeg om de prestigieuze Stradivarius 1700 cello uit de Spaanse Nationale Erfgoedcollectie te bespelen.

Uitvoerders:

Concertino: Sara DeCorso: eerste viool en Diana Lee: tweede viool, Diana Vinagre: cello en muzikale leiding (foto)

Ripieno: Jacek Kurzydlo: eerste viool, Sue-Ying Koang: tweede viool, Rebecca Rosen: cello

Raquel Massadas: altviool

Christine Sticher: contrabas

Giovanni Bellini: aartsluit en gitaar

Fernando Miguel Jalôto: orgel en klavecimbel

António Pereira da Costa Concerti Grossi Ensemble Bonne Corde Diana Vinagre cd Ramée RAM2104Ramée

https://www.stretto.be/2022/11/14/joseph-hector-fiocco-lamentationes-hebdomadae-sanctae-door-ensemble-bonne-corde-op-het-label-ramee-een-ontdekking/