Mirjam Knotter, Gary Schwartz (eds) “Rembrandt Seen Through Jewish Eyes The Artist’s Meaning to Jews from His Time to Ours”, een verrijkende en intrigerende uitgave van Amsterdam University Press.

Dit uitzonderlijk boek is de eerste diepgaande studie van de krachtige band tussen Rembrandt en de joden, van zijn tijd tot de onze, een band die zowel in het beeld van de kunstenaar als in het volk is doorgedrongen. Ontdek Rembrandt, gezien door Joodse ogen!

Isaak en Rebekka, bekend als “Het Joodse bruidje”, is een schilderij van Rembrandt in het Rijksmuseum in Amsterdam. Dit echtpaar werd volgens het boek Genesis door een hongersnood gedwongen om naar het land der Filistijnen van koning Abimelech te vluchten. Aangezien Isaak bang was om vermoord te worden door mannen die het voorzien hadden op zijn vrouw, deed hij zich daar voor als haar broer. Abimelech spotte het paar echter in een innige pose, maar ze werden niet gestraft doch alleen vermaand. De Filistijnse mannen kregen vervolgens de opdracht om Isaak en Rebekka ongemoeid te laten.

De titel, “Het Joodse bruidje”, waaronder het schilderij het meest bekend staat, moet echter niet al te letterlijk worden genomen. Het is nl. onzeker of zij Joods is. Wie er dan wel zijn afgebeeld, is onderwerp van speculatie. Het is mogelijk dat Rembrandt het werk in opdracht van het paar schilderde en dat zij zich als de Bijbelse figuren Isaak en Rebekka lieten afbeelden. Dergelijke portretten waren niet ongebruikelijk in Rembrandts tijd en Isaak en Rebekka kwamen vaak voor op medailles die geschonken werden bij verlovingen en huwelijken. Ook kwamen ze indertijd voor in pamfletten uit Holland die ter gelegenheid van een huwelijksfeest werden gedrukt. Het Joodse bruidje is onderwerp van discussie geworden: was het wel echt een Joods liefdespaar?

Een aantal kunsthistorici ziet in de man trouwens Rembrandts zoon, Titus, die in 1668 trouwde met Magdalena van Loo. In 1929 identificeerde Jac. Zwarts de geportretteerden als het Joodse echtpaar Miguel de Barrios en Abigail de Pina, die in 1662 trouwden. Maarten Wurfbain suggereert dat het hier mogelijk gaat om Bartholomeus Vaillant, die in 1668 trouwde met Elisabeth van Swanenburg. Zij waren de voorouders van Christiaan Everhard Vaillant, de vermoedelijke, oudst bekende eigenaar van het werk.

De Sefardische Joden begonnen zich na 1600 in Nederland te vestigen, en de Asjkenazische Joden iets later, ze vonden een algemeen welkom vanwege het officiële tolerantiebeleid en de slimme inschatting van hun vermogen om bij te dragen aan het economische welzijn van het land. In 1672 telde Amsterdam 200.000 inwoners, waaronder 7.500 Joden (2.500 Sefardische en 5.000 Asjkenazische). Gezien hun kleine vertegenwoordiging onder de bevolking hadden de Joden een zeer zichtbare en effectieve positie.

Rembrandt woonde van 1633 tot 1635 en van 1639 tot 1658 in de Joodse wijk in Amsterdam aan de Breestraat. Er wordt gesuggereerd dat zijn keuze voor een huis in de Breestraat in Amsterdam ingegeven was door de nabijheid van de groeiende Joodse gemeenschap van de stad. In feite woonden er nogal wat kunstenaars in deze wijk. Rembrandt was bevriend met twee sefardische Joden, van wie er één de arts Efraïm Hizkia Bueno (Bonus) was. Het Rijksmuseum in Amsterdam bezit een klein Rembrandt-olieportret van Ephraim Bueno, een voorstudie voor de ets uit 1647.

In de afgelopen eeuwen is de romantische mythe ontstaan dat Rembrandt een speciale band met Joden zou hebben gehad. Zo zou hij bv. bevriend zijn geweest met beroemde Joodse tijdgenoten en rabbijnen, Spinoza en rabbijn Menasseh ben Israël. De rabbijn had een netelige relatie met zijn eigen geloofsgenoten, en werd in de christelijke gemeenschap meer geëerd dan in zijn eigen gemeenschap. Menasseh was een tolk van Joodse zaken voor de christenen, van wie velen vooraanstaande geleerden en predikers waren. Rembrandt had op twee punten een zeker contact met Menasseh, hoewel het moeilijk te beoordelen is of zij daadwerkelijk goede vrienden waren. Rembrandt vertrouwde op het advies van Menasseh voor de Aramese inscriptie in Belsazars feest (circa 1636). Voor het boek Piedra Gloriosa (1655) van de rabbijn maakte Rembrandt vier etsen. Bij de etsen was sprake van een voortdurende dialoog met de auteur, want Rembrandt paste details in de prenten aan die alleen door samenwerking tot stand konden komen.

In zijn schilderijen en etsen zag men soms zelfs sporen van Joodse mystiek (kabbala) en andere verwijzingen naar het Jodendom. De mensen uit Rembrandts dagelijkse omgeving, de Amsterdamse Jodenbuurt, zouden zijn inspiratiebron zijn geweest voor vele tekeningen, tronies en portretten. Maar klopt dit beeld van de ‘Joodse’ Rembrandt?

Het boek ontrafelt deze mythe aan de hand vele voorbeelden die hierin een belangrijke rol hebben gespeeld. Zo worden bv. de imposante Mozes en de Tafelen der Wet en het portret van Ephraïm Bueno besproken. De achtergrond van Rembrandts raadselachtige etsen in het boek Piedra Gloriosa wordt toegelicht en zijn vermeende vriendschap met Spinoza en Menasseh ben Israel komt in een nieuw daglicht te staan. Van wie stammen de Hebreeuwse opschriften op sommige van zijn schilderijen? Heeft hij voor zijn Christus een Joods model gebruikt dat hij in de synagoge aantrof, en waarom wordt Rembrandt nog altijd met het Jodendom geïdentificeerd?

Het vroegste schilderij van Rembrandt, waarvan de eigenaar gedocumenteerd is, toont de profeet Bileam, op weg om Israël te zegenen. De man die het kocht was een Sefardische Jood in dienst van kardinaal Richelieu van Frankrijk. De eerste bekende koper van een etsplaat van Rembrandt waarop Abraham, Hagar en Ismaël afwijst, was een Sefardische Jood uit Amsterdam. Door hun ogen gezien was Rembrandt de schepper van beelden met een bijzondere betekenis voor Joden. Ze zijn door de eeuwen heen gevolgd door Joodse verzamelaars, Joodse kunsthistorici, Joodse kunstenaars die hun eigen diepste zorgen in zijn kunst en leven terugzagen, en zelfs vooraanstaande rabbijnen, van wie er één zei dat Rembrandt een Tzadik was, een heilige, gezegend door God.

In het volledig in kleur, rijk geïllustreerd boek gaat het dan o.a. ook uitgebreid over Joden en Jodendom in Rembrandts eigen wereld, Sefardische Joodse leven en materiële cultuur in Rembrandts tijd (Mirjam Knotter), Rembrandt en zijn (Joodse) buren, een wandeling door de buurt – Mirjam Knotter, Rembrandts andere Joden. Het Amsterdamse Asjkenazim in de zeventiende eeuw (Bart Wallet), Rembrandt, Menasseh ben Israel en Spinoza (Steven Nadler), Joodse bruiden, rabbijnen en sitters in de prenten van Rembrandt (Roman Grigoryev), Joodse kunstenaars, Joodse verzamelaars en musea en Rembrandt zoals gezien door Joodse musea (Laurence Sigal-Klagsbald).

Mirjam Knotter is kunsthistoricus en hoofdconservator van het Joods Historisch Museum en de collectie ceremoniële objecten van de Portugese Synagoge in Amsterdam. Zij publiceerde over verschillende aspecten van de joodse materiële kunst en cultuur als weergave van de geschiedenis en in relatie tot de persoonlijke biografieën van de makers en opdrachtgevers. Gary Schwartz, in 1940 geboren in Brooklyn, New York, woont al sinds 1965 in Nederland. Naast het schrijven van boeken over Jheronimus Bosch, Pieter Saenredam, Rembrandt van Rijn en Johannes Vermeer, en meer dan 500 artikelen en columns, was hij actief als vertaler, redacteur en uitgever en als de oprichter en directeur van CODART.

Mirjam Knotter, Gary Schwartz (eds) Rembrandt Seen Through Jewish Eyes The Artist’s Meaning to Jews from His Time to Ours 280 bldz. Engels geïllustreerd uitg. Amsterdam University Press ISBN 9789048556755Amsterdam University Press

https://www.stretto.be/2017/07/02/geschiedenis-van-de-joden-in-nederland/