“É Il Violoncello Suonò”, door Hanna Salzenstein, op het label Mirare.

Op haar eerste solo cd volgt Hanna Salzenstein via het repertoire van Italiaanse musici, die door Europa reisden, de cello als solo-instrument in de 18de eeuw. Op het programma staat werk van Giulio Taglietti (1660-1702), Giulio Ruvo (1650-1716), Antonio Vivaldi (1678-1741), Giuseppe Maria Dall’Abaco (1710-1805), Giovanni Benedetto Platti (1697-1763), Giorgio Antoniotto (1681-1766) en Benedetto Marcello (1686-1739).

Gedurende de 18de eeuw was het lot van veel Italiaanse componisten nl. om te emigreren. Deze componisten kwamen dan in dienst van prestigieuze, buitenlandse hoven. Ze ontwikkelden elk de ‘Italiaanse stijl’, gebaseerd op hun eigen smaak of die van het land waar ze hun toevlucht hadden gezocht. In het bijzonder exporteerden de Italianen hun melodische elegantie en een bepaald soort van individualisme, geërfd van de Italiaanse opera en van de Italiaanse, instrumentale virtuozen. Elke componist creëerde zijn eigen stijl of klankidioom. De Italianen verhuisden naar verschillende Europese landen op zoek naar een beter bestaan. Soms was dit definitief, zoals in het geval van Michele Mascitti, die in Parijs bleef tot zijn overlijden in 1760, of tijdelijk, zoals in het geval van Baldassarre Galuppi, die Venetië twee keer verliet, om Londen en het hof van Catherine de Grote in Petersburg te bezoeken.Plus Fours! Handel, Telemann, Locatelli, Vivaldi | WFMT

De verhuizing was niet altijd synoniem voor succes. Dit was bv. het geval met Antonio Vivaldi. Hij trok naar Wenen om er zijn fortuin te zoeken, maar overleed er in armoede. Daarentegen was Pietro Locatelli (foto) in Amsterdam, heel succesvol als componist en als vioolvirtuoos. Sommige componisten zoals Locatelli en Tartini waren voorbestemd om over de hele wereld beroemd te worden, terwijl anderen minder bekend werden, maar wel duidelijk hun stempel drukten in het muzikale veld, dankzij hun unieke stijl, bestaande uit expressieve vrijheid, instrumentale levendigheid en formele duidelijkheid, die later de iconische Italiaanse stijl definieerde.Passing The Baton: Arcangelo Corelli And George Frideric Handel - Northwest  Public Broadcasting

Begin 18de eeuw trokken buitenlandse musici o.a. naar de Engelse hoofdstad Londen, waar het concertpubliek graag kennismaakte met muziek van bv. Geminiani, Corelli en Handel. De jaren 1720 waren getuige van een koortsachtige vraag naar muziek die veel buitenlandse virtuozen ertoe bracht naar de stad te verhuizen. Concert minnende Londenaren genoten van de laatste sonates in de stijl van de oude meester Corelli, van de eerste blokfluit- en fluitconcerti, en van het werk van de jeugdige nieuwkomer, Händel. Er ontstond een nieuw cultureel muzikaal leven dat meer en meer gebaseerd was op vraag en aanbod.

Joseph-Marie, alias Giuseppe Clemente Dall’Abaco (1710-1805), de zoon van de violist en componist Evaristo Felice Dall’Abaco, was een virtuoos op de cello die in heel Europa werd gewaardeerd. Vader Dall’Abaco was een leerling geweest van Giuseppe Torelli voor viool en cello. In 1696 verzorgde hij in Modena verschillende optredens met Tommaso Antonio Vitali. Hij kwam via Modena naar München waar hij in 1704 hofkapelmeester werd van de keurvorst Maximilian II Emanuel, die hij in ballingschap naar Brussel en later naar Bergen (Mons) en vanaf 1709, naar Compiègne volgde. Door een groot aantal composities voor strijkinstrumenten was vader Dall’Abacoals een belangrijk vernieuwer voor deze instrumentengroep. In Verona heet het Conservatorium nu Conservatorio Statale di Musica “Evaristo Felice dall’Abaco” (foto).

Zoon Giuseppe Clemente Dall’ Abaco werd geboren in Brussel en ging met zijn vader mee naar Beieren. Later stuurde zijn vader hem naar Venetië om er te studeren en in 1729 werd hij aangenomen als “Titular-Kammerdiener und Hofmusikus mit dem Violoncell” in Bonn. Naast deze betrekking reisde hij in 1740 ook naar Londen en andere Engelse steden. In 1753 trok hij naar Verona, de geboorteplaats van zijn vader. Doorheen zijn leven onderhield hij contacten met het hof in München en in 1766 werd hij verheven tot Baron. Abaco bouwde voornamelijk een reputatie als instrumentalist uit, maar was ook componist. Van zijn muziek zijn geen gedrukte werken bewaard gebleven, maar er worden manuscripten in bibliotheken in Berlijn, Londen en Wenen bewaard. Zo zijn de bekendste werken zijn 40 cellosonates, die desondanks de opkomst van de nieuwe Galante stijl, trouw bleven aan de barokmuziek. Abaco overleed in 1805 op 95-jarige leeftijd op zijn landgoed in Arbizzano di Valpolicella, nabij Verona.

Giovanni Benedetto Platti (1697-1763) was dan weer hoboïst van beroep en werkte het grootste deel van zijn leven in Duitsland, waar hij nauw contact had met Rudolf Franz Erwein von Schönborn (foto), een fervent cellist. Dit verklaart waarom hij in zijn oeuvre vaak substantiële partijen aan dit instrument heeft gegeven. In zijn kinderjaren verbleef hij in Venetië, waar zijn vader Carlo violist was aan de San Marco basiliek. Naar alle waarschijnlijkheid kreeg hij zijn muzikale opleiding in Venetië van Francesco Gasparini, Vivaldi, Antonio Lotti en Tomaso Albinoni. Giovanni was overigens lid van het gilde van de musici (Arte di Sonadori). Johann Philipp Franz von Schönborn, Prins-bisschop van Bamberg en Würzburg, nam in 1722, Platti en 6 andere Italiaanse musici in dienst. Platti was er aangesteld als hobovirtuoos en violist aan het hof en bleef in Würzburg tot aan zijn overlijden in 1763.

Na haar studie aan het Conservatorium van Parijs bij Raphael Pidoux, speelde Hanna Salzenstein op tal van festivals zoals La Folle Journée de Nantes, het Internationale Pianofestival van La Roque d’Anthéron, het Festival des Sommets Musicaux de Gstaadt en als soliste met het Orchestre de la Société des Concerts du Conservatoire de Paris en met het Appassionato Orchestra onder leiding van Mathieu Herzog in de Seine Musicale als onderdeel van de Philippe Jaroussky-academie. Ze studeerde barokcello in de klas van Christophe Coin en sloot zich vervolgens aan bij het Consort naast Justin Taylor, Théotime Langlois de Swarte en Sophie de Bardonnèche. Het ensemble trad sindsdien op in Frankrijk en Europa op tal van podia (Philharmonie de Paris, Arsenal de Metz, Philharmonie de Keulen, BOZAR Brussel, ElbPhilharmonie Hamburg, Opéra de Dijon, Opéra de Montpellier, OudeMuziek). Ze namen verschillende cd’s op, waaronder “Specchio Veneziano”, bekroond met een Diapason d’Or, en werkten samen met zangers als Eva Zaicik en Adèle Charvet. Ze trad ook op als solist met Le Concert de la Loge onder leiding van Julien Chauvin. Hanna is laureaat van de Banque Populaire Foundation en trad onlangs samen met Renaud Capuçon op tijdens een residentie voor jonge artiesten als Paul Zietara en Vassily Chmykov.

De andere uitvoerders zijn Justin Taylor, klavecimbel, Thibaut Roussel, theorbe, Alberic Boullenois, cello, Theotime Langlois de Swarte, viool en Marie-Ange Petit, percussie.

Tracklist:

Giulio Taglietti: 1. Adagio

Giulio de Ruvo: Ciaconna

Antonio Vivaldi Sonate für Violoncello und Basso continuo e-moll op. 17 Nr. 5 RV 40

Giuseppe Maria Dall’Abaco: Capriccio (per violoncello solo in do minore)

Antonio Vivaldi Sonate für Violoncello und Basso continuo B-Dur op. 17 Nr. 6 RV 46

Giovanni Benedetto Platti Sonata terzo a violoncello solo e bass continuo in la maggiore (Secondo libro)

Giorgio Antoniotto: Sonata IV a violoncello solo e basso continuo in re minore, opera prima

Giuseppe Maria Dall’Abaco: Capriccio IV per violoncello solo in re minore

Benedetto Giacomo Marcello Sonata III a violoncello e basso continuo in la minore, opera prima

Gasparo Garavaglia Sonata per violoncello e basso continuo in sol minore

Giuseppe Maria Dall’Abaco: Capriccio VI per violoncello solo in mi minore

Antonio Vivaldi: Trio sonata a violino, violoncello e basso continuo in sol maggiore RV. 820

Giulio de Ruvo: Tarentella

É Il Violoncello Suonò Hanna Salzenstein cd Mirare MIR698