
Carl Friedrich Abel stond in het 18e-eeuwse Londen bekend als de grootste gambaspeler van zijn tijd. Nadat hij in Leipzig les had gekregen van J.S. Bach, werkte Abel later nauw samen met ‘de Londense Bach’, Johann Christian. Zijn eigen muziek deelt een zekere grensverleggende fantasie met die van zijn vriend, die (achteraf bezien) op de drempel van de barok en de klassieke periode stond. 
Nadat hij zich in 1759 definitief in Londen had gevestigd, trok Abel al snel de bewondering van de grootste Engelse portretschilder van die tijd, Thomas Gainsborough. De kunstenaar schilderde de componist en speelde zelf gamba. Het is goed mogelijk dat Abel deze verzameling quasi-geïmproviseerde solowerken aan het einde van zijn leven schreef met Gainsborough in gedachten. Hoe dan ook, de naamgeving ‘Drexel’ ontstond pas toen het manuscript van de stukken in 1877 in handen kwam van de filantroop Joseph William Drexel (foto).

Zoals Alejandro Marías opmerkt in zijn essay in het boekje bij deze opmerkelijke nieuwe opname, roept het manuscript meer vragen op dan het beantwoordt. ‘Waarom stelde hij ze samen, voor wie, waarom in die volgorde, speelde hij ooit een van deze partituren, of was het een poging om vast te leggen welke inspiratie hem de avond ervoor tot improvisatie had aangezet?’ Volgens Marías is de collectie niettemin ‘een van de belangrijkste werken in de literatuur voor viola da gamba. Het vertegenwoordigt de meest intieme momenten van de laatste grote viola da gamba-speler, waar hij de formele en stilistische vrijheid vond om zijn diepste emoties te uiten, waarbij hij zijn virtuositeit in dienst stelde van de muziek en niet om er een louter technisch vertoon van te maken, hoe moeilijk sommige van deze stukken ook mogen zijn.’ Het opnemen ervan is een van de grootste uitdagingen waar een viola da gamba-speler voor kan staan.’ Dit album met het Drexel-manuscript is een waardig vervolg op de vorige verzameling muziek van Abel, onder leiding van Marías op Brilliant Classics, ‘Between Two Worlds’ (97437).
Alejandro Marías (Madrid, 1984) is professor viola da gamba en barokcello aan het Conservatorium van Sevilla, artistiek leider van het ensemble La Spagna en lid van het Goya Quartet. Na zijn muzikale opleiding aan de Universiteit van Genève bij Bruno Cocset en Guido Balestracci heeft hij in zo’n dertig landen opgetreden en samengewerkt met orkesten als Les Musiciens du Louvre, het Helsinki Baroque Orchestra en het Insula Orchestra, en met dirigenten als Philippe Herreweghe, Marc Minkowski, Ton Koopman, Bruno Weil, Sigiswald Kuijken, Hervé Niquet en Enrico Onofri.



Abel The Drexel Manuscript 29 Pieces for Viola Da Gamba Alejandro Marías cd Brilliant Classics 97716