CoBrA en Chaissac – zielsverwanten, een opvallende tentoonstelling en een uitgave van Waanders & de kunst. Een ontdekking!

Bij Uitgeverij Waanders & De Kunst verscheen “CoBrA en Chaissac – Zielsverwanten”, de catalogus bij de tentoonstelling in Kunstmuseum Den Haag.De Franse kunstenaar Gaston Chaissac (1910-1964) werkte als autodidact, ver van de culturele metropool Parijs, in landelijke eenzaamheid. Geheel onafhankelijk van academische standaarden of actuele ontwikkelingen in de kunst maakte hij met uitbundige creativiteit tekeningen, schilderijen en sculpturen. Met felle kleuren, zwarte contouren en een eenvoudig expressieve tekenstijl wordt zijn werk door grote directheid en een sterke intuïtie gekenmerkt. Het raadsel van de natuur met haar kracht van schepping maar ook vernieling, is voor hem van voortdurende fascinatie. Tegelijkertijd stond Chaissac, vooral via intensieve correspondentie, in contact met bekende kunstenaars in Parijs als Otto Freundlich en Jean Dubuffet, die zijn werk waardeerden en bekend maakten.Gaston Chaissac (1910-1964) was een zoon van de Franse landelijke arbeidersklasse. Hij raakte betrokken bij de kunstwereld toen hij in de jaren ’30, naast Otto Freundlich en zijn vrouw, Jeanne Kosnick-Kloss, in Parijs woonde. Ze toonden hem moderne kunst en steunden zijn inspanningen om te schilderen. Ze hielpen hem op weg en promootten zijn werk. In 1938 bezorgde het echtpaar hem al zijn eerste expositie in de Parijse Galerie Gerbo. Openingen en salons liet hij weliswaar aan zich voorbijgaan. Hij bleef liever op afstand en volgde zijn vrouw Camille, die als onderwijzeres werkte in de afgelegen plaatsen Boulogne-en-Vendée, Sainte-Florence-de-l’Oie (Vendée) en Vix (Côte-d’Or in de regio, Bourgogne-Franche-Comté). Daar kon hij in alle vrijheid, alleen en eenzaam, werken aan wat hijzelf zijn ‘peinture rustique et moderne’ noemde, daar wist hij speelsheid met tragiek te combineren, vrolijk, kleurrijk en authentiek en op hetzelfde moment ook heel erg melancholisch.Ondanks zijn teruggetrokken bestaan op het platteland, onderhield hij wel levendige briefwisselingen met critici, journalisten, schrijvers, schilders en redacteuren van tijdschriften, en werden zijn expressieve tekeningen, schilderijen en sculpturen, voorzien van felle kleuren en zwarte contouren, opgemerkt. Hoewel hij zich nooit bij een kunstbeweging aansloot, was de verwantschap met CoBrA overduidelijk. Via tijdschriften en galerieën in Parijs had Chaissac indirect contact met de CoBrA-leden en de waardering voor elkaars werk was groot. Die begon met de naoorlogse tijdgeest waarin de kunstenaars braken met tradities en zochten naar een moderne kunst voor iedereen, een kunst waarin spontaniteit, authenticiteit en eerlijkheid voorop stonden. De gedeelde interesse voor naïeve kunst en volkskunst, alsmede het gebruik van motieven als de slang en totemfiguur maakte hen tot zielsverwanten.De kunst van Chaissac werd meteen ook geprezen door Jean Dubuffet, toen hij er in 1946 voor het eerst mee in aanraking kwam. Dubuffet rekende zijn werk tot l’Art Brut. Chaissac correspondeerde ook enige tijd met vooraanstaande Franse kunstenaars en schrijvers als Albert Gleizes en Raymond Queneau. Schrijven was vanaf het begin ook een onderdeel van het werk van Gaston Chaissac. Zijn signatuur evolueerde van een handtekening naar een autonoom element in de compositie die een teken maakte, en ging verder met titels beïnvloed door poëzie en een uitzonderlijk brede woordenschat.Het boek met artikelen van Angelika Affentranger-Kirchrath, Vanessa Noizet, Nadia Raison-Chaissac (de kleindochter van Chaissac) en Gaëlle Rageot-Deshayes, en wel 105 illustraties in kleur en 35 in zwart-wit laat voor het eerst een representatief overzicht van Chaissacs werk zien in dialoog met bekende kunstenaars van de CoBrA-groep. In de ruwe en snel gemaakte manier van schilderen en beeldhouwen, in het gebruik van motieven als de slang of de totemfiguur worden de energie en zoektocht naar een oerkracht van kunst en schepping, die Chaissac en de CoBrA-kunstenaars deelden, duidelijk zichtbaar. Het boek presenteert een weinig bekend hoofdstuk in de Europese kunstgeschiedenis in het eerste decennium na het einde van WOII.De tentoonstelling is als het ware een reconstructie van de tentoonstelling van het werk van Gaston Chaissac in 1961, in de gerenommeerde Parijse galerie van Iris Clert. De kunstenaar werd toen door iedereen omarmd. De CoBrA-schilders, die dan geen vaste groep meer vormden, waren het meest enthousiast en vochten om de werken. Binnen een mum van tijd was alles uitverkocht. Helaas kon Chaissac om gezondheidsredenen niet aanwezig zijn op de opening. Voor de tentoonstelling in het Kunstmuseum Den Haag is samengewerkt met gastconservator Angelika Affentranger-Kirchrath. De tentoonstelling loopt nog t/m 19 september 2021. Na Den Haag reist de tentoonstelling door naar Musée Soulages in Rodez in het departement Aveyron . Die opening staat gepland in december 2021.

CoBrA en Chaissac – zielsverwanten 144 bladz. geïllustreerd uitg. Waanders & de kunst ISBN 9789462623453