Helmut Walser Smith, “Duitsland, Een natie en haar geschiedenis”, uitgegeven door De Arbeiderspers.

In dit magistraal boek over vijf eeuwen Duitse geschiedenis, rekent historicus, Helmut Walser Smith, af met de wijdverbreide perceptie dat Duitsland in essentie een rabiaat nationalistisch land is, waarvan de geschiedenis wel in excessief geweld en genocide moest uitmonden. De werkelijkheid, zegt Smith, is veel weerbarstiger.Helmut Walser Smith voert u terug naar o.a. de prille, vreedzame geboortejaren van de Duitse natie, naar de Dertigjarige Oorlog, de Verlichting, het militarisme en de Weimarrepubliek, en laat overtuigend zien hoe Duitsland in staat was zich steeds opnieuw uit te vinden. Alleen daardoor kon Bauhaus ontstaan, en Hitler, en kon op de puinhopen van het Derde Rijk de moderne tolerante democratie van Angela Merkel worden gebouwd. Deze magistrale studie behandelt de centrale vraag in de moderne Duitse geschiedenis. Hoe en waarom omarmde het land een raciaal en cultureel nationalisme dat uiteindelijk leidde tot oorlog en gruwelijke genocide? Smith ontkent dat het Duits nationalisme, zoals sommige historici beweren, één enkele doctrine was, laat staan een intrinsiek agressieve doctrine. Om deze stelling te ondersteunen, biedt Smith een ingrijpende geschiedenis die begint in 1500, toen Duitsland een amalgaam was van regio’s, steden en vorstendommen.Tijdens het traceren van uiteenlopende uitingen van Duitse gemeenschappelijkheid in de afgelopen vijf eeuwen, stelt Smith dat naties, verschillende realiteiten hebben in verschillende tijden en dat er een Duitsland bestond voor, tijdens en na het nationalisme. Duitse nationalisten hebben de Duitse natie niet voortgebracht, maar tijdelijk haar essentie en betekenis getransformeerd. Interessant voor een boek van deze aard is dat het de ‘natie’ niet duidelijk definieert. Soms stelt de auteur het gelijk aan een land of vaderland en op andere momenten maakt hij onderscheid tussen die termen. Hij komt het dichtst in de buurt wanneer hij nationalisme definieert als een poging om mensen te vormen tot actieve burgers voor wie de natie boven andere loyaliteiten staat, wat echter nog steeds open laat wat deze natie is.Smiths werkwijze heeft twee verschillende elementen. Er is het beknopt chronologisch frame en er zijn de tussengevoegde diepgaande verhalen, vaak gebaseerd op innovatieve bronnen die even verhelderend als selectief zijn. Een samenhangend verhaal over de ontwikkeling van de Duitse natie in de afgelopen vijfhonderd jaar mag u niet verwachten. Smiths argument verwerpt nl. deze coherentie. De segmentatie wordt daarentegen versterkt door de aard van de presentatie, die zich richt op individuele gebeurtenissen en processen in plaats van op continue ontwikkeling.Het onderzoek is opgedeeld in vijf grote delen. Deel I – De natie voor het nationalisme: Duitsland voor het eerst in beeld (ca. 1500), ‘Duitsland… Als in een spiegel’ (ca. 1500-1580), De tranen van stoïcijnen (ca. 1580-1700), Deel II – De Copernicaanse ommekeer: deling en patriottisme (ca. 1700-1770), het oppervlak en het innerlijk (ca. 1700-1790), de l’Allemagne (ca. 1790-1815), Deel III – Het tijdperk van het nationalisme: natie in ontwikkeling (ca. 1815-1850), natievormen (ca. 1850-1870), objectieve natie (ca. 1870-1914), Deel IV – Het nationalistische tijdperk: opoffering voor (ca. 1914-1933), opoffering van (ca. 1933-1941), doodsruimtes (ca. 1941-1945) en Deel V – Na het nationalisme: een levende opvatting van het vaderland (ca. 1945-1950), de aanwezigheid van compassie (ca. 1950-2000).De eerste twee delen onderzoeken de wetenschappelijke ontdekking van Duitsland in de vroegmoderne tijd en de daaropvolgende consolidering van territoriaal patriottisme in afzonderlijke Duitstalige staatsbestellen. Deze ontwikkeling werd omgebogen door de komst van het nationalisme tijdens de Napoleontische oorlogen. Het eerste deel, ‘De natie voor het nationalisme’, behandelt de ontdekking en eerste beschrijvingen van Duitsland en verhaalt van de veranderende voorstelling van Duitsland tot aan de Dertigjarige Oorlog, terwijl het tweede deel, ‘De copernicaanse ommekeer’, de grote verschuiving beschrijft in het begrip van wat een natie vormgeeft, en een analyse van die draai geeft in drie dimensies. Het behandelt de opkomst van modern patriotisme zoals territoriale staten dat te zien gaven, onderzoekt nieuwe vormen van nationale identiteit in een periode waarin het er alle schijn van had dat Duitsland zich zou ontwikkelen tot een geheel van afzonderlijke Duitssprekende vaderlanden, en bestudeert de kristallisatie van ondubbelzinnig, Duits nationalisme In de context van militaire vernedering.“Op 10 december 1520”, schrijft Smith, “verbrandde Luther de Exsurge Domine, de pauselijke bul waarin hij gedreigd werd uit de christelijke geloofsgemeenschap gezet te worden. Op 3 januari van het jaar daarop was de excommunicatie een feit. Het werd aan de wereldlijke autoriteiten overgelaten om een en ander af te dwingen. Daartoe riep Karel V de Rijksdag te Worms bijeen, waar hij eiste dat Luther zijn geschriften zou herroepen. ‘Hier sta ik, ik kan niet anders,’ zou Luther volgens een later gedrukt verslag hebben gezegd.”“Volgens generaties historici zouden godsdienstige crises en conflicten het onvermijdelijke gevolg zijn geweest”, zo vervolgt hij. “Maar, met een steeds verfijndere waarneming en opmeting en een toenemende kunstzinnigheid brachten humanisten in kaart waar Duitsland lag, lichtten ze toe wie er woonden en schilderden ze hoe het eruitzag. En naarmate ze hun kennis van de natie verdiepten, aanschouwden ze ook een grootser visioen, dat ze vooral in de tweede helft van de 16de eeuw soms als gecodeerde boodschap in hun werk vastlegden. Godsdienstige geloofsovertuigingen konden naast elkaar bestaan, luidde de boodschap, net als naties op kaarten. Of ze nu luthers waren, calvinistisch of katholiek, of iets daartussenin, de noordelijke humanisten bedienden zich van afbeeldingen van naties om te pleiten voor de noodzaak van een christelijke geloofsgemeenschap op basis van wederzijds respect – of dat respect ook aan joden verschuldigd was, bleef een open vraag.”“Met een nauwlettendere aandacht voor het Duitse volk”, zo lezen we verder, “begon het besef van een Duitse natie zich te verdiepen. De Boerenoorlog, de grootste opstand in de Europese geschiedenis tot de Franse Revolutie, begon met boerenopstanden in het Zwarte Woud en de omgeving van het Bodenmeer, die zich uitbreidden naar Allgäu en de Boven-Rijn, en die zowel een godsdienstig als een politiek karakter kregen. De opstand breidde zich uit tot in de Palts en Thüringen, en naar het zuiden tot in Tirol, en kreeg steeds meer bijval, vooral onder de armen in de steden. Begin april stonden, volgens schattingen van moderne historici, maar liefst driehonderdduizend mensen klaar om de wapens op te nemen tegen hun onderdrukkers.”Gedurende het grootste deel van de volgende vier eeuwen, terwijl het gevoel van culturele samenhang in Duitsland groeide, bleef het een relatief vreedzame regio met een goedaardig gevoel voor nationale identiteit dat noch binnenlandse minderheden uitsloot, noch externe buren bedreigde. Zelfs in de 19de eeuw, toen een nationalistisch project om Duitsland te verenigen een aanvang nam, bleef het land relatief vreedzaam, met een paar korte, zij het opvallende uitzonderingen, zoals de Frans-Pruisische oorlog. En de afgelopen 75 jaar hebben Duitsers ontwikkeld wat Smith beschrijft als een ‘meedogend, empathisch realisme over erbij horen’. Het ‘nationalistisch tijdperk’, van 1914 tot 1945, toen de identiteitspolitiek verschrikkelijk gewelddadig werd, was dus een uitzondering. Smith beschrijft de excessen ervan – van de slachting aan het oostfront tot de Holocaust – in ontroerend detail, maar hij lijkt, zoals veel historici voor hem, enigszins verbijsterd door hun uiteindelijke oorzaak.Het derde deel beschrijft de geleidelijke verspreiding van deze nieuwe vorm van trouw, die lange tijd slechts een van de vele concurrerende opties was. De definitie van Duitsland verschoof op zijn beurt van het politieke naar het spirituele en kende een bijzonder belang toe aan een gereïficeerde moedertaal. Het derde deel heet ‘Het tijdperk van het nationalisme’, een term die is ontleend aan de beroemde en vaak aangehaalde vraag van Immanuel Kant die hij voor het eerst stelde in 1784, de vraag of we in een verlicht tijdperk leven – een gedachte die hij afwees, al wilde hij wel toegeven dat we in plaats daarvan ‘in een tijd van verlichting leefden’. Er worden Duitsers in beschreven die de natie op nieuwe manieren zien, vormgeven en uitbeelden, waarbij gevraagd wordt wat de Duitse natie is, aan wie zij toebehoort, waar haar grenzen lopen, wat haar symbolen betekenen en hoe de natie zich zou kunnen ontwikkelen.Terwijl de 19de eeuw de periode was van nationalisme in wording, ging Duitsland tussen 1914 en 1945 volledig op in een nationalistisch tijdperk. Deel IV, ‘Het nationalistische tijdperk’, gaat over de periode 1914-1945, waarin twee oorlogen hun slagschaduw over de vrede wierpen, het nationalisme de dominante ideologie werd en het radicale nationalisme aan de macht kwam, wat in 1933 gebeurde. In het Derde Rijk bracht die variant van het nationalisme nieuwe, destructieve vormen van inclusie en exclusie met zich mee en maakte van Duitsland uiteindelijk een genocidale natie.Deel 4 beschrijft in detail hoe deze ideologie politieke macht in zijn meest extreme vorm uitoefende. Na de totale ineenstorting van het nationalistische project, probeerde een getuchtigde naoorlogse republiek een meer medelevend gevoel van historische herinnering te creëren, inclusief het nemen van verantwoordelijkheid voor het leed dat anderen werd aangedaan. In dit laatste deel rondt Smith zijn analyse af met de conclusie dat de meeste Duitsers van het begin van de eenentwintigste eeuw het nationalistische tijdperk achter zich hebben gelaten en hebben omarmd wat hij een levend in plaats van een dodelijk concept noemt. Deel V, ‘Na het nationalisme’, behandelt met name de poging, meer bepaald in de Bondsrepubliek, om een compassievol en empathisch realisme te cultiveren waar het gaat om wie erbij hoort en wie niet. De geschiedenis besluit met een epiloog, ‘De republiek der Duitsers aan het begin van de tweeëntwintigste eeuw’, waarin de opkomst van een nieuw nationalisme in onze tijd in een bredere context wordt geplaatst.De auteur heeft een diepe interesse in kunst en literatuur en een indrukwekkende beheersing van de literatuurwetenschap. Hij dompelt de lezer onder in de intellectuele en artistieke trends van de afzonderlijke tijdperken, niet in de laatste plaats de cruciale overgang van Verlichting naar Romantiek aan het begin van de 19de eeuw. Dit zorgt voor een innovatief onderzoek dat bronnenmateriaal integreert, dat vaak wordt verwaarloosd in grootse historische syntheses. Veel ervan is een intellectuele geschiedenis die schetst hoe belangrijke denkers Duitsland hebben opgevat.In het post tijdperk van ‘Entnazifizierung, Schuldgefühl, Wiedergutmachung’ en ‘Vergangenheitsbewältigung’, van de ‘Bundesgesetz zur Entschädigung für Opfer der nationalsozialistischen Verfolgung’, van de al dan niet ‘historisierbare Geschichtskultur’ en van het omgaan met ‘Erinnerungskultur’ en de democratische ‘Wiederaufbau’, op basis waarvan het Duits collectief geheugen, een nieuwe, Duitse culturele nationale identiteit verzekert, maakt zo’n boek, dank zij het intellect van iemand als Helmut Walser Smith, het opnieuw mogelijk, trots te zijn op het feit dat men vandaag Duitser is. Magistraal. Niet te missen! “Germany: A Nation in Its Time. Before, During and After Nationalism, 1500-2000” werd vertaald door Auke Leistra.Helmut Walser Smith (°1962) behaalde een BA aan de Cornell University in 1984 en promoveerde in 1992 aan Yale University met een proefschrift over nationalisme en religie in het Wilhelminisch Duitsland. In 2004 werd hij benoemd tot de Martha Rivers Ingram- leerstoel als hoogleraar geschiedenis aan de Vanderbilt University in Nashville (Tennessee) (VS). Zijn onderwijs en schrijven richten zich op de moderne Duitse geschiedenis, met name de 19de eeuw. Hij was lid van de redacties van Central European History en het Journal of Modern History en was in 2011–2012, voormalig voorzitter van de Conference Group on Central European History van de American Historical Association. Van 2005 tot 2008 was hij directeur van het Robert Penn Warren Centre for the Humanities bij Vanderbilt en het Max Kade Centre for European and German Studies. In 2014 ontving hij een Guggenheim Fellowship.Helmut Walser Smith is een historicus van het moderne Duitsland, met bijzondere interesse in de geschiedenis van natievorming en nationalisme, religieuze geschiedenis en de geschiedenis van antisemitisme. Hij is de auteur van “German Nationalism and Religious Conflict, 1870-1914” (Princeton, 1995), en een aantal geredigeerde collecties, waaronder “The Oxford Handbook of Modern German History” (Oxford, 2011), “Protestants, Catholics and Jews in Germany, 1800 -1914” (Oxford, 2001), “The Holocaust and other Genocides: History, Representation, Ethics” (Nashville, 2002), en, met Werner Bergmann en Christhard Hoffmann, “Exclusionary Violence: Antisemitic Riots in Modern German History” (Ann Arbor, 2002). Zijn boek, “The Butcher’s Tale: Murder and Anti-semitism in a German Town” (New York, 2002), ontving de Fraenkel Prize in Contemporary History en was een LA Times Non-Fiction Book of the Year. Het is ook vertaald in het Frans, Nederlands, Pools en Duits, waar het werd bekroond als een van de drie meest innovatieve werken uit de geschiedenis die in 2002 werden gepubliceerd. Smith is ook auteur van “The Continuities of German History: Nation, Religion, and Race across the long Nineteenth Century” (Cambridge University Press, 2008). Zijn onderzoek is gefinancierd door de NEH (National Endowment for the Humanities), de Duitse Academische Uitwisselingsdienst, de Volkswagen Foundation en de Alexander von Humboldt Foundation. Bij Vanderbilt was hij directeur van het Robert Penn Warren Centre. Hij doceert een breed scala aan cursussen in Europese geschiedenis en in historische methodologie. In 1997 ontving hij de Jeffrey Nordhaus Award for Excellence in Undergraduate Teaching.Helmut Walser Smith, Duitsland, Een natie en haar geschiedenis 639 bladz. uitg. De Arbeiderspers ISBN 978 90 295 4338 5

https://www.stretto.be/2020/12/17/andreas-fahrmeir-deutschland-globalgeschichte-einer-nation-de-eerste-wereldwijde-geschiedenis-van-duitsland-grandioos-een-must/