


Deze opera in 5 akten en 6 scènes, werd gecreëerd in het Grand-Théâtre de Bordeaux in 1892. Net als andere prominente figuren uit haar tijd – zoals haar leraar Camille Saint-Saëns, die in februari 1879 naar het Grand Théâtre in Lyon moest uitwijken voor de première van Étienne Marcel – koos Clémence de Grandval voor Bordeaux voor haar opera Mazeppa, meer uit noodzaak dan uit enthousiasme voor muzikale decentralisatie. 
Clémence de Grandval (1828-1907), ook bekend als Vicomtesse de Grandval en Marie Grandval, kreeg op zeer jonge leeftijd compositielessen van de componist en familievriend Friedrich Flotow en later studeerde ze bij Frédéric Chopin. Ze trouwde met de Vicomte de Grandval en ze kregen twee dochters, Isabelle en Thérèse. Vervolgens studeerde ze twee jaar bij Camille Saint-Saëns (hij droeg trouwens zijn “Oratorio de Noel” op aan haar), en bleef na haar huwelijk als componiste werken. Grandval ontving de eerste Prix Rossini, die ze in 1881 won, samen met haar librettist Paul Collin. Haar vroegste werken waren religieus maar ze componeerde later een aantal opera’s en Mélodies, en instrumentale werken, waaronder veel voor hobo. Helaas zijn de orkestpartituren van sommige van haar composities verloren gegaan. In de jaren 1870, speelde Grandval een belangrijke rol in de Société Nationale de Musique en schonk geld aan de organisatie en in de tweede helft van de 19e eeuw was ze een populaire componiste, die door veel critici werd bewonderd. 
De Parijse Opera, die nog steeds intensief werken uit de jaren 1830-1850 programmeerde, liet weinig ruimte voor nieuwe composities. Nadat ze het voorspel van haar opera in 1888 in Parijs in concert had uitgevoerd, wachtte Grandval vier jaar op de première, die de directeur van de opera in Bordeaux, Tancrède Gravière, tot een nationaal evenement maakte. Hij vertrouwde de rol van Matréna ook toe aan zijn vrouw, Georgette Bréjan. Het libretto, van Charles Grandmougin en Georges Hartmann, is geïnspireerd op Poesjkin en vertelt de sombere legende van de Oekraïense held, die in West-Europa populair werd gemaakt door Lord Byron en Victor Hugo. Deze figuur biedt librettisten bovenal de mogelijkheid om het thema verraad ten volle te verkennen: liefde en ouderlijke plicht worden op de proef gesteld door ambitie en jaloezie. De schending van traditionele waarden leidt tot waanzin en dood. De opera werd goed ontvangen door de journalisten in Bordeaux – die Mazeppa in de traditie van Massenets producties plaatsten – en werd vervolgens in andere theaters opgevoerd: Antwerpen (1896), Marseille (1897), Montpellier (1904) en Dijon (1905). Zoals vaak het geval is bij vrouwelijke componisten, hield de populariteit echter na haar dood in januari 1907 niet aan.
‘Het onderwerp Mazeppa heeft mevrouw Clémence de Grandval geïnspireerd tot het schrijven van een werkelijk opmerkelijke partituur, waarvan het succes de muziekwereld zal beroeren.’ Met deze vleiende woorden begroette de pers de première van de opera van een van de meest uitgevoerde vrouwelijke componisten in het laat-negentiende-eeuwse Frankrijk. Haar carrière werd trouwens regelmatig gekenmerkt door lovende recensies en blijvend succes in alle genres, van kamermuziek tot oratorium en opera.
Toch kreeg Mazeppa, hoewel beschouwd als haar testament, niet de eer van een première in de Opéra in Parijs en moest ze genoegen nemen met Bordeaux om de vruchten van haar roem te plukken. Deze krachtige, dramatische opera vertelt in iets meer dan twee uur de apotheose en val van de Kozakkengeneraal Ivan Mazeppa, een voortvluchtige in het door oorlog verscheurde Oekraïne. Men voorspelde dat het werk een lange carrière zou kennen, maar de daaropvolgende evolutie van de muzikale taal van de Belle Époque, gevolgd door het overlijden van de componiste, betekende dat “Mazeppa” helaas meer dan een eeuw in de vergetelheid raakte. 
In het bijbehorend boek staan naast de synopsis en het libretto, tweetalige teksten van Alexandre Dratwicki “Mazeppa: back in the saddle again”, Étienne Jardin « Mazeppa in Bordeaux”, Florence Launay «Clémence de Grandval», Marie Humbert “The motifs that haunt Mazeppa” en Hélène Cao “Mazeppa in the nineteenth century: from history to legend”.
De talentvolle, Estse dirigent Mihhail Gerts heeft naam gemaakt na succesvolle debuten bij het Gewandhausorchester Leipzig, de Staatskapelle Dresden, het Orchestra Sinfonica dell’Accademia Nazionale di Santa Cecilia, de Royal Liverpool Philharmonic, het BBC Symphony Orchestra en het Orchestre Philharmonique de Radio France. Sinds 2021 is hij de oprichter en artistiek leider van het TubIN-festival, dat zich toelegt op het promoten van de muziek van Eduard Tubin, een van de grootste symfonische componisten van de 20e eeuw. Naast zijn carrière als concertdirigent heeft Gerts ook ruime opera-ervaring opgedaan als eerste kapelmeester en adjunct-algemeen directeur van het Hagen Theater (2015 tot 2017) en als vaste dirigent van de Estse Nationale Opera (2007 tot 2014), waar hij meer dan veertig verschillende opera- en balletproducties dirigeerde.
Rolverdeling:
Tassis Christoyannis, Mazeppa
Nicole Car, Matréna
Julien Dran Iskra
Ante Jerkunica, Kotchoubey
Paweł Trojak, L’Archimandrite


Clémence de Grandval Mazeppa Münchner Rundfunkorchester Chor des Bayerischen Rundfunks Mihhail Gerts boek + 2 cd Bru Zane BZ1063